De rechtbank vindt dat de verdachte in aanzienlijke mate onvoorzichtig en onachtzaam heeft gereden. Dit is de wettelijke ondergrens van schuld bij een aanrijding. In vergelijkbare zaken wordt hier meestal geen gevangenisstraf voor opgelegd. Tóch geeft de rechtbank verdachte een g
Wegenverkeerswet 1994
Art. 175 WVW
Genoemd in 416 uitspraken · Officiële wettekst
416 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Schuld in de zin van art 6 WVW en Overtreding van artikel 8 WVW, rijden onder invloed, wettig en overtuigend bewezen. Gevangenisstraf 6 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar + 18 maanden OBM.
Verkeersongeval Absdale, gemeente Hulst. Artikel 6 Wegenverkeerswet. Strafmaat.
Een 24-jarige man uit Utrecht heeft zich in de nacht van 3 op 4 februari 2017 in Nieuwegein schuldig gemaakt aan het veroorzaken van een dodelijk ongeval. De rechtbank Midden-Nederland veroordeelt de man tot een gevangenisstraf van 20 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk en
Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994. Verdachte heeft door zeer onvoorzichtig te rijden een eenzijdig verkeersongeval veroorzaakt, waarbij de bijrijder, zijn 18-jarige vriend, om het leven is gekomen. Verdachte verkeerde ten tijde van het ongeval onder invloed v
Roekeloosheid bij een verkeersruzie op de snelweg, art. 6 en 175 WVW 1994. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:960 m.b.t. roekeloosheid als zwaarste, aan opzet grenzende, schuldvorm, waarvan alleen in uitzonderlijke gevallen sprake is. Uit de bewijsvoering kan
-
Veroorzaker aanrijding in Breda waarbij een 3-jarige peuter werd gedood wordt vrijgesproken van doodslag en veroordeeld wegens overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar
Het hof veroordeelt een 34-jarige man tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, een taakstraf van 240 uren en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 4 jaar wegens overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, w
Art. 359.3 Sv. Bekennende verdachte? Roekeloos rijden. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2013:960. Het Hof heeft volstaan met een opgave van de b.m. als bedoeld in art. 359.3 Sv. Nu de verklaring van verdachte niet alle onderdelen betreft van het bewezenverklaarde, is het oordeel van het Ho
Een 28-jarige man is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 8 maanden, met een proeftijd van 3 jaar en een taakstraf van 240 uur voor het veroorzaken van een ernstig verkeersongeval in Rijssen op 27 april 2015. Hierbij raakten een man en jonge vrouw zwaar gewond.
De rechtbank veroordeelt de bestuurder van een tractor met aanhanger wegens aanmerkelijk verwijtbaar onvoorzichtig inhalen van een fietser, ten gevolge waarvan deze fietser ten val kwam en aan haar verwondingen is overleden, tot een werkstraf van 240 uur subsidiair 120 dagen verv
Oplegging Tbs-maatregel bij veroordeling t.z.v. art. 6 jo. 175 WVW 1994. Motiveringsplicht ex art. 359.7 Sv. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2013:BY8434: ingeval aan verdachte de maatregel van TBS met verpleging van overheidswege is opgelegd t.z.v. een misdrijf dat gericht is tegen of gev
artikel 6 WVW: verdachte heeft in hoge mate onvoorzichtig en onachtzaam gehandeld ten gevolge waarvan twee mensen zijn overleden. De rechtbank legt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf en een ontzegging van de rijbevoegdheid op.
Verdachte heeft onder invloed van alcohol een auto bestuurd en met die auto met een aanzienlijk hogere snelheid dan de toegestane snelheid gereden. Verdachte is uit de bocht gevlogen en over de kop geslagen. Daarbij is een van zijn passagiers uit de auto geslingerd en zij heeft z
Roekeloosheid, art. 6 jo. art. 175 WVW 1994. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2013:960, NJ 2014/25. De bewijsvoering van het Hof schiet tekort. De door het Hof blijkens de nadere bwo in aanmerking genomen omst. (drinken van 7x de toegestane hoeveelheid alcohol, rijden met een snelheid van
Art. 307.2 Sr, roekeloosheid. HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. de schuldvorm roekeloosheid a.b.i. art. 175.2 aanhef onder a WVW 1994 uit ECLI:NL:HR:2013:960, NJ 2014/25 en de schuldvorm roekeloosheid a.b.i. art. 307.2 Sr uit ECLI:NL:HR:2014:3057. De door het Hof in de be
Een 22-jarige man die onder invloed van alcohol een eenzijdig verkeersongeluk heeft veroorzaakt waarbij een 18-jarige vrouw om het leven kwam is door de rechtbank Overijssel schuldig bevonden aan zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag. De rechtbank veroordeelt de man tot een
Art. 6 WVW 1994. 1. Vrijspraak van roekeloosheid. 2. De rechtbank heeft in de kwalificatie ten onrechte opgenomen dat verdachte verkeerde in de toestand als bedoeld in art. 8 lid 2 sub b WVW 1994. Die toestand houdt in dat het alcoholgehalte van verdachtes bloed bij een onderzoek
Schuld i.d.z.v. roekeloosheid, art. 6 en 175 WVW 1994. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:960. Het Hof heeft zijn oordeel dat te dezen sprake is van roekeloosheid voorzien van een motivering als in deze overwegingen bedoeld. V.zv. het middel klaagt dat
Terugwijzing Hoge Raad. Artikel 6 WVW 1994. Verkeersongeval met dodelijke afloop. Verdachte reed, met een veel te hoge snelheid en met een alcoholgehalte in zijn bloed van meer dan zes keer de toegestane hoeveelheid, in zijn auto en raakte in botsing met een fietsster. Anders dan
Artt. 6 en 175 WVW 1994. Roekeloosheid. HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:960. In het licht van die overwegingen schiet de bewijsvoering van het Hof tekort. De door het Hof in het bijzonder in aanmerking genomen omstandigheden – kort gezegd, dat door verd
Roekeloosheid, art. 6 jo. art. 175.2 WVW 1994. De door het Hof in het bijzonder in aanmerking genomen omstandigheden dat verdachte onder invloed van alcohol en zonder in het bezit te zijn van een rijbewijs slingerend, met wisselende snelheden en op te korte afstand van andere aut
Schuld in de zin van roekeloosheid. Art. 6, 175 WVW 1994. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:960. In het licht van deze overwegingen schiet ’s Hofs bewijsvoering tekort. De door het Hof i.h.b. in aanmerking genomen omstandigheden – kort gezegd: fors alc
Art. 6 en 175 WVW 1994. Schuld in de zin van roekeloosheid. De HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:960. In het licht van deze overwegingen schiet de bewijsvoering van het Hof tekort.