Conclusie AG. O.m. rijden terwijl verdachte wist dat geldigheid van zijn rijbewijs was geschorst (art. 9.5 WVW 1994). Volgens de AG blijkt niet voldoende uit bewijsvoering hof dat verdachte wist dat geldigheid van zijn rijbewijs was geschorst. Conclusie strekt tot vernietiging en
Wegenverkeerswet 1994
Art. 130 WVW
Genoemd in 102 uitspraken · Officiële wettekst
102 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Conclusie AG. Veroordeling voor rijden na ongeldigverklaring rijbewijs (art. 9.2 WVW 1994). Staat het beschikken over een buitenlands (Bosnisch) rijbewijs in de weg aan veroordeling tzv art. 9.2 WVW, eerste volzin? AG is komt na bespreking wettekst en ratio van de wet tot het oor
Conclusie AG. Rijden met geschorst rijbewijs. Art. 9 lid 5 WVW 1994. Bekendmakingseisen ongeldig verklaard rijbewijs (a.b.i. art. 9 lid 2 eerste volzin WVW 1994) van overeenkomstige toepassing bij geschorst rijbewijs? De A-G oordeelt dat ook voor een bewezenverklaring van art. 9
Conclusie AG. Beklag ex art. 164 lid 8 WVW 1994 strekkende tot teruggave aan klager van zijn ingevorderde en door het openbaar ministerie ingehouden rijbewijs. Volgens de AG moet het ervoor worden gehouden dat de klager geen belang meer heeft bij het cassatieberoep omdat van inho
Art. 9.2 WVW 1994. Ongeldig verklaard rijbewijs. Weten/Redelijkerwijs moeten weten. De door het Hof gebezigde bewijsmiddelen houden - samengevat weergegeven - in dat het rijbewijs van verdachte bij besluit van 6 september 2000 ongeldig is verklaard, dat dit besluit zowel bij aang
Schorsing geldigheid rijbewijs verzoeker en bevel tot deelname onderzoek naar de geschiktheid. Verweerder heeft nagelaten zelf te onderzoeken of er duidelijke aanwijzingen bestaan dat betrokkene lijdt aan een aandoening waardoor hij geestelijk en/of lichamelijk niet goed function
Verdachtes rijbewijs is weliswaar ingevorderd geweest, maar vervolgens niet door de OvJ ingehouden ex art. 164 WVW 1994. Kennelijk abusievelijk spreekt het hof in zijn beslissing van “ingehouden” i.p.v. “ingevorderd”. HR leest verbeterd. Het middel strekt ten betoge dat het hof m
Bij besluit van 21 december 2004 heeft de algemeen directeur van de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (hierna: de directeur ) bepaald dat appellant verplicht is mee te werken aan een onderzoek naar de geschiktheid, vereist voor het besturen van een of meer categor
Grondslagverlating. De wetgever heeft v.w.b. het verbod om een motorrijtuig te besturen of te doen besturen na een vordering tot overgifte van het rijbewijs dan wel gedurende de tijd dat het rijbewijs is ingevorderd en nog niet is teruggegeven, in art. 9.4 en 9.7 jo. art. 176.3 W
-