Rijden terwijl verdachte wist dat rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994. 1. Was rijbewijs verdachte op pleegdatum ongeldig? 2. Is na ongeldigverklaring rijbewijs geen ander rijbewijs afgegeven aan verdachte? 3. Kan uit omstandigheid dat besluit tot ongeldigverklarin
Wegenverkeerswet 1994
Art. 178 WVW
Genoemd in 55 uitspraken · Officiële wettekst
55 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Rijden terwijl verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994. Bewijsklachten. Kan uit omstandigheid dat rijbewijs van verdachte 8 jaren geleden ongeldig is verklaard, worden afgeleid dat verdachte redelijkerwijs moest we
Wettelijk voorschrift a.b.i. art. 184.1 Sr. Artt. 159, 160.1, 177 en 178.2 WVW 1994. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2008:BB4108 en ECLI:NL:HR:2014:3639 m.b.t. het feit dat het in art. 184.1 Sr bedoelde wettelijk voorschrift uitdrukkelijk moet inhouden dat de be
Gevaar in verkeer veroorzaken door als bestuurder van auto onder invloed van alcohol en cocaïne tijdens politieachtervolging met te hoge snelheden (tussen 70 en 120 kilometer per uur) te rijden, tegen verkeersrichting in een rotonde op te rijden en door rood licht te rijden, art.
Rijden terwijl verdachte wist dat rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994. Kan uit bewijsmiddelen volgen dat besluit tot ongeldigverklaring aan verdachte bekend is gemaakt, dat verdachte wist dat rijbewijs ongeldig was verklaard en dat na ongeldigverklaring van rijbew
Vervolging rechterlijk ambtenaar, strekking art. 510 Sv, sepot/transactie OM. Strekking van art. 510 Sv – waarborgen dat de schijn van bevoor- of benadeling van de rechterlijk ambtenaar die zal worden vervolgd of berecht wordt vermeden – is ook van belang bij de beslissing van h
Rijden terwijl verdachte redelijkerwijs moest weten dat rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994. Bewijsklacht. Kan uit omstandigheden dat door verdachte bezwaarschrift is ingediend tegen besluit tot ongeldigverklaring van rijbewijs en rijbewijs van verdachte door CBR
Conclusie plv. AG. Rijden met geschorst rijbewijs (art. 9 lid 5 WVW 1994). Beginsel van de formele rechtskracht. Kon het hof bij de beantwoording van de bewijsvraag de rechtmatigheid van het besluit tot schorsing zelfstandig onderzoeken, terwijl tegen dit besluit een met voldoend
Ne bis in idem. Rijden onder invloed en rijden zonder rijbewijs ‘hetzelfde feit’ als bedoeld in art. 68 Sr?. Art. 8 en art. 107 WVW 1994 verschillen in zoverre van strekking dat art. 8 WVW 1994 strekt tot bescherming van de verkeersveiligheid, terwijl in art. 107 WVW 1994 het re
Wettelijk voorschrift a.b.i. art. 184.1 Sr. Artt. 159, 160.1, 177 en 178.2 WVW 1994. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2008:BB4108 en ECLI:NL:HR:2014:3639 m.b.t. het feit dat het in art. 184.1 Sr bedoelde wettelijk voorschrift uitdrukkelijk moet inhouden dat de be
OM-cassatie. “Hetzelfde feit”, art. 68 Sr, art. 255a Sv, art. 8 en 9 WVW 1994. Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van “hetzelfde feit” i.d.z.v. art. 68 Sr en art. 255a Sv dient de rechter in een geval als het onderhavige de in de strafbeschikking en de tll. omschreven v
In aanmerking genomen dat overtreding van art. 163.2 WVW 1994 ex art. 176.3 jo. art. 178.1 WVW 1994 als misdrijf strafbaar is gesteld, moet worden aangenomen dat het handelen i.s.m. art. 163.2 WVW 1994 slechts strafbaar is indien sprake is van opzet. O.g.v. de gebezigde bewijsmid
