Verweer: onrechtmatig verkregen bewijs door het “strotten” van verdachte. HR: Het Hof heeft als zijn oordeel tot uitdrukking gebracht dat de opsporingsambtenaar de aan hem o.g.v. art. 9.3 Opw toekomende bevoegdheid verdachte heeft verzocht de bolletjes uit te spugen en uit te lev
Wetboek van Strafvordering
Art. 56 Sv
Genoemd in 69 uitspraken · Officiële wettekst
69 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Verweer: onrechtmatig verkregen bewijs door het “strotten” van verdachte. HR: Het Hof heeft als zijn oordeel tot uitdrukking gebracht dat de opsporingsambtenaar de aan hem o.g.v. art. 9.3 Opw toekomende bevoegdheid verdachte heeft verzocht de bolletjes uit te spugen en uit te lev
Conclusie A-G. Kan het ‘strotten’ van een verdachte (louter) gebaseerd worden op het voorkómen dat de verdachte zichzelf in gevaar brengt en daarmee op de hulpverleningstaak van de politie ex art. 3 Politiewet 2012? Volgens de A-G mag de hulpverleningstaak van de politie alleen i
Art. 9.2 Opiumwet. Onderzoek aan de kleding. Het Hof heeft geoordeeld dat i.c. sprake was van een onderzoek aan de kleding en dat de opsporingsambtenaar daartoe o.g.v. art. 9.2 Ow bevoegd was. De HR verstaat dit oordeel aldus dat de sommatie van de opsporingsambtenaar aan verdach
Drugsdealer met bolletjes in mond. Erop gelet dat verdachte vrijwillig zijn mond open en zijn tong omhoog heeft gedaan teneinde een visuele inspectie van de mondholte mogelijk te maken, kan in het midden blijven of die inspectie moet worden aangemerkt als een onderzoek aan het li
Pools vervolgings-EAB. Tussenuitspraak. Verweren betreffende de dubbele strafbaarheid en verjaring zijn door de rechtbank verworpen. De rechtbank stelt overeenkomstig artikel 15, tweede lid, van het kaderbesluit 2002/584/JBZ nadere vragen aan de uitvaardigende justitiële autorite
Sanctionering vormverzuim: onrechtmatige fouillering, art. 359a Sv. OM-cassatie. Bewijsuitsluiting van in de onderbroek van verdachte aangetroffen verdovende middelen na onrechtmatige fouillering. Oordeel Hof dat aan het vormverzuim het rechtsgevolg van bewijsuitsluiting moet wor
Art 9 Opiumwet: onderzoek aan de kleding en/of Art 56 eerst lid Sv.: onderzoek aan lichaam of kleding
Jeugdzaak. Bewijsuitsluiting. Art. 9.4 Politiewet 1993. Art. 28 en 29 Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar (Besluit). Art. 9.4 Politiewet 1993 jo. art. 28.1 en art. 29 Besluit, verleent aan de daar bedoelde ambtenaren
OM-cassatie. Lijfsvisitatie 100% controles Schiphol o.g.v. art. 17 Douanewet. Hof heeft om doelmatigheidredenen vrijgesproken. Het eerste in het middel aangevallen oordeel van het hof komt erop neer dat het onderzoek dat hier heeft plaatsgevonden (te weten het schouwen van de nat
1. Onderzoek aan kleding; ernstige bezwaren. 2. Vermelding wijziging tenlastelegging in aanvulling van verkort arrest. Ad 1. In het licht van het verweer inhoudende dat geen redelijk vermoeden van schuld aanwezig was en dientengevolge ook geen ernstige bezwaren die tot een onderz
De bevoegdheid tot inbeslagneming omvat de bevoegdheid tot het desnoods tegen de wil van de betrokkene met proportioneel geweld openen van diens vuist. Dit is niet aan te merken als een onderzoek aan het lichaam of de kleding of een onderzoek in het lichaam.
Gelet op de ernst van de schending van art. 56 lid 1 Sv, welke bepaling strekt ter bescherming van de burger tegen onnodige aantasting van zijn fysieke integriteit als gevolg van een ingrijpend dwangmiddel als onderzoek aan het lichaam, moet het door dit (onrechtmatige) onderzoek
Wederspannigheid door drugsdealer met bolletjes in mond die door verbalisanten bij de keel wordt gegrepen. 's Hofs oordelen dat (1) tegen verdachte ernstige bezwaren bestonden ex art. 9 lid 3 (oud) Opiumwet die een onderzoek aan het lichaam rechtvaardigden en (2) dat de verbalisa