Rijden onder invloed van drugs (cannabinoïden), art. 8.1 en 163.4 WVW 1994 en art. 10 Besluit alcoholonderzoeken. Verplichting om na bloedonderzoek recht op contra-expertise mee te delen aan verdachte? Van "een onderzoek" a.b.i. 163.4 WVW 1994 is slechts sprake indien de waarborg
Wegenverkeerswet 1994
Art. 163 WVW
Genoemd in 178 uitspraken · Officiële wettekst
178 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Onderzoek als bedoeld in art. 163.4 WVW 1994. Van “een onderzoek” is slechts sprake indien de waarborgen zijn nageleefd waarmee de wetgever dat onderzoek heeft omringd. Tot die waarborgen behoort ingevolge art. 163.9 WVW 1994 dat een onderzoek van het afgenomen bloedmonster niet
Alleen t.a.v. een persoon die wordt verdacht van overtreding van art. 8 WVW 1994 kan de procedure strekkende tot een onderzoek van diens bloed worden toegepast, welke procedure aanvangt met het vragen van diens toestemming daartoe door een opsporingsambtenaar. Het hof heeft vastg
-
Conclusie AG. Rijden onder invloed. Art. 8.1 (oud) WVW 1994. Heeft hof verweer dat bloedmonsters niet zonder uitstel aan laboratorium zijn verzonden toereikend gemotiveerd verworpen? Conclusie strekt tot verwerping.
OM-cassatie. Grondslagverlating? Uitleg “onderzoek” a.b.i. art. 8.2 aanhef en onder a WVW 1994. Art. 8 (oud) en 9 Besluit Alcoholonderzoeken. Het Hof heeft overwogen dat ve vaker heeft geblazen dan o.g.v. art. 8.2 jo 9 Besluit is toegestaan en heeft op grond daarvan geoordeeld da
Conclusie AG. Weigeren medewerking aan bloedonderzoek, art. 163 WVW 1994. 1. Sprake van "bevel" tot verlenen van medewerking aan bloedonderzoek? Volgens AG heeft hof uit context kunnen afleiden dat verdachte verplicht was medewerking te verlenen aan bloedonderzoek en dat geen spr
Conclusie AG. Art. 8 en 5 WVW 1994. Met MDMA in auto rijden en ongeluk veroorzaken. Middel 1 gaat over ontbreken respons hof op uos dat bloedafname en bloedonderzoek zijn uitgevoerd in opdracht forensisch arts. Middel 2 heeft betrekking op uos over betrouwbaarheid getuigenverklar
Overtreding van artikel 163, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Veroordeling voor doodslag wegens het veroorzaken van een dodelijk verkeersongeval, waarbij een gezin om het leven is gekomen. Voorwaardelijk opzet op het veroorzaken van het dodelijk ongeval van drie personen. De verdachte heeft de verkeersregels in ernstige mate overtreden. Hij
Achmea heeft terecht dekking onder autoverzekering geweigerd, vanwege ontbreken medewerking aan bloedonderzoek i.v.m. vermoeden rijden onder invloed. Geen opzet tot misleiding bij invullen schadeformulier: boete onversch. bet. en verwijdering registraties
Conclusie AG. OM-cassatie. Vrijspraak rijden onder invloed van amfetamine en cannabis, art. 8.5 WVW 1994. 90 minutentermijn voor bloedafname, art. 12.3 Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer. Dient deze termijn te worden aangemerkt als strikte waarborg waarmee he
Conclusie AG. Rijden onder invloed van MDMA, MDA en cannabis, art. 8.5 WVW 1994. 90 minutentermijn voor bloedafname, art. 12.3 Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer. Dient deze termijn te worden aangemerkt als strikte waarborg waarmee het onderzoek is omringd? C
Conclusie AG. OM-cassatie. Vrijspraak rijden onder invloed van cannabis, art. 8.5 WVW 1994. 90 minutentermijn voor bloedafname, art. 12.3 Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer. Dient deze termijn te worden aangemerkt als strikte waarborg waarmee het onderzoek is
Conclusie AG. OM-cassatie. Vrijspraak rijden onder invloed van MDMA, art. 8.5 WVW 1994. 90 minutentermijn voor bloedafname, art. 12.3 Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer. Dient deze termijn te worden aangemerkt als strikte waarborg waarmee het onderzoek is omr
overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht en terwijl de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel b, van deze wet. Het slachtoffer in deze z
Conclusie PG. Twee middelen. 1. Slagende klacht: hof miskent dat weigering bloedproef niet strafbaar is als ademonderzoek uitgevoerd had moeten worden. 2. Inzendtermijn overschreden. Conclusie strekt primair tot vernietiging van het arrest en tot terugwijzing naar het hof, subsid
Vrijspraak overtreding art. 6 en 5 WVW 1994. Weigeren medewerking verlenen aan bloedonderzoek. Enkele angst voor prikken is geen bijzondere geneeskundige reden op grond waarvan verdachte niet verplicht zou zijn aan het bloedonderzoek mee te werken.
Artt. 6 en 175 WVW 1994. Bewijs van schuld ex art. 6 WVW 1994; roekeloosheid. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AO5822 en HR LJN BU2016. De door het Hof genoemde omstandigheden dat verdachte de controle over het rijtuig heeft verloren, doordat hij na het gebruik van a
Veroordeling ter zake van overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl de schuld bestaat in roekeloosheid en het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood, terwijl de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, tweede lid, van deze wet e
HR: art. 81 RO.
Bevel bloedonderzoek ex art. 163 WVW 1994. De opvatting dat voor het ondergaan van bloedonderzoek alleen plaats is indien het ondergaan van ademonderzoek wegens het bestaan van bijzondere geneeskundige redenen onwenselijk is, vindt geen steun in art.163.4 WVW 1994. Die bepaling h
Bloedproef ex art. 8.2.b. WVW 1994; bijzondere geneeskundige redenen. 1. HR stelt het volgende voorop: (a) het in art. 8.2.a WVW 1994 bedoelde ademonderzoek behoort plaats te vinden daar waar het voor dat onderzoek bestemde apparaat aanwezig is en waar kan worden voldaan aan de -
Alleen t.a.v. een persoon die wordt verdacht van overtreding van art. 8 WVW 1994 kan de procedure strekkende tot een onderzoek van diens bloed worden toegepast, welke procedure aanvangt met het vragen van diens toestemming daartoe door een opsporingsambtenaar. Het hof heeft vastg
's Hofs oordeel dat verdachtes beroep op art. 163.3 WVW 1994 erop afstuit dat hij heeft nagelaten tegenover de verbalisanten op een niet voor misverstand vatbare wijze een beroep te doen op de in die bepaling bedoelde bijzondere medische redenen die het verlenen van meewerking aa