Economische zaak. 1. Afwijzing verzoek om medeverdachte (opnieuw) als getuige op te roepen. Art. 288 Sv. 2. Afwijzing verzoek tot het stellen van prejudiciële vragen aan het HvJEU. Verbod invoer ongeregistreerde geneesmiddelen in strijd met art. 28 EG-verdrag (verbod op kwantitat
Wetboek van Strafvordering
Art. 6 Sv
Genoemd in 57 uitspraken · Officiële wettekst
57 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Economische zaak. Afwijzing verzoek tot het stellen van prejudiciële vragen aan het HvJEU. Verbod invoer ongeregistreerde geneesmiddelen in strijd met art. 28 EG-verdrag (verbod op kwantitatieve invoerbeperkingen)? Art. 3.4.ahf onder a Wet op de Geneesmiddelenvoorziening (hierna:
Conclusie AG in de megazaak Eris (liquidaties en voorbereidingen van liquidaties). Middelen over o.m. de rechtmatigheid van de deal met de kroongetuige en over de enkele ambtshalve constatering door het hof van vormverzuimen die verband houden met de Landeck- en Prokuratuur-probl
Megazaak Eris Eris betreft een onderzoek naar het in opdracht voor anderen uitvoeren van liquidaties, voorbereidingen van liquidaties en pogingen daartoe, die zijn gepleegd in een crimineel samenwerkingsverband met als oogmerk het plegen van liquidaties, voorbereidingen daarvan e
Ongeacht het feit dat de medeverdachte ten tijde van de feiten militair was, verklaart de rechtbank Gelderland te Arnhem zich ingevolge de regels voor de relatieve competentie onbevoegd om van de strafzaak van verdachte kennis te nemen.
Economische zaak . HR: art. 81.1 RO en overschrijding redelijke termijn in cassatie.
Strafoplegging. Aangenomen moet worden dat het Hof kennelijk abusievelijk in het dictum heeft opgenomen dat de verdachte wordt veroordeeld tot betaling van een geldboete van € 7.500,- (tienduizend euro); de HR leest dit als een geldboete van € 7.500,- (zevenduizend en vijfhonderd
Strafoplegging. Aangenomen moet worden dat het Hof kennelijk abusievelijk in het dictum heeft opgenomen dat de verdachte wordt veroordeeld tot betaling van een geldboete van € 7.500,- (tienduizend euro); de HR leest dit als een geldboete van € 7.500,- (zevenduizend en vijfhonderd
Hof beoordeelt naar aanleiding van een preliminiar verweer of de economische kamer van de rechtbank bevoegd was om, na wijziging tenlastelegging tengevolge waarvan de economische delicten kwamen te vervallen, kennis te nemen van de louter commune delicten die toen nog overbleven.
De werknemer van Trafigura, N. A., wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden (proeftijd 2 jaar) en een geldboete van 25.000 euro voor het feitelijk leidinggeven aan het afleveren van voor de gezondheid schadelijke waar, terwijl dat schadelijke karakt
De meervoudige economische raadkamer verklaart het bezwaarschrift tegen de dagvaarding gegrond en verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van de strafbare feiten welke ten laste zijn gelegd in de dagvaarding.
De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging dat door het openbaar ministerie vormen zijn verzuimd die moeten leiden tot niet ontvankelijkheid van het openbaar ministerie dan wel tot bewijsuitsluiting. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat door verdachte en
De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging dat door het openbaar ministerie vormen zijn verzuimd die moeten leiden tot niet ontvankelijkheid van het openbaar ministerie dan wel tot bewijsuitsluiting. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat door verdachte en
Relatieve bevoegd rechtbank. Toepasselijkheid artikel 2 lid 1 Sv in combinatie met de beperking van de forumkeuze als bedoeld in artikel 6 Sv., waarbij in geval van deelneming gekeken dient te worden naar "hetzelfde strafbare feit" en of sprake is van "gelijktijdige vervolging".
Opzettelijk onjuist doen van aangifte omzetbelasting (art. 69 AWR) en valsheid in geschrift door valse facturen in bedrijfsadministratie op te nemen (art. 225.1 Sr). 1. Verweer dat hof gebruik heeft gemaakt van stukken uit zaken tegen medeverdachten, die niet in dossier van verda
Opzettelijk onjuist doen van aangifte omzetbelasting (art. 69 AWR) en valsheid in geschrift door valse facturen in bedrijfsadministratie op te nemen (art. 225.1 Sr). 1. Verweer dat hof gebruik heeft gemaakt van stukken uit zaken tegen medeverdachten, die niet in dossier van verda