Art. 359a Sv. Verwerping verweer strekkende tot bewijsuitsluiting. Onderzoek aan de kleding o.g.v. art. 9.2 Opiumwet. Ernstige bezwaren. Hetgeen het Hof heeft vastgesteld - waarbij het Hof verdachtes antecedenten op het gebied van de Opiumwet heeft genoemd - brengt mee dat de ver
Wetboek van Strafvordering
Art. 56 Sv
Genoemd in 69 uitspraken · Officiële wettekst
69 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
OM-cassatie. Lijfsvisitatie 100% controles Schiphol o.g.v. art. 17 Douanewet. Hof heeft om doelmatigheidredenen vrijgesproken. Het eerste in het middel aangevallen oordeel van het hof komt erop neer dat het onderzoek dat hier heeft plaatsgevonden (te weten het schouwen van de nat
Verweer: onrechtmatig verkregen bewijs door het “strotten” van verdachte. HR: Het Hof heeft als zijn oordeel tot uitdrukking gebracht dat de opsporingsambtenaar de aan hem o.g.v. art. 9.3 Opw toekomende bevoegdheid verdachte heeft verzocht de bolletjes uit te spugen en uit te lev
1. Art. 126dd Sv, gebruik tapgegevens voor een ander strafrechtelijk onderzoek. 2. Bewijs medeplegen t.a.v. feit 1. 3. Bewijsmotivering feiten 1 en 3. Opzet van mededaders. Uitleg HR LJN AU2246. 4. Gegronde bewijsklacht (feit 1). De Hoge Raad spreekt om doelmatigheidsredenen zelf
-
-
Onderzoek aan de kleding, art. 9.2 Ow. Het Hof heeft vastgesteld dat de verdachte, tegen wie ernstige bezwaren bestonden t.z.v. overtreding van de Opiumwet, zich niet alleen heeft moeten ontkleden tot aan zijn onderbroek, maar ook dat de verbalisant vervolgens door met zijn hand
Verweer: onrechtmatig verkregen bewijs door het “strotten” van verdachte. HR: Het Hof heeft als zijn oordeel tot uitdrukking gebracht dat de opsporingsambtenaar de aan hem o.g.v. art. 9.3 Opw toekomende bevoegdheid verdachte heeft verzocht de bolletjes uit te spugen en uit te lev
Conclusie A-G. Kan het ‘strotten’ van een verdachte (louter) gebaseerd worden op het voorkómen dat de verdachte zichzelf in gevaar brengt en daarmee op de hulpverleningstaak van de politie ex art. 3 Politiewet 2012? Volgens de A-G mag de hulpverleningstaak van de politie alleen i
Conclusie AG. Beslag en beklag art. 552a Sv. Voorwerpen in beslag genomen in het kader van een insluitingsfouillering. Geen strafvorderlijk beslag zodat de beklagprocedure ex art. 552a Sv niet open staat. Rechtbank heeft klager terecht niet ontvankelijk verklaard en het advies aa
Conclusie AG over (1) vervolgingsverjaring en (2) beroep op de samenloopbepalingen, in het bijzonder de in art. 56 lid 2 Sr voorziene gelijkstelling in geval van valsheid aan de voortgezette handeling. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep. Samenhang met 18/01534.
Art. 28 en 359a Sv. Artt. 5 en 6 EVRM. Consultatierecht. Recht op bijstand tijdens verhoor. Verbalisanten hebben tijdens een verhoor geen gevolg gegeven aan het tweemaal gedane verzoek van de (aangehouden) verdachte -– die voorafgaand aan het verhoor van zijn recht een advocaat t
Art. 56 Sv, onderzoek aan kleding. Het oordeel van het Hof dat in de vastgestelde omstandigheden ‘het een klein stukje oplichten van de rok’ geen onderzoek aan de kleding a.b.i. art. 56 Sv oplevert, is onjuist.
Art. 56 Sv, onderzoek aan kleding. Het oordeel van het Hof dat in de vastgestelde omstandigheden ‘het een klein stukje oplichten van de rok’ geen onderzoek aan de kleding a.b.i. art. 56 Sv oplevert, is onjuist.
Art. 9.2 Opiumwet. Onderzoek aan de kleding. Het Hof heeft geoordeeld dat i.c. sprake was van een onderzoek aan de kleding en dat de opsporingsambtenaar daartoe o.g.v. art. 9.2 Ow bevoegd was. De HR verstaat dit oordeel aldus dat de sommatie van de opsporingsambtenaar aan verdach
Bij de staandehouding heeft verdachte zijn identiteit bekend gemaakt. Als verbalisanten hem vervolgens willen fouilleren, rukt hij zich los en rent weg. Bij de ingezette achtervolging rent verdachte tegen een politie-agent, die daardoor valt en een dubbele beenbreuk oploopt. Pas
Middelen over medeplegen, voortgezette handeling en criminele (inbraak) organisatie falen en kunnen naar het oordeel van de AG worden verworpen.
Drugsdealer met bolletjes in mond. Erop gelet dat verdachte vrijwillig zijn mond open en zijn tong omhoog heeft gedaan teneinde een visuele inspectie van de mondholte mogelijk te maken, kan in het midden blijven of die inspectie moet worden aangemerkt als een onderzoek aan het li
Pools vervolgings-EAB. Tussenuitspraak. Verweren betreffende de dubbele strafbaarheid en verjaring zijn door de rechtbank verworpen. De rechtbank stelt overeenkomstig artikel 15, tweede lid, van het kaderbesluit 2002/584/JBZ nadere vragen aan de uitvaardigende justitiële autorite
Politierechter, Opiumwet artikelen 2B, 10, 10a OM-niet ontvankelijkheidsverweer 359a Sv, subsidiair bewijsuitsluiting en meer subsidiair strafvermindering verworpen. Verweer zag op onrechtmatige fouillering, stelselmatige observatie en het ontbreken van stukken in het procesdossi
Veroordeling voor 3 berovingen in vereniging, van andere jongeren in park Oog in Al in Utrecht in de zomer van 2023. Omdat de medeverdachten minderjarig waren, en verdachte één week voor het bewezenverklaarde achttien jaar was geworden, hanteert de rechtbank de LOVS-oriëntatiepun
Jeugdstrafrecht. Veroordeling voor 5 berovingen in vereniging, van andere jongeren in park in Utrecht in de zomer van 2023. Straf wordt gematigd doordat het twee jaar heeft geduurd voordat de zaak op zitting is behandeld, wat met name voor minderjarige verdachten ongewenst is, en
Jeugdstrafrecht. Veroordeling voor 5 berovingen in vereniging, van andere jongeren in park in Utrecht in de zomer van 2023, en verboden wapenbezit nepwapen in 2024. Straf wordt gematigd doordat het twee jaar heeft geduurd voordat de ten laste gelegde berovingen op zitting zijn be
Conclusie plv. AG. Art. 3C en 11 Opiumwet. Falend middel over de aanwezigheid van ernstige bezwaren als bedoeld in art. 9.2 Opiumwet. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep. Samenhang met 23/00858.
Conclusie plv. AG. Art. 3C en 11 Opiumwet. Falend middel over de aanwezigheid van ernstige bezwaren als bedoeld in art. 9.2 Opiumwet. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep. Samenhang met 23/00859.