OM-cassatie tegen betaling in termijnen in ontnemingszaak. Sedert 1 maart 1993 is art. 24a Sr niet van overeenkomstige toepassing verklaard in ontnemingszaken. Voor analoge toepassing bestaat geen grond.
Wetboek van Strafvordering
Art. 561 Sv
Genoemd in 72 uitspraken · Officiële wettekst
72 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Conclusie AG. Profijtontneming. Middelen over 1) de vraag of de omvang van de op het wederrechtelijk verkregen voordeel in mindering gebrachte kosten moet kunnen worden ontleend aan de gebezigde bewijsmiddelen, 2) het in mindering brengen van verbeurd verklaarde geldbedragen en 3
Herzieningsaanvrage m.b.t. ontnemingsmaatregel. Oplegging ontnemingsmaatregel is niet een veroordeling ex art. 457.1 Sv. De aanvrage kan reeds daarom niet worden ontvangen. De rechter die de maatregel heeft opgelegd kan ex art. 577b.2 Sv op verzoek van de veroordeelde het bedrag
Als niet binnen de termijn van 36 maanden geheel aan opgelegde schadevergoedingsmaatregelen kan worden voldaan volgt tenuitvoerlegging van vervangende hechtenis. Omstandigheden van het onderhavige geval staan aan onverkorte uitvoering van het beleid in de weg. Thuissituatie van e
Kort geding. Verbod tenuitvoerlegging vervangende hechtenis in kader van schadevergoedingsmaatregel. De opgelegde schadevergoedingsmaatregel betreft een hoofdelijke veroordeling. De mededader is echter niet veroordeeld tot schadevergoeding en aan hem is geen schadevergoedingsmaat
Herziening gericht tegen o.m. ontnemingsuitspraak. Aanvraag niet-ontvankelijk.
Het hof veroordeelt de verdachte tot betaling van €785.000,- ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Kort geding. Vordering tot opheffing vervangende hechtenis afgewezen.
Profijtontneming, w.v.v. uit medeplegen flessentrekkerij, medeplegen gewoontewitwassen en deelnemen aan criminele organisatie. Middelen m.b.t. 1. voordeel dat betrokkene daadwerkelijk heeft behaald en 2. draagkrachtverweer. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 17/00760 P en 17/01148.
Conclusie AG. Profijtontneming. 1. Draagkrachtverweer.
Schadevergoedingsmaatregel. Vervangende hechtenis. Betalingsonmacht. Veroordeelde wegens adres-perikelen op goede gronden opgenomen in landelijk opsporingsregister. Betalingsregeling niet meer mogelijk als vervangende hechtenis is gestart. Concept-overeenkomst met benadeelde inza
Jeugdzaak. Vertrouwensbeginsel. Niet-ontvankelijkheid OM nu toezegging dat verdachte de vergoeding van de schade aan de b.p. in termijnen mocht betalen achteraf onjuist bleek? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2015:2982 m.b.t. het vertrouwensbeginsel. Oordeel Hof
Profijtontneming. Schatting wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt. Aan zijn schatting van het w.v.v. heeft het hof klaarblijkelijk ten grondslag gelegd dat dit voordeel is verkregen uit de oogst van 394 hennepplanten. In aanmerking genomen dat uit de aan zijn schatti
Profijtontneming. Afwijzing verzoek tot voeging in het dossier van de stukken van de hoofdzaak, art. 315.1 Sv. Falende klacht. Nu het onderzoek t.t.z. van 11 december 2014 opnieuw is aangevangen, moeten de middelen onbesproken blijven vzv deze zien op de afwijzende beslissingen v
Kort geding. Vordering afgewezen strekkende tot verbod tenuitvoerlegging vervangende hechtenis.
Invrijheidstelling en haalbare betalingsregeling; Hof ’s-Hertogenbosch heeft bij arrest van 11-02-2010, rekening houdend met persoonlijke omstandigheden van eiser (chronisch ziek kind), geen gevangenisstraf maar werkstraf opgelegd. Met daarbij een schadevergoedingsmaatregel, te v
Kort geding. In geschil is de vraag of de Staat onrechtmatig handelt jegens eiser door vervangende hechtenis ten uit voer te leggen aansluitend aan zijn huidige detentie, zonder hem de kans te gunnen opnieuw een betalingsregeling ter zake van de opgelegde schadevergoedingsmaatreg
Kort geding. Verbod tot tenuitvoerlegging van - aan schadevergoedingsmaatregel - gekoppelde vervangende hechtenis. Het CJIB handelt niet onrechtmatig door niet te willen afwijken van de in de Aanwijzing executie neergelegde maximale betalingstermijnen. Of sprake is van een 'schri
Kort geding, strafrecht, executie vervangende hechtenis na schadevergoedingsmaatregel. De voorzieningenrechter bepaalt dat het CJIB gebruik dient te maken van de uitzonderingsmogelijkheid in de Aanwijzing executie en dat eiser de openstaande vorderingen zal voldoen door middel va
Betalingsonmacht in geval van een schadevergoedingsmaatregel vormt geen grond om af te zien van vervangende hechtenis. Dat in dit geval sprake is van een schrijnende situatie in de zin van de Aanwijzing executie is niet aannemelijk geworden. De gestelde betalingsonmacht is daarto
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel. De rechtbank gaat – ondanks instemming van de verdediging met de berekening van het OM – niet uit van een opbrengst van 50% van de verkoopwaarde nu daarvoor geen relevante grond aannemelijk is geworden. De rechtbank schat het daadwerk
Schadevergoedingsmaatregel ex art. 36f Sr en draagkrachtverweer. Ingevolge art. 36f.2 Sr kan de rechter de maatregel opleggen indien en vzv. de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht. De dr
Herziening
OM-cassatie tegen betaling in termijnen in ontnemingszaak. Sedert 1 maart 1993 is art. 24a Sr niet van overeenkomstige toepassing verklaard in ontnemingszaken. Voor analoge toepassing bestaat geen grond.