Verstek. Aanwezigheidsrecht. Het kantooradres van een advocaat dat is vermeld in de akte rechtsmiddel of de door hem verstrekte schriftelijke bijz. volmacht tot het instellen van een rechtsmiddel is niet een opgave van een adres a.b.i. art. 588a.1 onder c Sv, behoudens in een ver
Wetboek van Strafvordering
Art. 590 Sv
Genoemd in 54 uitspraken · Officiële wettekst
54 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
ISD-maatregel. Weigerende observandus. Art. 38m.4 en 5 Sr. Het klaarblijkelijke oordeel van het Hof dat zich i.c. het in art. 38m.5 Sr bedoelde geval voordoet dat verdachte weigert medewerking te verlenen aan een onderzoek als in die bepaling bedoeld, geeft niet blijk van een onj
Art. 588a.1.ahf.c Sv. De vermelding van het adres X in de schriftelijke volmacht kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als de opgave door verdachte van een adres in de zin van art. 588a.1.ahf.c Sv waaraan mededelingen over de strafzaak kunnen worden toegezonden. Uit de stukk
Betekening appeldagvaarding. Aanbieding op GBA-adres. Bij aan de HR toegezonden stukken bevindt zich een aan het dubbel van de appeldagvaarding gehechte akte van uitreiking, inhoudende als adres van verdachte [adres A] te Alkmaar en voorts inhoudende dat die dagvaarding “niet is
Verdachte n-o in cassatieberoep nu niet tijdig beroep in cassatie is ingediend.
Verzending oproeping t.b.v. derde zitting in h.b. naar adres van verdachte in Roemenië. Geen Roemeense vertaling. Art. 588.2 Sv jo. art. 5.3 en 4 EU-rechtshulpovereenkomst en art. 7.3 Europees Verdrag aangaande wederzijdse rechtshulp in strafzaken. Bij de stukken van het geding w
Verstekverlening. De vermelding van het adres X in de appelakte kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als de opgave van een adres a.b.i. art. 588a.1.ahf.c Sv waaraan mededelingen over de strafzaak kunnen worden toegezonden. Uit de stukken van het geding kan niet blijken dat
Dagvaardingstermijn. Artt. 411.2, 413.1, 588a.1, 588a.4 en 590.3 Sv. Ex art. 588a.1 Sv wordt een afschrift van de dagvaarding of oproeping van verdachte om op de tz. te verschijnen toegezonden aan een in die bepaling genoemd adres waaraan mededelingen over de strafzaak kunnen wor
Vijf straatroven en één poging tot straatroof in Amsterdam-Zuidoost. Vrijspraak van aanwezig hebben verdovende middelen. Veroorderling tot gevangenisstraf van 9 jaren. Geen TBS opgelegd, aangezien geen ziekelijke stoornis of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens kan worde
Profijtontneming. Art. 588a.1.ahf.c Sv. De vermelding van het adres “post/verblijf/huidig adres’’ X in de appelakte kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als de opgave van een adres in de zin van art. 588a.1.ahf.c Sv waaraan mededelingen over de strafzaak kunnen worden toege
Aanwezigheidsrecht. Art. 588a Sv. De HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AD4727. Gelet daarop en in aanmerking genomen dat de raadsman blijkens het p-v van de tz. in h.b. in de gelegenheid is gesteld de afwezigheid van verdachte toe te lichten doch daartoe niet heeft aa
Art. 588a Sv. De vermelding van het adres X in de aan de akte rechtsmiddel gehechte schriftelijke bijzondere volmacht van verdachte a.b.i. art. 450.1.b Sv kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als de opgave van een adres in de zin van art. 588a.1.c Sv waaraan mededelingen ov
Betekeningsperikelen. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AE9649 en uit HR LJN AD5163. ’s Hofs opvatting dat de nietigheid van de dagvaarding wordt gedekt ingeval verdachte via zijn rm op de hoogte is gesteld van de tz is onjuist. HR verklaart de inleidende dagvaarding
Uit het dossier blijkt dat er in eerste aanleg naast het GBA-adres nog een ander adres van verdachte bekend was. Aan dit adres is geen dagvaarding/oproeping verzonden. Volgt terugwijzing naar de eerste rechter.
Aanwezigheidsrecht. De appelakte vermeldt als adres van verdachte “X-straat te Y”. Op de dag waarop deze akte is opgemaakt, 17-3-2006, was dit niet het GBA-adres van verdachte. Tevens vermeldt de appelakte: “De griffier heeft comparant er op gewezen dat de mogelijkheid bestaat ee
Aanwezigheidsrecht. Het in de bestreden besloten uitspraak liggende oordeel van het Hof dat verdachte vrijwillig afstand heeft gedaan van het recht om in zijn tegenwoordigheid te worden berecht, is niet onbegrijpelijk nu de akte van uitreiking vermeldt dat de dagvaarding in h.b.
Aanwezigheidsrecht. Taak griffie. Memobriefje. De akte instellen rechtsmiddel houdt als GBA-adres in adres A en voorts als post/verblijf/huidig adres eveneens adres A. Op de akte is een memobriefje geplakt met “adres B. Postadres”. De akte van uitreiking houdt niet in dat een afs
Verdachte heeft in appelakte op 21-7-04 adres X opgegeven. Een GBA-uittreksel van 24-5-05 houdt in dat verdachte vanaf 19-8-03 woonachtig was op adres Y en dat hij per 9-9-04 is “vertrokken naar Land onbekend”. AG zet in conclusie o.m. uiteen dat “vertrokken naar Land onbekend” i
Het hof heeft vastgesteld dat de inleidende dagvaarding (anders dan is ingevuld op de akte van uitreiking) niet aan verdachte doch aan een ander is uitgereikt. Daaruit vloeit voort dat de uitreiking van die dagvaarding niet is geschied overeenkomstig bij art. 589.1.4° en 589.3 jo
Het verweer strekkende tot nietigverklaring van de inleidende dagvaarding is, in aanmerking genomen dat de oproeping van de verdachte voor de nadere terechtzitting in eerste aanleg hem in persoon is betekend, niet tijdig, immers eerst in hoger beroep gevoerd (HR NJ 2002, 317, rov
-
-
-
-
-