Rijden onder invloed, art. 8.2.a WVW 1994. Verplichting tot teruggave van ingehouden rijbewijs, art. 164.6 WVW 1994. Verweer dat art. 164.6 WVW 1994 is geschonden en OM n-o moet worden verklaard in vervolging. Betekenis art. 164.6 WVW 1994 v.zv. dat inhoudt dat OvJ ingevorderd ri
Wegenverkeerswet 1994
Art. 164 WVW
Genoemd in 203 uitspraken · Officiële wettekst
203 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Beschikking, klaagschrift ex art. 164.8 WVW 1994 strekkende tot teruggave van ingevorderd rijbewijs. OM-cassatie. Wanneer is sprake van ‘invordering’ a.b.i. art. 164.6 WVW 1994? Rb heeft geoordeeld dat onder ‘invordering’ moet worden verstaan de door opsporingsambtenaar gedane vo
Conclusie AG. 1. Klacht m.b.t. beëdiging Hof Den Bosch. 2. Klacht m.b.t. verwerping verweer strekkende tot n-o OM i.v.m. recidiveregeling art. 123b WVW 1994. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
Conclusie AG. OM-cassatie, klacht over oordeel rechtbank dat onder invordering als bedoeld in art. 164 lid 6 WVW 1994 moet worden verstaan de door de opsporingsambtenaar gedane vordering tot overgifte van het rijbewijs als bedoeld in art. 164 lid 1 WVW 1994, ongeacht of daarbij h
Veroordeling ter zake artikel 8 en 9 Wegenverkeerswet (WVW). Verweer in het kader van artikel 164, zesde lid WVW. Vordering overgifte rijbewijs of invordering van het rijbewijs.
Rijden terwijl overgifte van rijbewijs is gevorderd, art. 9.7 WVW 1994. Wanneer verliest de vordering tot overgifte van rijbewijs a.b.i. art. 164.1 WVW 1994 haar rechtskracht? Was rechtsplicht tot overgifte van rijbewijs vervallen, nu voorafgaand aan bewezenverklaarde bij niet-on
Conclusie AG. Inhouding en teruggave rijbewijs, art. 164 WVW 1994. Verplichting OM tot teruggave rijbewijs indien h.b. wordt ingesteld tegen vonnis waarbij geen rijontzegging is opgelegd of indien duur onvoorwaardelijk opgelegde rijontzegging bij aftrek van periode van inhouding
Conclusie AG. Beklag a.b.i. art. 164.8 WVW tegen inhouding ingevorderde rijbewijzen. Rb heeft op 9.4.2025 het klaagschrift ongegrond verklaard. Uit ingewonnen inlichtingen is gebleken dat het voorschrift van art. 164.6 WVW (dat de OvJ de rijbewijzen teruggeeft als niet binnen zes
Betreft een beslissing op een klaagschrift ingevorderd rijbewijs. De officier van justitie moet binnen 10 dagen na invordering beslissen of een rijbewijs al dan niet teruggegeven wordt aan verdachte. In deze zaak heeft de officier van justitie niet binnen die 10 dagen beslist.
Enkelvoudige kamer van het hof. Verwerping van kennelijke stelling van de raadsman, dat het niet tijdig nemen van de beslissing tot inhouding van het rijbewijs als rechtsgevolg heeft dat geen sprake (meer) is van invordering van het rijbewijs, vindt naar het oordeel van het hof g
Klaagschrift ex art. 164 WVW1994. Geen invordering i.d.z.v. art. 164 lid 6 WVW, Ook geen sprake van "fictieve invordering". Geen overschrijding 10 dagen termijn en geen situatie artikel 164 lid 6 WVW. Ongegrond.
Conclusie AG. Beklag ex art. 164 lid 8 WVW tegen inhouding rijbewijs wegens verdenking van rijden onder invloed. Rijbewijs is inmiddels teruggegeven aan de klager, zodat hij NO is in het cassatieberoep. De AG signaleert n.a.v. de cassatieschriftuur dat de schakelbepaling van art.
“Verzoek schadevergoeding gedeeltelijk toegewezen.”
Conclusie AG. De AG gaat in op de vraag wanneer een tot de verdachte ingevolge art. 164 WVW 1994 gerichte vordering tot overgifte van het rijbewijs haar rechtskracht verliest zodat het besturen van een motorrijtuig ondanks dat niet is voldaan aan de vordering tot overgifte van he
Vordering tot overgifte van rijbewijs, niet daadwerkelijk ingeleverd. Geen sprake van ingevorderd rijbewijs in de zin van artikel 164 WVW. Termijn van tien dagen van artikel 164 lid 6 WVW niet van toepassing. Verwijzing naar Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 6 februari 2020, ECLI:NL
Verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot vergoeding kosten rechtsbijstand na gegrondverklaring inhouding rijbewijs.
Gegrondverklaring klaagschrift ex artikel 164 lid 8 WVW, vanwege beslissing tot inhouding buiten de 10 dagen termijn. Redelijke wetsuitleg brengt mee dat onder "invordering" als bedoeld in art. 164 lid 6 WVW moet worden verstaan: de door de opsporingsambtenaar gedane vordering to
klaagschrift ex artikel 164 lid 8 van de Wegenverkeerswet 1994, deels gegrond
OM-cassatie. Beklag, beslag. 1. Ontvankelijkheid cassatieberoep. 2. Art. 164 WVW 1994, ingevorderd rijbewijs. Ad 1. De Rb heeft het klaagschrift van klager strekkende tot teruggave aan hem van zijn ingehouden rijbewijs, gegrond verklaard. Nu die beslissing afwijkt van het door de
invordering rijbewijs, Algemene Wet Bestuursrecht, bestuursorgaan, 164 WVW
Jeugdzaak. Opgave van bewijsmiddelen a.b.i. art. 359.3 Sv. Het Hof heeft kennelijk i.h.k.v. het voortbouwend appel niet alle aan verdachte tenlastegelegde feiten met verdachte besproken. Dat strookt met de in art. 415.2 Sv tot uitdrukking gebrachte bedoeling van de wetgever het o
Uitleg van het begrip ‘maand’ in de strafbepalingen van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994). Volgens art. 88 Sr wordt onder een maand een tijd van 30 dagen verstaan. Dit artikel behoort niet tot de bepalingen die ingevolge art. 91 Sr ook toepasselijk zijn op feiten waarop bij and
Uitleg van het begrip ‘maand’ in de strafbepalingen van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994). Volgens art. 88 Sr wordt onder een maand een tijd van 30 dagen verstaan. Dit artikel behoort niet tot de bepalingen die ingevolge art. 91 Sr ook toepasselijk zijn op feiten waarop bij and
Verdachtes rijbewijs is weliswaar ingevorderd geweest, maar vervolgens niet door de OvJ ingehouden ex art. 164 WVW 1994. Kennelijk abusievelijk spreekt het hof in zijn beslissing van “ingehouden” i.p.v. “ingevorderd”. HR leest verbeterd. Het middel strekt ten betoge dat het hof m