advisering financiële dienstverlener over consumptief krediet en betalingsbeschermers - boete - onvoldoende informatie ingewonnen om daarop advisering te mogen baseren - art. 4:23 Wft - AFM mag, behoudens tegenbewijs, in beginsel van uitgaan dat de onderneming haar advies niet he
Wet op het financieel toezicht
Art. 1:81 Wft
Genoemd in 10 uitspraken · Officiële wettekst
10 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Boete wegens bemiddelen zonder vergunning (artikel 2:80 Wft); geen aanleiding af te zien van boeteoplegging en de boete verder te matigen; uitzondering op verplichting tot openbaarmaking op grond van artikel 1:97 Wft is strikt geformuleerd, zodat geen plaats is voor een belangena
Boetebesluit AFM naar aanleiding van de uitzending van een reclamespotje over een beleggingsproduct, waarin onvoldoende duidelijk is gewaarschuwd voor mogelijke risico’s. Artikel 51, derde lid, MiFID-richtlijn. Toetsingskader artikelen 1:97 en 1:98 Wft. De artikelen 1:97 en 1:98
Financieel toezicht; terecht boete opgelegd wegens bemiddelen zonder vergunning; geen aanleiding om het boetebedrag verder te matigen; aanvraag om vergunning terecht afgewezen.
Boete wegens overtreding van het mededelingsverbod als bedoeld in artikel 5:57, eerste lid, onder a, Wft. Voor de vraag of sprake is van voorwetenschap kan de betrouwbaarheid van de informatiebron mede van belang zijn. De omstandigheid dat de overtreding werd begaan in het kader
Tussenuitspraak. Boete opgelegd van € 2.000.000,- wegens overtreding van artikel 2:60, eerste lid, van de Wft. Boetehoogte gebaseerd op het door de overtreding verkregen voordeel, welke mogelijkheid is neergelegd in artikel 1:81, derde lid, van de Wft (oud). Het College sluit aan
Niet onverwijld gemeld dat betrokkene is gehoord als verdachte; terecht boete opgelegd van € 1000 wegens overtreding van artikel 102 Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft
Wet op het financieel toezicht
Financieel toezicht, boete, koersgevoelige informatie, uitstel, openbaarmaking, misleiding
Boeteoplegging in verband met het onvoldoende nakomen van zorgplicht in advisering van beleggings-verzekeringen aan consumenten. De voorzieningenrechter volgt het standpunt van de AFM dat artikel 4:23, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht is overtreden. Publicatie va