Conclusie AG. Verlaten plaats ongeval en weigeren medewerking bevel ademonderzoek, art. 7.1.b en 163.2 WVW94. Middelen bevatten klachten over de bewezenverklaring, denaturering van een getuigenverklaring, (gedeeltelijke) toewijzing van de vordering van de benadeelde partij en opl
Wegenverkeerswet 1994
Art. 176 WVW
Genoemd in 42 uitspraken · Officiële wettekst
42 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
EAB Polen; weigering op grond van artikel 9, eerste lid, aanhef onder f, OLW.
Pools executie-EAB. Weigering vanwege de verjaring van de tenuitvoerleggingstermijn o.g.v. artikel 9, eerste lid, aanhef onder f, OLW.
Conclusie AG. Onderzoek a.b.i. art. 8.2.b WVW 1994. Kon het hof tot een bewezenverklaring komen terwijl het hof het bloedonderzoek had uitgesloten van het bewijs? Conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing.
Conclusie AG. Onder meer rijden met valse buitenlandse kentekenplaten (art. 41.1.d WVW 1994). Bewezenverklaard is het besturen van een personenauto met kentekenplaten “die, niet zijnde het ex art. 36 WVW 1994 aan de eigenaar of houder voor dat motorrijtuig opgegeven kenteken, doo
Pools EAB ter tenuitvoerlegging - gelijkstelling met een Nederlander - verjaring tenuitvoerlegging - overlevering geweigerd.
Afname DNA; wetswijziging; lex certa
Conclusie PG. Twee middelen. 1. Slagende klacht: hof miskent dat weigering bloedproef niet strafbaar is als ademonderzoek uitgevoerd had moeten worden. 2. Inzendtermijn overschreden. Conclusie strekt primair tot vernietiging van het arrest en tot terugwijzing naar het hof, subsid
Vrijspraak overtreding art. 6 en 5 WVW 1994. Weigeren medewerking verlenen aan bloedonderzoek. Enkele angst voor prikken is geen bijzondere geneeskundige reden op grond waarvan verdachte niet verplicht zou zijn aan het bloedonderzoek mee te werken.
Conclusie AG over art. 359 lid 3 Sv en bekennende verklaring van de verdachte. De AG geeft de Hoge Raad in overweging het cassatieberoep te verwerpen.
Ne bis in idem. Rijden onder invloed en rijden zonder rijbewijs ‘hetzelfde feit’ als bedoeld in art. 68 Sr?. Art. 8 en art. 107 WVW 1994 verschillen in zoverre van strekking dat art. 8 WVW 1994 strekt tot bescherming van de verkeersveiligheid, terwijl in art. 107 WVW 1994 het re
OM-cassatie. “Hetzelfde feit”, art. 68 Sr, art. 255a Sv, art. 8 en 9 WVW 1994. Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van “hetzelfde feit” i.d.z.v. art. 68 Sr en art. 255a Sv dient de rechter in een geval als het onderhavige de in de strafbeschikking en de tll. omschreven v
Overlevering partieel geweigerd, nu het tegen de opgeëiste persoon gewezen vonnis bij verstek is gewezen en niet voldaan is aan de voorwaarde zoals bedoeld in artikel 12 OLW.
Gegronde bewijsklacht pleegplaats. De bewezenverklaarde pleegplaats volgt niet uit de gebezigde bewijsmiddelen. Conclusie AG: verbeterd lezen.
1. Geldigheid inleidende dagvaarding. 2. Grondslagverlating. Ad 1.: De opvatting dat de niet-inachtneming van de in art. 4.1 van het Besluit kennisgeving gerechtelijke mededelingen genoemde termijn van 7 dagen leidt tot nietigheid van de betekening van de desbetreffende gerechtel
poging zware mishandeling, bewijsmotivering en strafmaatmotivering
OM-cassatie. Aan de op art. 163.9 WVW 1994 toegesneden tll. wilde de AG bij het Hof subsidiair art. 8.1 WVW 1994 toevoegen. Het Hof weigerde dit omdat de wijziging zou meebrengen dat niet langer hetzelfde feit a.b.i. art. 68 Sr ten laste zou zijn gelegd. HR: Bij de beoordeling va