“Zacht” consumentenkrediet. Kredietwaardigheidstoets niet uitgevoerd. Kredietovk nietig, vordering niet toewijsbaar op die grondslag, wel op grond van onverschuldigde betaling. Beroep op verjaring slaagt niet. Geen WR. Geen BIK ivm rauwelijks dagvaarden
Wet op het financieel toezicht
Art. 4:34 Wft
Genoemd in 222 uitspraken · Officiële wettekst
222 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 8 · live
Kredietverlening. Volgens appellanten was sprake van overkreditering. Bovendien zou de (bijzondere) zorgplicht zijn geschonden. De gevorderde verklaringen voor recht dat zij niet gehouden zijn tot betaling van de restschuld en dat geïntimeerde aansprakelijk is voor hun schade zij
Verwijdering van de codering A en de bijzonderheidscodering 3 uit het CKI van het BKR in deze specifieke situatie.
Securitisatie. Geen schending van zorgplicht ING door verzwijging van het op securitisatie gebaseerde verdienmodel. Geen tekortkoming in de plicht te waken voor overkreditering. Daling marktwaarde voor huizen geen onvoorziene omstandigheid.
Maatwerkhypotheek, afgesloten in 2007. Hof: 1. Geen schending van de bijzondere zorgplicht van de bank bij de kredietverlening. Geen causaal verband tussen een eventuele zorgplichtschending en de gestelde schade. 2. Geen dwaling.
Overkreditering. ELQ heeft in strijd met de op haar zelfstandig rustende onderzoeksplicht de door de tussenpersoon aangeleverde gegevens niet geverifieerd. ELQ wist dat cliënten, ook indien werd uitgegaan van de opgegeven inkomsten, niet in staat waren de lasten van de hypothecai
Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige overheidsdaad. Causaal verband tussen onrechtmatig handelen gemeente en schade?
verstek, ambtshalve toetsing, persoonlijke lening, informatieverplichtingen, geruime tijd, kredietwaardigheidstoets
Overkreditering; hypotheekverlener tekortgeschoten in zorgplicht; verdeling schade over partijen; verwijzing naar schadestaatprocedure.
Consumentenkrediet. Artikelen 7:60 BW, 7:61 BW en 4:34 Wft. Ambtshalve toetsing. Gespreid betalen. Is voldaan aan de (pre)contractuele informatieverplichtingen en kredietwaardigheidstoets?
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Financieel recht. Hypothecaire geldlening. Bijzondere zorgplicht bank. Art. 4:34 Wet op het financieel toezicht.
verstek, consumentenkrediet, ambtshalve toetsing precontractuele informatieverplichtingen en kredietwaardigheidstoets
Ambtshalve toetsing. Krediet. Geen goede opeisingsbrief. Afwijzing.
Verstek. Ambtshalve toetsing. Debetstand. Krediet. Geen rechtsgeldige opeisingsbedingen. Afwijzing.
Krediet op betaalrekening uit 2009 opeisbaar? Artikel 33 aanhef en onder c WCK oud. Niet gebleken van rechtsgeldige opeising wegens ontbreken vervroegde opeisingsbrief.
Eindvonnis na ambtshalve toetsing. Vordering bij akte voldoende toegelicht.
Eindvonnis na ambtshalve toetsing. Rabobank heeft de vordering voldoende toegelicht, ondanks ontbreken Esic-formulier.
Verstekvonnis na ambtshalve toetsing: bij akte voldoende toegelicht waarom vervroegd opeisingsbeding geldig is en dat is voldaan aan de zorgplicht van 4:34 Wft. Geen sprake van eenzijdige omzetting door Rabobank van een ander krediet in Rabo Kort Roodstaan. Vordering toegewezen.
Verstekvonnis na ambtshalve toetsing: bij akte voldoende toegelicht waarom beding niet oneerlijk is en dat is voldaan aan de (pre)contractuele informatieverplichtingen van 7:59 tm 7:61 BW en aan de zorgplicht van 4:34 Wft. Vordering toegewezen.
Verstekvonnis na ambtshalve toetsing: bij akte voldoende toegelicht waarom vervroegd opeisingsbeding geldig is en dat is voldaan aan de zorgplicht van 4:34 Wft, ondanks ontbreken Esic-formulier. Geen sprake van eenzijdige omzetting door Rabo van een ander krediet in Rabo Kort Roo
consumentenkrediet. verstek. ambtshalve toetsen telefonisch totstandgekomen krediet overeenkomst. (pre) contractuele informatieverplichtingen, kredietwaardigheid en eenzijdige wijziging van de kern van de prestatie. vernietiging overeenkomst
Vovo, bestuurlijke boete, overtreding art. 4:34, lid 1 en 2 Wft, publicatie. Verzoek is afgewezen.
Kredietovereenkomst. Ambtshalve toetsing. Er is geen opeisingsbeding overeengekomen en er is geen rechtsgeldige ingebrekestelling verstuurd. De vordering wordt afgewezen.
Tussenvonnis na eerder tussenvonnis (ECLI:NL:RBROT:2018:8292). Overkreditering consument? Art. 6:248 BW (redelijkheid en billijkheid). Nieuw rentepercentage hypothecaire lening.
Kredietovereenkomst. Ambtshalve toetsing. Tussenvonnis. Onduidelijk opeisingsbeding.