1. Afwijzing getuigenverzoeken tot horen van o.a. zegsman CIE-informant. Gevaar voor gezondheid of welzijn CIE-informant. 2. Art. 304 aanhef en onder 1 Sr, “een kind dat hij verzorgt en opvoedt als behorend tot zijn gezin”. Ad 1. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2014:1496 m.b.t. beoordeli
Wetboek van Strafvordering
Art. 51 Sv
Genoemd in 192 uitspraken · Officiële wettekst
192 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Verdachte heeft zich in een periode van een maand schuldig gemaakt aan twee vernielingen, een belediging, een bedreiging, wederspannigheid met letsel ten gevolge, een mishandeling en een zware mishandeling. Het slachtoffer van deze zware mishandeling is nog steeds niet volledig h
verdachte wordt veroordeeld wegens overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met het veroorzaken van een verkeersongeval waarbij een ander werd gedood terwijl verdachte onder invloed van alcohol verkeerde en harder reed dan toegestaan én voor het rijden on
Brandmoord in garage Breda. 20 jaar gevangenisstraf en TBS met dwangverpleging.
Afschrift stukken: heeft zich een raadsman gesteld (art. 51 Sv)? Het p-v van de tz. van het Hof houdt o.m. in “Naar aanleiding van het door de raadsman van verdachte […] bij brief van 15 januari 2013 gedaan verzoek schorst het hof […] het onderzoek voor onbepaalde tijd […] met be
Vrijspraak van moord. Veroordeling wegens doodslag tot 6 jaar gevangenisstraf en TBS met dwangverpleging. Gedeeltelijke toewijzing vergoeding materiële schade. Afwijzing vergoeding affectieschade.
Benadeelde partijen. 1. Medelen korte inhoud. 2. Rechtstreekse schade. Ad 1. Het middel behelst o.m. de klacht dat het mededelen van de korte inhoud van de zich t.t.v. het onderzoek ttz. bij de stukken van het dossier bevindende voegingsformulieren van de b.p., vzv. deze formulie
Art 51 Sv. Bij de stukken van het geding bevindt zich een afschrift van een kennisgeving van de AG bij het Hof aan de raadsman over plaats en tijdstip van de naderende terechtzitting. De stukken bevatten geen aanknopingspunten voor een vermoeden dat deze kennisgeving niet aan de
Conclusie AG over nadere bewijsoverwegingen en de daaraan in HR NJ 2004, 165 gestelde eisen. I.c. heeft het hof ten onrechte in de nadere bewijsoverweging verwezen naar een verklaring van een medeverdachte die is afgelegd in diens eigen zaak hetgeen geen wettig bewijsmiddel is in