Verzekeringsrecht; devolutieve werking hoger beroep; samenloop WAM-verzekeringen; reikwijdte uitsluiting dekking / overtreding art. 8 WVW 1994 ontneemt bestuurder niet de wettelijke bevoegdheid een motorrijtuig te besturen; reikwijdte begrip “feit van algemene bekendheid” miskend
Wegenverkeerswet 1994
Art. 162 WVW
Genoemd in 17 uitspraken · Officiële wettekst
17 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Conclusie plv. AG. Rijden met geschorst rijbewijs (art. 9 lid 5 WVW 1994). Beginsel van de formele rechtskracht. Kon het hof bij de beantwoording van de bewijsvraag de rechtmatigheid van het besluit tot schorsing zelfstandig onderzoeken, terwijl tegen dit besluit een met voldoend
Kort geding. Recidiveregeling ex artikel 123b Wegenverkeerswet. Ongeldig rijbewijs. Criminal charge.
Bij besluit van 26 mei 2008 heeft de hoofdagent [appellant] een rijverbod opgelegd voor de duur van zeven uren.
Vergoeding voor contra-expertise toegewezen (art. 529 Sv). Geen vergoeding voor periode dat verzoeker rijbewijs kwijt was als gevolg van opgelegd rijverbod; geen overeenkomstige toepassing art. 164 lid 9 WVW.
Het rijverbod ex art. 162.2 WVW 1994 heeft eerst rechtskracht na de vastlegging in een beschikking en de bekendmaking daarvan aan de betrokkene (art. 3:41.1 Awb). ’s Hofs oordeel dat de omstandigheid dat het rijverbod mondeling is opgelegd niet in de weg staat aan de geldigheid v
-
Vrijspraak overtreding rijverbod.
Conclusie AG. Verbalisanten zien twee mannen bij geopende kofferbak van geparkeerde auto staan en besluiten tot controle van voertuig en bestuurder. Middel klaagt o.a. over oordeel hof dat verbalisanten het voertuig van verdachten hebben gecontroleerd op grond van art. 160 WVW 19
Strafmotivering. Verwijzing naar eerdere veroordelingen t.z.v. rijden onder invloed en besturen van motorrijtuig met geschorst rijbewijs, terwijl uit JD blijkt dat eerdere veroordeling t.z.v. besturen van motorrijtuig met geschorst rijbewijs t.t.v. het bewezen verklaarde besturen
Falende bewijsklacht (rijden onder invloed en negeren van een rijverbod a.b.i. art. 162.1 WVW 1994).
Verkeersaansprakelijkheid; art. 5 WVW 1994, art. 6:162 BW. Aanrijding tussen twee automobilisten op een kruising. Oordeel hof dat geen van partijen bewijs heeft geleverd met betrekking tot de vraag welke partij door rood licht is gereden, voldoende gemotiveerd. Bij beantwoording
Verzekeringsplicht. Verzekeringsvoorwaarden (auto) sluiten vergoeding uit bij overtreding art. 8 WVW. Aanrijding in Duitsland. Bloedonderzoek uitslag 0,33 0/00 maar daaraan voorafgaande blaastest wijst 0,66 0/00 aan. Verzekeraar beroept zich ten onrechte op de ademanalyse.
verzekeringsovereenkomst, beroep op uitsluitingsclausule rijden onder invloed, rijden onder invloed voorshands bewezen, tegenbewijs
Strafmotivering. Het Hof heeft, in overeenstemming met art. 359.5 Sv in zijn overwegingen in het bijzonder de redenen opgegeven die de opgelegde taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 20 uur hebben bepaald. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk en is toereikend gemo
Het rijverbod ex art. 162.2 WVW 1994 heeft eerst rechtskracht na de vastlegging in een beschikking en de bekendmaking daarvan aan de betrokkene (art. 3:41.1 Awb). ’s Hofs oordeel dat de omstandigheid dat het rijverbod mondeling is opgelegd niet in de weg staat aan de geldigheid v
-