Hoger beroep. Boete wegens feitelijk leidinggeven aan overtreding van artikel 5:58, eerste lid, aanhef en onder d van de Wet financieel toezicht. Boete wegens feitelijk leidinggeven aan overtreding van artikel 5:25i, tweede lid van de Wet financieel toezicht onterecht.
Wet op het financieel toezicht
Art. 5:53 Wft
Genoemd in 30 uitspraken · Officiële wettekst
30 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Falende klachten tegen oordeel ondernemingskamer dat sprake was van wanbeleid bij Fortis na overname ABN AMRO: welbewust selectieve en onevenwichtige informatieverstrekking in het kader van aandelenemissie; ernstige tekortkomingen in (uitvoering v
Hoger beroep. Boete wegens feitelijk leidinggeven aan overtreding van artikel 5:25i, tweede lid en artikel 5:58, eerste lid, aanhef en onder d van de Wet financieel toezicht. Informatie als bedoeld in artikel 5:53 van de Wet financieel toezicht (koersgevoelige informatie) niet vo
De Ondernemingskamer heeft geoordeeld dat uit het onderzoeksverslag blijkt van wanbeleid van Fortis N.V. in de periode vanaf september 2007 tot en met september 2008 met betrekking tot de uitvoering van haar solvabiliteitsplanning in 2008, de informatieverschaffing over haar subp
Economisch. Art. 46 Wte (oud) 1995. Richtlijn marktmisbruik. Voorwetenschap. Begrippen “bijzonderheid”, “openbaarmaking”, “koersgevoeligheid” en “causaliteitsvereiste”.
Boete wegens overtreding van het mededelingsverbod als bedoeld in artikel 5:57, eerste lid, onder a, Wft. Voor de vraag of sprake is van voorwetenschap kan de betrouwbaarheid van de informatiebron mede van belang zijn. De omstandigheid dat de overtreding werd begaan in het kader
Artikel 5:25i llid 2 Wft, publicatie van voorwetenschap. Marktmisbruikrichtlijn en concreetheidsvereiste. De AFM heeft aan SBM Offshore N.V. (SBM) een bestuurlijke boete opgelegd van € 2 miljoen, omdat SBM in de periode van 27 maart 2012 tot 12 november 2014 viermaal zou hebben n
Wet financieel toezicht
Boete (€91.200) wegens overtreding artikel 5:25i, tweede lid, Wft; onverwijlde algemeenverkrijgbaarstelling van voorwetenschap; is hier sprake van concrete en koersgevoelige informatie?
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Falende klachten tegen oordeel ondernemingskamer dat sprake was van wanbeleid bij Fortis na overname ABN AMRO: welbewust selectieve en onevenwichtige informatieverstrekking in het kader van aandelenemissie; ernstige tekortkomingen in (uitvoering v
Economisch. Art. 46 Wte (oud) 1995. Richtlijn marktmisbruik. Voorwetenschap. Begrippen “bijzonderheid”, “openbaarmaking”, “koersgevoeligheid” en “causaliteitsvereiste”.
Financieel toezicht, boete, koersgevoelige informatie, uitstel, openbaarmaking, misleiding
Economisch. Art. 46 Wte (oud) 1995. Richtlijn marktmisbruik. Voorwetenschap. Begrippen “bijzonderheid”, “openbaarmaking”, “koersgevoeligheid” en “causaliteitsvereiste”.
Effectenrecht/verbintenissenrecht. Prospectusaansprakelijkheid. Volgende onderwerpen komen aan de orde: A. ontvankelijkheid Stichting; cessie en lastgeving; B. collectieve actie als bedoeld in art. 3:305a BW; C. algemene uitgangspunten prospectusaansprakel
Deze zaken gaan over de vraag of ING aansprakelijk is voor schade die de Beleggers zeggen te hebben geleden. Volgens de Beleggers heeft ING het beleggend publiek (en daarmee dus ook de Beleggers) misleid door in strijd met wet- en regelgeving bepaalde informatie niet, onjuist of
Openbaar maken koersgevoelige informatie op grond van artikel 5:25i lid 2 Wft. Uitgevende instelling had de gevorderde uitkoopprijs, die concreet was en rechtstreeks op haar betrekking had, onverwijld algemeen verkrijgbaar moeten stellen.
Handelen met voorwetenschap. Zoon verdachte is bevriend met een bankmedewerker die voorwetenschap heeft ter zake van vijf fondsen waarin zoon verdachte heeft gehandeld. Geen rechtstreeks bewijs dat verdachte via zoon beschikte over koersgevoelige informatie. Hoewel het beleggings
OM-cassatie. Voorwetenschap a.b.i. art. 46 (oud), vierde lid, Wet toezicht effectenverkeer 1995. Vereiste dat informatie “nog niet openbaar was”. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2011:BP2551. ’s Hofs oordeel dat de in het op 18 april 2006 openbaargemaakte persbericht opgenomen informatie a
OM-cassatie. Voorwetenschap a.b.i. art. 46 (oud), vierde lid, Wet toezicht effectenverkeer 1995. Vereiste dat informatie “nog niet openbaar was”. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2011:BP2551. ’s Hofs oordeel dat de in het op 18 april 2006 openbaargemaakte persbericht opgenomen informatie a
Financieel toezicht, boete, koersgevoelige informatie, uitstel, openbaarmaking, misleiding
Financieel toezicht, boete, koersgevoelige informatie, uitstel, openbaarmaking
Is sprake van informatie die als voorwetenschap kan worden bestempeld? Bewijsvraag: is sprake van bewuste nauwe samenwerking tussen 3 verdachten, waarvan 1 verdachte de transacties uitvoert op basis van deze voorwetenschap? Veroordeling tot werkstraffen van alle verdachten met he
Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige daad. Aanpassing optiecontracten door beurshoudster in verband met samenvoeging van aandelen onrechtmatig? Uitleg reglement (Corporate Actions Policy).
Ontvankelijkheid VEB in vordering ter behartiging van belangen van ex-aandeelhouders in Super de Boer. Uitstel van openbaarmaking van koersgevoelige informatie. Voorwaarde dat de uitgevende instelling de vertrouwelijkheid van deze informatie kan waarborgen.
Art. 46 Wte 1995. Besluit Marktmisbruik. Voorwetenschap. Uitlokken van het met voorwetenschap bewerkstelligen van transacties. Voordeelvereiste. Tussenpersoon. HR herhaalt regel uit LJN BJ3301 over het handelen met voorwetenschap. Voor een veroordeling t.z.v. art. 46.2 Wte 1995 i