Conclusie plv. AG. Wederspannigheid bij aanhouding, art. 180 Sr. Bewijsklacht dat de opsporingsambtenaar werkzaam was in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening. Het hof heeft geoordeeld dat wanneer een opsporingsambtenaar om assistentie wordt gevraagd bij een aanhouding, h
Wetboek van Strafvordering
Art. 54 Sv
Genoemd in 32 uitspraken · Officiële wettekst
32 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Conclusie AG. Art. 423.4 Sv. Slagende klacht over oordeel hof dat bij toepassing van art. 423 lid 4 Sv geen ruimte is voor keuze van andere strafmodaliteit. Verder: falende klachten over vormverzuimen. Conclusie strekt tot partiële vernietiging en terugwijzing.
Gevangenisstraf van tweeënhalf jaar voor het voorhanden hebben en het vervoer van harddrugs en de handel daarin. Verweren met betrekking tot handelwijze CIE en rechtmatigheid toepassing dwangmiddelen verworpen. Niet aannemelijk geworden dat strafbare feiten zijn gepleegd met mede
Onbevoegde hulpofficier van justitie. Het geven van een bevel tot inverzekeringstelling door een opsporingsambtenaar die daartoe niet bevoegd was leidt niet tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging. Het hof volstaat met de vaststelling dat sprake is
Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan "skimmen”. Verdachte heeft meermalen met zijn mededader apparatuur geplaatst op een betaalautomaat van verschillende benzinestations, met behulp van welke apparatuur de pasgegevens en de bijbehorende pincode konden word
Werkzaam in de rechtmatige uitoefening, art. 180 Sr. Uitgangspunt is dat de ambtenaar die uitvoering geeft aan een opdracht die hem is verstrekt door een tot het geven van die opdracht bevoegde meerderde, werkzaam is in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, ook indien ac
Werkzaam in de rechtmatige uitoefening, art. 180 Sr. Uitgangspunt is dat de ambtenaar die uitvoering geeft aan een opdracht die hem is verstrekt door een tot het geven van die opdracht bevoegde meerderde, werkzaam is in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, ook indien ac
Blijkens de door de officier van justitie ingediende appèlmemorie is het openbaar ministerie van mening dat de rechter-commissaris ten onrechte tot het oordeel is gekomen dat de genaamde M-melding in deze zaak onvoldoende feiten of omstandigheden opleveren om van een verdenking e