Overheidsaansprakelijkheid. Begaclaim-zaak: aansprakelijkheid Staat voor strafvorderlijk optreden OM en politie. A-grond: onrechtmatigheid van meet af aan. Inverzekeringstelling minderjarige van 14 jaar. Artikelen 3 lid 1, 37 en 40 lid 1 IVRK en artikelen 3, 5 en 6 EVRM. Rechtmat
Wetboek van Strafvordering
Art. 59 Sv
Genoemd in 15 uitspraken · Officiële wettekst
15 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Bedreiging door hoesten en 'I have corona' te zeggen. 8 weken gevagenisstraf Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie: ontlastend bewijs, vertaling stukken en rechtsbijstand. Het hof is van oordeel dat het ontbreken van een vertaling van het bevel inverzekeringstelling en het
Gevangenisstraf van 48 maanden voor de invoer van 11.953,6 gram cocaïne. Ontkennende verdachte (drugskoerier). Overwegingen met betrekking tot (vol) opzet en de verweren van de verdediging (schending van de verbaliseringsplicht, ontbrekende vertaling van het bevel inverzekeringst
Conclusie AG. Art. 249 lid 2 onder 1 Sr. Verdachte is veroordeeld wegens als politieambtenaar ontucht plegen met een persoon die aan zijn waakzaamheid is toevertrouwd. Middelen klagen o.m. over oordeel hof dat de aangeefster aan de waakzaamheid van de verdachte en de medeverdacht
Conclusie AG. Art. 249 lid 2 onder 1 Sr. Verdachte is veroordeeld wegens als politieambtenaar ontucht plegen met een persoon die aan zijn waakzaamheid is toevertrouwd. Middelen klagen o.m. over oordeel hof dat de aangeefster aan de waakzaamheid van de verdachte en de medeverdacht
Wrakingsverzoek afgewezen. Verzoeker is ontvankelijk in het verzoek omdat er sprake is van een niet irreële mogelijkheid dat deze RC ook naderhand nog betrokken zal zijn in de strafzaak van verzoeker. Het is aan de RC om te bepalen of hij zich al dan niet voldoende ingelicht acht
Conclusie AG. 1. Art. 359 Sv. Motivering strafoplegging. 2. Art. 51f.4 Sv. Procesbevoegdheid van verdachte wiens vermogen onder bewind staat. 3. Art. 36f Sr. Art. 6.4.20 Sv. Schadevergoedingsmaatregel en vervangende hechtenis. Ad 1. Mocht het hof in het nadeel van de verdachte bi
Conclusie AG. 1. 359.2 Sv. UOS? 2. Art. 51f.4 Sv. Procesbevoegdheid van verdachte wiens vermogen onder bewind staat. 3. Art. 36f Sr. Art. 6.4.20 Sv. Schadevergoedingsmaatregel en vervangende hechtenis. Ad 1. Hof heeft verweer kennelijk en niet onbegrijpelijk opgevat als bewijsver
Volgens een ‘eenvoudige kasopstelling’ heeft verdachte met haar partner gedurende meer dan drie-en-een-half jaar een gewoonte gemaakt van het witwassen van geld, in totaal € 169.800. Ook heeft verdachte artikel 11a Opiumwet overtreden door met haar partner een loods te verhuren a
Volgens een ‘eenvoudige kasopstelling’ heeft verdachte met zijn partner gedurende meer dan drie-en-een-half jaar een gewoonte gemaakt van het witwassen van geld, in totaal € 169.800. Ook heeft verdachte artikel 11a Opiumwet overtreden door met zijn partner een loods te verhuren a
1. Betekeningsperikelen, art. 588 Sv. Betekening appeldagvaarding. Het oordeel van het Hof dat het door de verdachte opgegeven adres door een latere opgave was achterhaald, omdat de raadsvrouwe bij het instellen van het h.b. een ander adres heeft opgegeven, getuigt niet van een o
verzwijging / onwaarachtige opgave strafrechtelijk verleden? Verdachte, vrijspraak. artikelen 251 K (oud) en 7:930 BW. Kennisvereiste, kenbaarheids-, relevantie- en causaliteitsverweer.
Mensensmokkel, ontvankelijkheid Openbaar Ministerie, artikel 37e SV ambtshalve verrichten door de RC van onderzoekshandelingen tijdens de VH, vormverzuim 359a Sv, onderzoek aan inbeslaggenomen voorwerpen HR 29 maart 1994; NJ 1994, 577.
Verdachte heeft het ontuchtig karakter van zijn handelingen weersproken. Ter terechtzitting verklaarde hij lijfelijk te zijn ingesteld en gemakkelijk en zonder enige bijbedoeling, een arm om iemand heen te slaan. In het bedrijf van verdachte hing, zo begrijpt de rechtbank uit de
Gesloten stelsel van rechtsmiddelen en oordeel RC. De RC oordeelde de inverzekeringstelling onrechtmatig. Ter terechtzitting heeft de raadsman aangevoerd dat de RC tot dit oordeel kwam nadat de raadsman had aangevoerd dat er geen redelijk vermoeden van schuld was, dat het oordeel