Invoer van cocaïne vanuit Curaçao naar Nederland, art. 2.A Opiumwet. Aanwezigheidsrecht, art. 588.2 Sv. In strijd met art. 588.2 Sv geen Spaanse vertaling van appeldagvaarding verstrekt aan in Curaçao woonachtige verdachte? Appeldagvaarding is uitgereikt aan griffier, omdat van v
Wetboek van Strafvordering
Art. 588 Sv
Genoemd in 220 uitspraken · Officiële wettekst
220 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Conclusie AG. Beklag beslag. Oproeping van klager en raadsman voor de raadkamerbehandeling van klaagschrift ex art. 552a Sv. Art. 23 lid 2 Sv en art. 51 (oud) Sv, thans art. 48 Sv. Klager is op de juiste wijze opgeroepen en het afschrift van de oproeping van de klager is naar het
Betekeningsperikelen, art. 588 Sv. Bij zijn onderzoek naar de naleving van art. 435.1 Sv heeft de HR vastgesteld dat de ve vanaf 30 mei 2012 staat ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente X op adres Y, zijnde het briefadres van de ve. Daaruit volgt d
Betekening appeldagvaarding. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2002:AD5163. Uit de stukken moet worden afgeleid dat verdachte t.t.v. het betekenen van de dagvaarding in h.b. niet was gedetineerd noch dat van hem een feitelijk woon- of verblijfadres in Nederland ma
Betekening dagvaarding in Suriname. Uit de Toelichtende Nota bij het Protocol houdende bijzondere voorzieningen inzake de op 27-8-1976 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname betreffende de uitlevering en rech
Conclusie AG. Betekeningsperikelen. Dagvaarding is toegezonden aan het van verdachte bekende (inschrijf)adres in België. Ontbreekt de postcode en, zo ja, is dat van belang? Volgens AG is de appeldagvaarding rechtsgeldig aan verdachte betekend. Conclusie strekt tot verwerping.
Gewelddadige overval in 2010 in Wehl door Poolse verdachten. Voortgezette handeling medeplegen vrijheidsberoving (art. 282.1 Sr) en medeplegen diefstal met geweld (art. 312.2.2 Sr) en voortgezette handeling medeplegen gijzeling (art. 282a.1 Sr) en medeplegen afpersing (art. 317.3
Conclusie AG over de rechtsgeldigheid van een betekening van een dagvaarding in persoon op het moment dat de verdachte is aangehouden op het politiebureau met toepassing van art. 587 lid 2 Sv. De dagvaarding is door de verbalisant aan de verdachte overhandigd, waarop de verdachte
Betekening appeldagvaarding. Bij zijn onderzoek naar de naleving van art. 435.1 Sv heeft de HR vastgesteld dat verdachte van 6 nov. 2012 tot 7 mrt. 2014 ingeschreven stond in de basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente X op het adres Y. Daaruit volgt dat de dagvaarding
Betekening appeldagvaarding. Van verdachte was t.t.v. het uitbrengen van de dagvaarding in h.b. niet een feitelijke woon-of verblijfplaats in Nederland maar wel een adres in het buitenland bekend. Noch de akte van uitreiking, noch enig ander gedingstuk houdt in dat de dagvaarding
Slagende betekeningsklacht. Het Hof heeft kennelijk zijn oordeel dat adres X het GBA-adres van verdachte t.t.v. de betekening van de dagvaarding voor de tz. in h.b. was, gebaseerd op de vermelding van dat adres in de “ID-staat SKDB”. Nu de vermelding van adres X in de ID-staat n
Art. 588.2 Sv. Verzending inleidende dagvaarding naar buitenlands adres van verdachte. Noch de akte uitreiking behorende bij de inleidende dagvaarding, noch de kopie van het register voor aangetekende verzendingen houdt in dat de inleidende dagvaarding naar het adres van verdacht
Appeldagvaarding. Ingevolge art. 68.1 Wet GBA is de ingezetene die naar redelijke verwachting gedurende een jaar ten minste twee derden van de tijd buiten NL zal verblijven, verplicht bij het college van b&w van de gemeente van inschrijving binnen 5 dagen voor zijn vertrek uit NL
Art. 52 SUO. 1. Vzv. het middel berust op de opvatting dat het in strijd met art. 52 SUO ontbreken van een vertaling van (de essentie van) het afschrift van de appeldagvaarding a.b.i. art. 450 Sv in een taal die de verdachte beheerst, dient te leiden tot schorsing van de vervolgi
Een aan de appeldagvaarding gehecht GBA-overzicht uit VIP van 30-11-04 waarop verdachtes voornaam is gespeld met een trema vermeldt “Electronische verificatie van onderstaande persoon heeft niet tot resultaat geleid”. Het hof veroordeelde verdachte bij verstek na mededeling ter t
Rolbeslissing. Aanzegging in Turkije per post of d.m.v. rechtshulpverzoek. Indien twijfelachtig is of verdachte in het buitenland woont op het door hem opgegeven adres kan d.m.v. een rechtshulpverzoek de uitreiking van een dagvaarding of aanzegging worden bewerkstelligd. Gelet op
2 september 2003 Strafkamer nr. 01898/02 EW/DAT Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 12 april 2002, nummer 22/001540-01, in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren te [geboortepla
-
Conclusie AG. Betekeningsperikelen/aanwezigheidsrecht. Handelen in strijd met art. 27, lid 1, WWM. 1. Verdachte is na rechtsgeldige betekening appeldagvaarding, maar voor aanvang o.t.t. in h.b. alsnog ingeschreven in BRP met ‘postadres’, zonder dat dit het hof bekend was. 2. Mess
Aanwezig hebben van cocaïne en MDMA door zich als drugsverkoper op te houden in centrum Amsterdam, art. 2.C Opiumwet. Schriftuur tardief, art. 437.2 Sv. Termijnoverschrijding verschoonbaar, nu verdachte aanzegging in cassatie niet heeft ontvangen en als gewone brief verzenden van
Betekeningsperikelen t.a.v. inleidende dagvaarding. Betekening aan verdachte in het buitenland (Colombia) en de vraag of van verdachte een feitelijke woon- of verblijfplaats in NL bekend is. HR: art. 81.1 RO.
Conclusie AG, naar aanleiding van een te laat ingediende cassatieschriftuur, over de vraag of uitreiking van de aanzegging ex art. 435.1 Sv aan de in Spanje woonachtige verdachte door rechtstreekse verzending per post (art. 588.2 Sv) in overeenstemming is met art. 5 van de EU-Rec
CAG: oordeel van het hof dat de appeldagvaarding in persoon is uitgereikt niet onbegrijpelijk, ook al verschilt de handtekening daarop van de handtekening van de verdachte op andere stukken, mede gelet op de vaststelling van het hof dat de verdachte zich kennelijk van meerdere ha
Prejudiciële vraag aan Hoge Raad over betekening aan briefadres en daarmee samenhangende vragen.
Conclusie AG. Middel klaagt dat redelijke termijn is geschonden omdat niet blijkt dat binnen een jaar een verstekmededeling is betekend. AG stelt de vraag aan de orde of het middel met toepassing van art. 80a RO kan worden afgedaan.