Kinderrechter. Art. 495.3 Sv. Leeftijd verdachte niet exact vast te stellen. Blijkens de p-v’s van de tz. in e.a. is aldaar noch door verdachte noch door diens raadsman aangevoerd dat ex art. 495.3 Sv de kinderrechter diende deel te nemen aan het ottz. Gelet hierop en in aanmerki
Wetboek van Strafvordering
Art. 495 Sv
Genoemd in 28 uitspraken · Officiële wettekst
28 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Verdachte n-o in zijn cassatieberoep. Blijkens het p-v tz. in eerste aanleg is aldaar door de ex art. 279 Sv gemachtigde raadsman niet aangevoerd dat de zaak voor de kinderrechter vervolgd had dienen te worden. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat uit hetgeen in de cassaties
Art. 167a Sv. HR doet het middel af onder verwijzing naar de CAG. HR herhaalt voorts relevante overwegingen uit HR 2012/437 en merkt daarbij op dat ingeval het OM is tekortgeschoten in zijn in art. 167a Sv vervatte inspanningsverplichting, dat verzuim niet kan worden aangemerkt a