Medezeggenschap. Is voor wijziging pensioengrondslag instemming OR vereist? Art. 27 lid 1 onder a WOR. Is de beslissing van de OR om geen instemming te geven onredelijk? Art. 27 lid 4 WOR; maatstaf.
Wet op de ondernemingsraden
Art. 36 WOR
Genoemd in 118 uitspraken · Officiële wettekst
118 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Arbeidszaak. Geschil tussen ondernemingsraad en onderneming of doorgevoerde wijziging inhoudt één in de beloning zelf of één in het systeem van beloning, in welk geval het besluit ter instemming aan de ondernemingsraad had moeten worden voorgelegd. Na omstandige afweging wordt de
Art. 36, lid 4 WOR (Wet op de ondernemingsraden) is van openbare orde. Op overschrijding van de in genoemde artikel gestelde termijn kan te allen tijde (in welke stand van een geding ook) een beroep worden gedaan. Het sauveren van de termijnoverschrijding
De ondernemingsraad verzoekt de kantonrechter om de ondernemer te gebieden financiele informatie te verstrekken. De OR is deels niet-ontvankelijk in haar verzoek. De kantonrechter overweegt dat de omstandigheid dat de ondernemer deel uit maakt van groep geconsolideerde vennootsch
De onderhavige zaak heeft primair betrekking op het voorgenomen besluit van (de individuele onderneming) RAV tot wijziging per 1 juli 2006 van de dienstroosters voor de regionale ambulancevoorziening Gelderland-Zuid. Dergelijke dienstroosters moeten worden beschouwd als werktijdr
Arbeidtijdenzaak ambulancevervoer. Vervangende toestemming wegens weigering instemming OR geweigerd. Art. 4.8:1 lid 5 Arbeidstijdenbesluit, in werking per 1 juni 2006, strijdig met de artt. 3 jo. 17 leden 2 en 3 van de richtlijn 2003/88/EG.
Medezeggenschap van overheidspersoneel. Geschil tussen ondernemingsraad van een stadsdeel en het college van B&W over de vraag of het bij zijn besluit tot wijziging (vernieuwing) van het functiewaarderingssysteem voor eigen personeel gaat om een regeling van arbeidsvoorwaarden va
WOR; Geen sprake van een organisatorisch verband in de zin van artikel 1 lid 1 onder c WOR, noch van een zelfstandige eenheid. De OR heeft daarom geen bestaansrecht.