Bij besluit van 2 juni 2020 heeft de directie van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen aan [appellant] een onderzoek naar de rijgeschiktheid opgelegd en de geldigheid van het rijbewijs geschorst. Op 25 februari 2020 is [appellant] door verbalisanten van de politie-eenheid
Wegenverkeerswet 1994
Art. 130 WVW
Genoemd in 102 uitspraken · Officiële wettekst
102 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
OM-cassatie. Vrijspraak t.z.v. rijden terwijl verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat geldigheid van zijn rijbewijs was geschorst, art. 9.5 WVW 1994. Formele rechtskracht van besluit van bestuursorgaan in strafrecht. Kon hof oordelen dat strafrechter (bij beoordeling van
Bij besluit van 12 oktober 2020 heeft het CBR [appellante] een onderzoek naar de rijgeschiktheid opgelegd en de geldigheid van haar rijbewijs geschorst. [appellante] heeft op 21 april 2020, 22 mei 2020, 2 en 6 juli 2020 contact gehad met de politie. De betrokken politieambtenaren
Alcoholslotprogramma (asp). Art. 8 WVW 1994. Bij de huidige Nederlandse regelgeving is de strafvervolging van een verdachte t.z.v. het rijden onder invloed van alcoholhoudende drank in strijd met de beginselen van een goede procesorde in die gevallen waarin verdachte o.g.v. datze
Bij besluit van 8 juli 2022 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen aan [appellante] een onderzoek opgelegd naar haar drugsgebruik en haar rijbewijs geschorst totdat de uitslag van dit onderzoek bekend is. Het CBR heeft [appellante] een onderzoek naar de geschiktheid, m
Conclusie plv. AG. Rijden met geschorst rijbewijs (art. 9 lid 5 WVW 1994). Beginsel van de formele rechtskracht. Kon het hof bij de beantwoording van de bewijsvraag de rechtmatigheid van het besluit tot schorsing zelfstandig onderzoeken, terwijl tegen dit besluit een met voldoend
Niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging van verdachte ter zake van overtreding van artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994. Naar aanleiding van de schriftelijke mededeling van genoemde overtreding heeft het CBR het aan verdachte afgegeven rijbewijs
Conclusie AG. O.m. rijden terwijl verdachte wist dat geldigheid van zijn rijbewijs was geschorst (art. 9.5 WVW 1994). Volgens de AG blijkt niet voldoende uit bewijsvoering hof dat verdachte wist dat geldigheid van zijn rijbewijs was geschorst. Conclusie strekt tot vernietiging en
Conclusie AG. Strafvervolging na niet-naleving voorwaarden alcoholslotprogramma in combinatie met ongeldigverklaring rijbewijs. AG bespreekt de vraag naar de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging.
Beroep op dwaling bij aangaan arbeidsovereenkomst wegens ongeschiktheid tot het besturen van een taxi na het doormaken van een TIA niet gehonoreerd. CBR bepaalt of van ongeschiktheid sprake is. Regeling eisen geschiktheid 2000.
Verzoeker is door de politie aangehouden omdat zijn rijgedrag deed vermoeden dat er mogelijk sprake was van een overtreding van artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994. Uit onderzoek bleek dit niet het geval te zijn. In dit geding dient te worden beoordeeld of verweerder bij het b
Conclusie AG. Rijden met geschorst rijbewijs. Art. 9 lid 5 WVW 1994. Bekendmakingseisen ongeldig verklaard rijbewijs (a.b.i. art. 9 lid 2 eerste volzin WVW 1994) van overeenkomstige toepassing bij geschorst rijbewijs? De A-G oordeelt dat ook voor een bewezenverklaring van art. 9
Conclusie AG. Veroordeling wegens rijden onder invloed, 455 microgram (art. 8 lid 2 onder a WVW 1994). Strafvervolging na oplegging Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (EMA) in strijd met het ne bis in idem-beginsel? EMA punitieve sanctie gelet op de kosten? Middel 1 klaagt o
Oplegging Educatieve Maatregel Alcohol en Verkeer (EMA); beroep ongegrond. Niet in geschil is dat eiser te veel had gedronken. Met voldoende mate van zekerheid is komen vast te staan dat eiser onder invloed van alcohol de auto heeft bestuurd. De EMA-cursus is op goede gronden aan
Schuld aan dodelijk verkeersongeval artikel 6 WVW 1994 na wegraking door voorzienbaar alcoholinsult.
WVW
Gevoegde CBR-zaken. Gezondheidsverklaringsprocedure. Door het uitblijven van een rijtest is het rijbewijs van eiser uiteindelijk ongeldig verklaard. Eiser heeft aangevoerd dat hij wilde wachten met de rijtest tot de Coronapandemie voorbij is. Daarbij is onder meer een beroep geda
Artikel 130, eerste lid, Wegenverkeerswet – rijgeschiktheidsmaatregel – ongegrond
Verweerder heeft na ontvangst van een mededeling als bedoeld in artikel 130 van de Wegenverkeerswet 1994, aan eiseres een onderzoek naar de rijvaardigheid of rijgeschiktheid opgelegd. Verweerder mocht uitgaan van de betrouwbaarheid en juistheid van de waarnemingen zoals vermeld i
Verwerping verweer over niet-ontvankelijkheid OM. Ne-bis-in-idem. Vervolging t.z.v. weigeren medewerking te verlenen aan ademanalyseonderzoek (art. 8 WVW 1994), voor welk feit aan verdachte reeds een Lichte Educatieve Maatregel Alcohol en Verkeer (LEMA) is opgelegd, levert geen d
Niet-ontvankelijkheid OM wegens dubbele vervolging (ne bis in idem)? Vervolging t.z.v. weigering mee te werken aan ademanalyse (art. 163.2 WVW 1994), voor welk feit aan verdachte reeds een Educatieve Maatregel Alcohol en Verkeer (EMA) is opgelegd. Blijkens art. 130.1 jo. 131.1.a
Vorderingsprocedure om mee te werken aan onderzoek naar rijvaardigheid of geschiktheid om motorvoertuigen te besturen. Vermoeden gebaseerd op gegevens uit “andere bron”, een brief uit familiekring. Uit het systeem van de Wvw en de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschikthe
Vervolg alcoholslotprogramma (asp). HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2015:434. Hetgeen in dat arrest is overwogen m.b.t. de strafvervolging van een verdachte t.z.v. het rijden onder invloed van alcoholhoudende drank, geldt ook in zaken betreffende de weigering va
intrekking taxivergunning
Taxiverordening Amsterdam weigering taxivergunning Amsterdam