Medeplegen overtreding artikel 6 WVW en overtreding artikel 8 WVW. Verdachte heeft door zijn roekeloos rijgedrag een ernstig verkeersongeval veroorzaakt (straatrace, veel te hoge snelheid, rijden onder invloed van alcohol en drugs), waardoor één slachtoffer zodanig letsel heeft o
Wegenverkeerswet 1994
Art. 165 WVW
Genoemd in 8 uitspraken · Officiële wettekst
8 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Medeplegen overtreding artikel 6 WVW en overtreding artikel 7 WVW. Verdachte heeft door zijn roekeloos rijgedrag een ernstig verkeersongeval veroorzaakt (straatrace, veel te hoge snelheid), waardoor één slachtoffer zodanig letsel heeft opgelopen dat daaruit ziekte of verhindering
Vrijspraak van overtreding 165 WVW (bekend maken gegevens bestuurder), omdat uit het dossier niet volgt dat de kentekenhouder een termijn is gesteld,
Overtreding ex art. 165 WVW 1994. Afwijzing getuigenverzoek toereikend gemotiveerd? HR stelt overwegingen van het EHRM in de zaak Keskin tegen Nederland m.b.t. het horen van “prosecution witnesses” (getuigen à charge) en “defence witnesses” (getuigen à décharge) voorop. Verder wi
Ontzegging rijbevoegdheid (OBM) bij onbekend gebleven bestuurder. Art. 181 WVW 1994. Art. 62 jo. 92 RVV 1990. De bijkomende straf van OBM kan ook aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig worden opgelegd, indien deze wordt veroordeeld t.z.v. overtreding van art. 62 RVV 199
Publicatie arresten Hoge Raad die zijn afgedaan met art. 80a RO, inclusief schriftuur n.a.v. een wetenschappelijk onderzoek. Zie NJB 2018/301, afl. 6, p. 404-412.
OM-cassatie. Art. 165 WVW 1994 (vordering om als kentekenhouder naam en personalia van de bestuurder kenbaar te maken) en zwijgrecht. Nu de wettelijke regeling tz. naar de kern genomen niet is gewijzigd, heeft het Hof terecht tot uitgangspunt genomen hetgeen in HR LJN ZC9475 uit
OM-cassatie. Art. 165 WVW 1994 (vordering om als kentekenhouder naam en personalia van de bestuurder kenbaar te maken) en zwijgrecht. Nu de wettelijke regeling tz. naar de kern genomen niet is gewijzigd, heeft het Hof terecht tot uitgangspunt genomen hetgeen in HR LJN ZC9475 uit