Tenuitvoerlegging vervangende hechtenis in kader van opgelegde schadevergoedingsmaartegelen ex art. 36f Sr is reeds aangevangen. Eiser vordert onmiddellijke invrijheidstelling en veroordeling van de Staat tot instemming met de door hem verzochte betalingsregeling. Eiser legt aan
Wetboek van Strafvordering
Art. 561 Sv
Genoemd in 72 uitspraken · Officiële wettekst
72 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Tenuitvoerlegging vervangende hechtenis in kader van schadevergoedingsmaartegel ex art. 36f Sr. Vordering tot onmiddellijke invrijheidstelling afgewezen. Uitleg "Aanwijzing executie (vervangende) vrijheidsstraffen, taakstraffen van meerderjarigen, geldboetes, schadevergoedings- e
Strafrecht. Onrechtmatige overheidsdaad. Tenuitvoerlegging vervangende hechtenis naar aanleiding van opgelegde schadevergoedingsmaatregelen. Geen betalingsregelingen met CJIB overeengekomen. 27 maanden. Onvermogendheid eiser geen reden voor invrijheidsstelling.
Vordering tot onmiddellijke invrijheidstelling afgewezen. Geen sprake van onrechtmatige detentie. Voorzieningenrechter oordeelt, marginaal toetsend, dat CJIB heeft gehandeld conform de Aanwijzing executie straffen en maatregelen.
De Staat handelt niet onrechtmatig jegens eiser door de vervangende hechtenis ten uitvoer te leggen. Vorderingen afgewezen.
Onrechtmatige overheidsdaad? Strafrecht. Vordering tot onmiddellijke invrijheidstelling vervangende hechtenis wordt afgewezen, omdat niet is gebleken dat het CJIB in strijd met de Aanwijzing Executie of anderszins onrechtmatig heeft gehandeld.
Kern van het geschil betreft de vraag of de Staat onrechtmatig handelt jegens eiser door de vervangende hechtenis ten uitvoer te leggen.
Strafrecht. Onrechtmatige daad overheid? Verbod tot tenuitvoerlegging vervangende hechtenis.
Kort geding. Het door eiser gevorderde verbod op tenuitvoerlegging van een op 20 januari 1998 onherroepelijk geworden gevangenisstraf wordt afgewezen, aangezien geen sprake is van strijd met enig fundamenteel rechtsbeginsel. Wel acht de voorzieningenrechter een grond aanwezig voo
Strafrecht. Geen onrechtmatige daad overheid. Vordering tot toerekening vervangende hechtenis in ene zaak aan primaire straf in andere zaak afgewezen. Bevoegdheid CJIB tot tenuitvoerlegging, gelet op de 'Aanwijzing executie (vervangende) vrijheidsstraffen, taakstraffen van meerde
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel. De rechtbank gaat – ondanks instemming van de verdediging met de berekening van het OM – niet uit van een opbrengst van 50% van de verkoopwaarde nu daarvoor geen relevante grond aannemelijk is geworden. De rechtbank schat het daadwerk
Ontvankelijkheid OM i.v.m. TOM-afdoening. Het OM heeft verdachte in de gelegenheid gesteld strafvervolging te voorkomen en daartoe 2 voorwaarden gesteld. Verdachte heeft aan 1 van de 2 voorwaarden voldaan, t.w. het verrichten van 40u taakstraf maar heeft niet tijdig aan de ander
Executie vervangende hechtenis bij schadevergoedingsmaatregel.
Onvermogendheid van veroordeelde speelt in beginsel geen rol bij het ten uitvoer leggen van de vervangende hechtenis in het kader van de schadevergoedingsmaatregel.
Schadevergoedingsmaatregel ex art. 36f Sr en draagkrachtverweer. Ingevolge art. 36f.2 Sr kan de rechter de maatregel opleggen indien en vzv. de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht. De dr
Eiser is bij vonnis van 20 december 1977 door de rechtbank Utrecht veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 jaar wegens moord en poging tot moord. Eiser stelt dat de Staat onrechtmatig jegens hem handelt door deze straf thans nog ten uitvoer te leggen. De rechtbank
Schadevergoedingsmaatregel; motivering. Het hof had een gemotiveerde beslissing moeten geven omtrent het verweer dat t.t.v. het appèl een betalingsregeling bestond tussen verdachte en de benadeelde partij, en dat gelet op art. 561.4 Sv het totale bedrag van de ex art. 36f Sr op t
Schadevergoedingsmaatregel; motivering. Het hof had een gemotiveerde beslissing moeten geven omtrent het verweer dat t.t.v. het appèl een betalingsregeling bestond tussen verdachte en de benadeelde partij, en dat gelet op art. 561.4 Sv het totale bedrag van de ex art. 36f Sr op t
Herziening
1. Indien de strafrechter een last geeft ex art. 37.1 Sr tot plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis ingeval ten aanzien van de verdachte reeds een plaatsing ingevolge de Wet BOPZ van kracht is, eindigt laatstgenoemde plaatsing door het onherroepelijk worden van de last van de
OM-cassatie tegen betaling in termijnen in ontnemingszaak. Sedert 1 maart 1993 is art. 24a Sr niet van overeenkomstige toepassing verklaard in ontnemingszaken. Voor analoge toepassing bestaat geen grond.
Schuldsaneringsregeling werkt ten aanzien van strafrechtelijke boetes. Vervangende hechtenis wordt geschorst