Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Vermogensrecht. Financieel recht. Is vordering van een bank uit geldlening overdraagbaar aan een niet-bank? Art. 3:83 lid 1 BW. Inhoud gecedeerde vordering. Art. 6:142 en 6:144 BW. Zorgplichten bank. Zorgplichten niet-bank. Verweermiddelen schuld
Wet op het financieel toezicht
Art. 1:24 Wft
Genoemd in 9 uitspraken · Officiële wettekst
9 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Vermogensrecht. Financieel recht. Is vordering van een bank uit geldlening overdraagbaar aan een niet-bank? Art. 3:83 lid 1 BW. Inhoud gecedeerde vordering. Art. 6:142 en 6:144 BW. Zorgplichten bank. Zorgplichten niet-bank. Verweermiddelen schuld
mededeling door ex-werkgever over ex-werknemer aan nieuwe werkgever onrechtmatig?
Onrechtmatige daad. Wet financieel toezicht. Deconfiture DSB Bank; AFM aansprakelijk wegens tekortschieten als toezichthouder? Stelsel (financieel) gedragstoezicht, beleids- en beoordelingsvrijheid toezichthouder bij uitoefening wettelijke bevoegdheden, marginale toetsing (HR 13
Onvoldoende toezicht van AFM op informatieverstrekking door DSB over achtergestelde deposito's.
Verzoek voorlopig getuigenverhoor. Verzoek deels toewijsbaar. Verzoeker heeft voldoende omstandigheden aangevoerd die een voorlopig getuigenverhoor met betrekking tot de door hem gestelde opzettelijke schending door de Nederlandsche Bank van haar geheimhoudingsplicht rechtvaardig
Onrechtmatige overheidsdaad. Toezichthoudersaansprakelijkheid. Toezicht DNB op pensioenfondsen. Art. 210 Pensioenwet; onbevoegdelijke doorhaling van pensioenfonds in register pensioenfondsen door DNB? Wettelijke beperking van aansprakelijkheid, art. 1:25d lid 1 Wft.
Beklag art. 12 Sv tegen (bestuurders van) De Nederlandsche Bank afgewezen. Onvoldoende bewijs voor opzettelijke schending van wettelijke geheimhoudingsplicht m.b.t. aanvraag noodregeling DSB Bank. Informeren van derden conform wettelijke taak beklaagden.
Handelt DNB onrechtmatig door (het voornemen) eiser te willen hertoetsen, in de zin van artikel 3:9 Wft, in zijn functie als [...] en […] te willen informeren over dat voornemen? Nee. Voorlopig oordeel dat sprake is van een redelijke aanleiding voor hertoetsing. Geen sprake van o