Betekening dagvaarding in Suriname. Uit de Toelichtende Nota bij het Protocol houdende bijzondere voorzieningen inzake de op 27-8-1976 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname betreffende de uitlevering en rech
Wetboek van Strafvordering
Art. 588 Sv
Genoemd in 220 uitspraken · Officiële wettekst
220 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 8 · live
1. Art. 63 Sr. 2. Art. 27 S2. Ad 1. Het Hof heeft verzuimd art. 63 Sr aan te halen. HR verwijst naar conclusie AG inhoudend dat het Hof dat heeft verzuimd, maar dat het middel niet tot cassatie behoeft te leiden. Ad 2. Het Hof heeft nagelaten art. 27 Sr in acht te nemen. HR doet
1. Aanwezigheidsrecht. 2. Redelijke termijn, ontvankelijkheid. Ad 1. HR herhaalt toepasselijke regels uit LJN AD5163. Uit de stukken kan niet blijken dat de appeldagvaarding is toegezonden aan het in de appelakte vermelde adres. Ad 2. HR herhaalt toepasselijke regels uit LJN AA73
Overschrijding redelijke termijn tussen de bestreden, bij verstek gewezen, uitspraak en het tijdstip waarop deze uitspraak aan verdachte in persoon is betekend. Nu niet blijkt dat de verstekmededeling binnen een jaar na de uitspraak van het Hof aan verdachte - die in die periode
Aanzegging ex art. 435 Sv door PG bij Hoge Raad verzonden naar niet bestaand adres eiser. Eiser had foutief adres eerder kunnen en moeten opmerken. Afwijzing staken tenuitvoerlegging straf.
Art. 52 SUO. 1. Vzv. het middel berust op de opvatting dat het in strijd met art. 52 SUO ontbreken van een vertaling van (de essentie van) het afschrift van de appeldagvaarding a.b.i. art. 450 Sv in een taal die de verdachte beheerst, dient te leiden tot schorsing van de vervolgi
Betekening dagvaarding. Het in de bestreden – bij verstek gewezen - uitspraak besloten liggende oordeel dat verdachte in 1e aanleg behoorlijk is gedagvaard, is niet begrijpelijk nu de akte inhoudt dat de dagvaarding niet op het adres X, 2e verdieping, kon worden uitgereikt en ken
Raadsman betwist dat de kennisgeving conform art. 588 lid 3 Sv is betekend, waardoor de termijn voor instellen van bezwaarschrift niet is gaan lopen. De politierechter verwerpt dit verweer. Artikel 588, vierde lid, Sv bepaalt dat, in het belang van een goede uitvoering van dat we
Betekening inleidende dagvaarding. Op 4-8-04 is de inleidende dagvaarding verzonden naar adres Y in België en bij gebreke van een bekende woon- of verblijfplaats in NL op 5-8-04 uitgereikt aan de (wnd.) griffier. Verdachte heeft bij zijn vertrek uit NL op 3-4-01 adres X in België
Een aan de appeldagvaarding gehecht GBA-overzicht uit VIP van 30-11-04 waarop verdachtes voornaam is gespeld met een trema vermeldt “Electronische verificatie van onderstaande persoon heeft niet tot resultaat geleid”. Het hof veroordeelde verdachte bij verstek na mededeling ter t
Verdachte heeft in appelakte op 21-7-04 adres X opgegeven. Een GBA-uittreksel van 24-5-05 houdt in dat verdachte vanaf 19-8-03 woonachtig was op adres Y en dat hij per 9-9-04 is “vertrokken naar Land onbekend”. AG zet in conclusie o.m. uiteen dat “vertrokken naar Land onbekend” i
1. HR constateert ambtshalve verjaring feit 2. 2. HR verklaart OM niet-ontvankelijk t.a.v. feit 1 wegens vertraging betekening verstekmededeling. Ad 1. Op 10-11-05 is namens verdachte cassatie ingesteld. Uit de gedingstukken blijkt niet dat gedurende 6 jaren daaraan voorafgaand e
Het hof heeft vastgesteld dat de inleidende dagvaarding (anders dan is ingevuld op de akte van uitreiking) niet aan verdachte doch aan een ander is uitgereikt. Daaruit vloeit voort dat de uitreiking van die dagvaarding niet is geschied overeenkomstig bij art. 589.1.4° en 589.3 jo
Verstek; aanwezigheidsrecht; correspondentie met ressortsparket. 1. Indien de dagvaarding van een verdachte die is ingeschreven in een GBA of wiens feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland of wiens adres in het buitenland bekend is, rechtsgeldig is betekend en verdachte no
Aanwezigheidsrecht en appèldagvaarding; twee appelaktes met verschillende adressen. Verdachte heeft tweemaal appèl ingesteld. Akte 1 houdt in dat verdachte als adres heeft opgegeven X. Akte 2 houdt in dat de verdachte als adres heeft opgegeven Y. De appèldagvaarding is aangeboden
Dagvaarding van verdachte met adres in buitenland. Verdachte heeft bij zijn vertrek uit Nederland op 29-02-00 een adres in Portugal opgegeven. Daaruit volgt dat de inleidende dagvaarding, die niet aan enig adres van verdachte in het buitenland is verzonden, en bij gebreke van een
Betekening appèldagvaarding aan griffier gevolgd door verzending aan adres in Indonesië. Het hof heeft kennelijk geoordeeld dat geen van de ten processe naar voren gekomen adressen van verdachte in Indonesië kon gelden als woon- of verblijfplaats van de verdachte in het buitenlan
Betekening appèldagvaarding aan griffier gevolgd door verzending aan adres in Indonesië. Het hof heeft kennelijk geoordeeld dat geen van de ten processe naar voren gekomen adressen van verdachte in Indonesië kon gelden als woon- of verblijfplaats van de verdachte in het buitenlan
Betekening van de aanzegging in cassatie in Duitsland. Bij het onderzoek naar de betekening is gebleken dat ten onrechte de aanzegging door de Duitse autoriteiten retour is gestuurd. De rolrechter verlengt de termijn voor het indienen van een cassatieschriftuur.
Betekening van de aanzegging in cassatie in Duitsland. Bij het onderzoek naar de betekening is gebleken dat ten onrechte de aanzegging door de Duitse autoriteiten retour is gestuurd. De rolrechter verlengt de termijn voor het indienen van een cassatieschriftuur.
Aan een cassatiemiddel te stellen eisen.
23 september 2003 Strafkamer nr. 01483/02 SG/ABG Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 20 maart 2002, nummer 23/001326-01, in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum]
-
-
-