Rijden terwijl verdachte redelijkerwijs moest weten dat rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994. Bewijsklachten. Kan uit brieven van CBR, waarin betaling van kosten voor cursus over verantwoord rijgedrag wordt bevestigd, worden afgeleid dat besluit tot ongeldigverklar
Conclusie AG. 1. Oplichting (tanken zonder te betalen) en 2. rijden met ongeldig rijbewijs. Middel 1 stelt causaliteit tussen oplichtingsmiddel en afgifte benzine ter discussie. Middel 2 is gericht tegen de bewezenverklaring van de wetenschap dat het rijbewijs ongeldig was verkla
1. Redelijke termijn. 2. Verjaring. Ad 1. O.g.v. HR LJN BD2578 kan het middel niet leiden tot n-o van het OM. Strafkorting. Ad 2. HR ambtshalve: o.g.v. art. 72.2 Sr, zoals dat luidde van 1-1-2006 tot 7-7-2006, beloopt de verjaringstermijn v.w.b. de feiten 2 en 3 ten hoogste tweem
Rijden terwijl verdachte wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994. 1. Bewijsklacht bekendmakingsvereiste. Kan uit bewijsvoering volgen dat besluit waarbij rijbewijs van verdachte ongeldig is verklaard, aan verdachte bekend is gemaakt? 2. Bewijsklacht wete
OM-cassatie en cassatie verdachte. Vrijspraak t.z.v. rijden terwijl verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat rijbewijs ongeldig was verklaard (art. 9.2 WVW 1994) en veroordeling t.z.v. rijden onder invloed (art. 8.2.a WVW 1994). 1. Cassatie verdachte. Geen schriftuur. 2.
Rijden terwijl verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht. Kan uit omstandigheid dat politieambtenaar aan verdachte heeft medegedeeld dat zijn rijbewijs ongeldig is verklaard, wor
Conclusie AG. O.m. rijden terwijl verdachte wist dat geldigheid van zijn rijbewijs was geschorst (art. 9.5 WVW 1994). Volgens de AG blijkt niet voldoende uit bewijsvoering hof dat verdachte wist dat geldigheid van zijn rijbewijs was geschorst. Conclusie strekt tot vernietiging en
Niet voldoen aan ambtelijk bevel, art. 184.1 Sr. Bevat art. 160.7 (oud) WVW 1994 een bevelsbevoegdheid? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2008:BB4108 over het vereiste van een uitdrukkelijke “bevelsbevoegdheid”. Blijkens de bewezenverklaring en de kwalificatie heeft hof g
Conclusie AG. Rijden terwijl verdachte wist dat rijbewijs ongeldig was verklaard? Art. 9.2 WVW 1994. Terechte bewijsklacht omdat uit de bewijsmiddelen niet kan volgen dat, wanneer en op welke wijze verzending van de mededeling (besluit) van de ongeldigverklaring van het rijbewijs
Conclusie AG. 1. Overtreding art. 5 WVW door op de snelweg gedurende enige afstand onnodig links te blijven rijden en plotseling te remmen. Volgens AG is er niets mis met het oordeel van het hof dat verdachte gevaar op de weg heeft veroorzaakt. Daarbij heeft AG betrokken dat ver
Ontzegging rijbevoegdheid (OBM) bij onbekend gebleven bestuurder. Art. 181 WVW 1994. Art. 62 jo. 92 RVV 1990. De bijkomende straf van OBM kan ook aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig worden opgelegd, indien deze wordt veroordeeld t.z.v. overtreding van art. 62 RVV 199
Wettelijk voorschrift a.b.i. art. 184.1 Sr. Artt. 159, 160.1, 177 en 178.2 WVW 1994. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2008:BB4108 en ECLI:NL:HR:2014:3639 m.b.t. het feit dat het in art. 184.1 Sr bedoelde wettelijk voorschrift uitdrukkelijk moet inhouden dat de be
Overtreding van art. 160, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW), als overtreding strafbaar gesteld bij artikel 177 WVW, kan niet worden vervolgd op grond van artikel 184 Sr. Op grond van artikel 382 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) dient een dergelijke over