Rijden terwijl verdachte wist dat rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994. 1. Was rijbewijs verdachte op pleegdatum ongeldig? 2. Is na ongeldigverklaring rijbewijs geen ander rijbewijs afgegeven aan verdachte? 3. Kan uit omstandigheid dat besluit tot ongeldigverklarin
Wegenverkeerswet 1994
Art. 107 WVW
Genoemd in 119 uitspraken · Officiële wettekst
119 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Rijden terwijl verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994. Bewijsklachten. Kan uit omstandigheid dat rijbewijs van verdachte 8 jaren geleden ongeldig is verklaard, worden afgeleid dat verdachte redelijkerwijs moest we
CAG over art. 9 lid 2 WVW 1994, rijden met een ongeldigverklaard rijbewijs. De AG gaat in op het bewijs van het van kracht zijn van de ongeldigverklaring en de eis dat de bestuurder moet weten of redelijkerwijze moet weten dat het rijbewijs ongeldig is verklaard. In het onderhavi
Rijden terwijl verdachte wist dat rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994. Kan uit bewijsmiddelen volgen dat besluit tot ongeldigverklaring aan verdachte bekend is gemaakt, dat verdachte wist dat rijbewijs ongeldig was verklaard en dat na ongeldigverklaring van rijbew
Rijden terwijl verdachte redelijkerwijs moest weten dat rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994. Bewijsklacht. Kan uit omstandigheden dat door verdachte bezwaarschrift is ingediend tegen besluit tot ongeldigverklaring van rijbewijs en rijbewijs van verdachte door CBR
Conclusie plv. AG. Rijden met geschorst rijbewijs (art. 9 lid 5 WVW 1994). Beginsel van de formele rechtskracht. Kon het hof bij de beantwoording van de bewijsvraag de rechtmatigheid van het besluit tot schorsing zelfstandig onderzoeken, terwijl tegen dit besluit een met voldoend
Ontbreken p-v van de tz. in e.a. bij de stukken. O.g.v. nader bij het Hof ingewonnen informatie moet worden aangenomen dat het pv van de tz. in e.a. niet meer beschikbaar zal komen. Nu in h.b. geen beroep is gedaan op het ontbreken van genoemd p-v, kan daarover niet voor het eer
Rijden terwijl verdachte “redelijkerwijs moest weten” dat rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994. Bewijsklacht. Kan uit omstandigheid dat besluit CBR tot ongeldigverklaring rijbewijs per aangetekende brief is verzonden, nadat verdachte 2 keer is gezakt voor rijvaardi
Rijden terwijl verdachte redelijkerwijs moest weten dat rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994. Bewijsklacht. Kan uit omstandigheid dat verdachte voorafgaand aan feit 6 keer is veroordeeld voor rijden zonder geldig rijbewijs, worden afgeleid dat verdachte ‘redelijker
Ne bis in idem. Rijden onder invloed en rijden zonder rijbewijs ‘hetzelfde feit’ als bedoeld in art. 68 Sr?. Art. 8 en art. 107 WVW 1994 verschillen in zoverre van strekking dat art. 8 WVW 1994 strekt tot bescherming van de verkeersveiligheid, terwijl in art. 107 WVW 1994 het re
Rijden terwijl verdachte redelijkerwijs moest weten dat rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994. Bewijsklachten. Kan uit brieven van CBR, waarin betaling van kosten voor cursus over verantwoord rijgedrag wordt bevestigd, worden afgeleid dat besluit tot ongeldigverklar
Conclusie AG. Rijden terwijl verdachte wist dat rijbewijs ongeldig was verklaard? Terechte bewijsklacht omdat uit de bewijsmiddelen niet kan volgen dat, wanneer en op welke wijze verzending van de mededeling (besluit) van de ongeldigverklaring van het rijbewijs aan verdachte heef
Kort geding. Recidiveregeling ex artikel 123b Wegenverkeerswet. Ongeldig rijbewijs. Criminal charge.
Rijden terwijl verdachte redelijkerwijs moest weten dat rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994. Ontvankelijkheid OM in de vervolging. Gerechtvaardigd vertrouwen dat strafbeschikking en geen dagvaarding zou volgen? Bij constatering van het tlgd. is aan verdachte een z
Conclusie AG. 1. Oplichting (tanken zonder te betalen) en 2. rijden met ongeldig rijbewijs. Middel 1 stelt causaliteit tussen oplichtingsmiddel en afgifte benzine ter discussie. Middel 2 is gericht tegen de bewezenverklaring van de wetenschap dat het rijbewijs ongeldig was verkla
Ontvankelijkheid cassatieberoep. Het bestreden arrest heeft o.m. betrekking op (sub 2) overtreding van art. 5 WVW 1994 en (sub 3) overtreding van art. 107.1 WVW 1994 ter zake waarvan het Hof de verdachte heeft veroordeeld tot EUR 250,- geldboete subs. 5 dgn. hechtenis, onderschei
Rijden terwijl verdachte wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994. 1. Bewijsklacht bekendmakingsvereiste. Kan uit bewijsvoering volgen dat besluit waarbij rijbewijs van verdachte ongeldig is verklaard, aan verdachte bekend is gemaakt? 2. Bewijsklacht wete
OM-cassatie en cassatie verdachte. Vrijspraak t.z.v. rijden terwijl verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat rijbewijs ongeldig was verklaard (art. 9.2 WVW 1994) en veroordeling t.z.v. rijden onder invloed (art. 8.2.a WVW 1994). 1. Cassatie verdachte. Geen schriftuur. 2.
Conclusie AG. Veroordeling wegens ‘rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs’ (art. 9.2 WVW 1994). Falende klachten over wetenschap van verdachte dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard en over een voor het bewijs gebruikt proces-verbaal. Conclusie strekt tot verwerping van h
Rijden terwijl verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht. Kan uit omstandigheid dat politieambtenaar aan verdachte heeft medegedeeld dat zijn rijbewijs ongeldig is verklaard, wor
Conclusie AG. O.m. rijden terwijl verdachte wist dat geldigheid van zijn rijbewijs was geschorst (art. 9.5 WVW 1994). Volgens de AG blijkt niet voldoende uit bewijsvoering hof dat verdachte wist dat geldigheid van zijn rijbewijs was geschorst. Conclusie strekt tot vernietiging en
Conclusie AG. Rijden terwijl verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat rijbewijs ongeldig was verklaard. Art. 9.2 WVW 1994. 1. Klacht over bewijs van wetenschap. 2. Klacht over schending redelijke termijn. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
Artikelen 6 en 8 Wegenverkeerswet 1994 (eendaadse samenloop). Verkeersongeval met zwaar lichamelijk letsel. Roekeloos. Gevangenisstraf 180 dagen, waarvan 167 dagen voorwaardelijk, taakstraf 240 uren, rijontzegging 3 jaren. Geldboete € 370,00 voor rijden zonder rijbewijs (artikel
Conclusie AG. In de conclusie gaat de AG in op de bijkomende straf van verbeurdverklaring (i.c. van een Mercedes bedrijfsbus) in relatie tot het draagkrachtbeginsel als bedoeld in art. 33 lid 2 Sr (jo. art. 24 Sr) en de compensatiebepaling van art. 33c lid 2 Sr. De conclusie stre
Conclusie AG. Overtreding art. 107.1 WVW 1994. 1. Oordeel hof dat de betekening van de appeldagvaarding rechtsgeldig op het BRP-adres van verdachte heeft plaatsgevonden is niet onjuist. Uit Justitiële Documentatie en detentieoverzicht van verdachte blijkt dat hij t.t.v. de uitrei