Herziening. Aanvraag n-o.
Wetboek van Strafvordering
Art. 460 Sv
Genoemd in 59 uitspraken · Officiële wettekst
59 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Herziening. Zware mishandeling met dood tot gevolg door zijn vriendin meermalen tegen haar hoofd te slaan en te schoppen, art. 302.2 Sr. Motiveringseis van art. 460.2 Sv. Aangevoerd wordt dat hof verkeerde uitleg heeft gegeven aan rapport van patholoog, art. 457.1.c Sv. Ex art. 4
Conclusie A-G. Herziening. Drievoudige moord in Scheveningse Bosjes en op de Brunssummerheide in 2019. Art. 289 Sr; art. 39 Sr (oud). Door de verdediging zijn drie gronden voor herziening voorgesteld die betrekking hebben op de vraag naar de toerekeningsvatbaarheid van de aanvrag
Herziening. Zes van Breda. Veroordeling voor medeplegen van medeplichtigheid aan medeplegen van gekwalificeerde doodslag. Nader onderzoek a.b.i. art. 463 Sv in zaken van mannelijke gewezen medeverdachten heeft geleid tot o.m. (i) een rapport van een deskundige over de tijdspanne
Herziening. Zes van Breda. Veroordeling voor medeplegen van medeplichtigheid aan medeplegen van gekwalificeerde doodslag. Nader onderzoek a.b.i. art. 463 Sv in zaken van mannelijke gewezen medeverdachten heeft geleid tot o.m. (i) een rapport van een deskundige over de tijdspanne
Herziening. Zes van Breda. Veroordeling voor medeplegen van medeplichtigheid aan medeplegen van gekwalificeerde doodslag. Nader onderzoek a.b.i. art. 463 Sv in zaken van mannelijke gewezen medeverdachten heeft geleid tot o.m. (i) een rapport van een deskundige over de tijdspanne
Herziening. Zes van Breda. Veroordelingen voor medeplegen van gekwalificeerde doodslag. Nader onderzoek a.b.i. art. 463 Sv heeft geleid tot o.m. (i) een rapport van een deskundige over de tijdspanne waarin het slachtoffer is overleden, (ii) een rapport over het sporenbeeld en (ii
Herziening. Verkrachting van ex-partner (art. 242 (oud) Sr). Motiveringseis art. 460.2 Sv. Aangevoerd wordt dat bij behandeling van zaak geen tolk aanwezig is geweest, aanvrager inmiddels beschikt over voicemailberichten van slachtoffer en rapportage van psychiater niet beschikba
Herziening. Rijden tijdens ontzegging van rijbevoegdheid (art. 9.1 WVW 1994). Motiveringseis van art. 460.2 Sv. Aangevoerd wordt dat handtekening op akte kennisgeving ingang ontzegging rijbevoegdheid niet handtekening van aanvrager is en dat ten minste nader onderzoek had moeten
Conclusie AG. Herziening na veroordeling wegens medeplegen van gewoontewitwassen van ruim 17 miljoen euro. De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de aanvraag.
Herziening. In authentieke akte een valse opgave doen opnemen door als advocaat valselijk in akte op te nemen dat hij bepaaldelijk is gevolmachtigd, meermalen gepleegd (art. 227.1 Sr), medeplichtigheid aan heling (art. 416 Sr) en medeplichtigheid aan valsheid in geschrift (art. 2
Herziening. PGB-fraude. Aangevoerd wordt dat gelet op nalatig handelen van OM sprake is van een gegeven a.b.i. art. 457.1.c Sv. Met hetgeen in aanvraag naar voren wordt gebracht ter feitelijke onderbouwing van het “nieuwe gegeven”, wordt dat gegeven niet aannemelijk gemaakt. Aanv
Herziening Arnhemse Villamoord in 1998. Novum in de vorm van de intrekking van de (bekennende) getuigenverklaring van een van de veroordeelde personen. HR zet juridisch kader uiteen en herhaalt relevante overweging uit HR:1997:ZC9316 dat aanvrager aannemelijk moet maken dat en wa
Herziening Arnhemse Villamoord in 1998. Novum in de vorm van de intrekking van de (bekennende) getuigenverklaring van een van de veroordeelde personen. HR zet juridisch kader uiteen en herhaalt relevante overweging uit HR:1997:ZC9316 dat aanvrager aannemelijk moet maken dat en wa
Herziening Arnhemse Villamoord in 1998. Novum in de vorm van de intrekking van de (bekennende) getuigenverklaring van een van de veroordeelde personen. HR zet juridisch kader uiteen en herhaalt relevante overweging uit HR:1997:ZC9316 dat aanvrager aannemelijk moet maken dat en wa
Herziening Arnhemse Villamoord in 1998. Novum in de vorm van de intrekking van de (bekennende) getuigenverklaring van een van de veroordeelde personen. HR zet juridisch kader uiteen en herhaalt relevante overweging uit HR:1997:ZC9316 dat aanvrager aannemelijk moet maken dat en wa
Herziening. Oplichting, meermalen gepleegd (art. 326 Sr) en zonder daartoe gerechtigd zijn titel van advocaat voeren, meermalen gepleegd (art. 436 Sr) door, zich valselijk voordoend als advocaat, rechtszaken van vreemdelingenrechtelijke aard aan te nemen en zich daarvoor te laten
Herziening. Poging doodslag (art. 287 Sr) en mishandeling, meermalen gepleegd (art. 300.1 Sr). Aangevoerd wordt dat van de bewezenverklaarde poging tot doodslag en mishandelingen camerabeelden moeten bestaan die aanvrager zouden kunnen vrijpleiten en dat twee personen de verklari
Herziening. Opzettelijk gebruik maken vervalst geschrift, opzettelijk niet voldoen aan ambtelijk bevel, wederspannigheid (meermalen gepleegd) en rijden zonder rijbewijs. Aanvraag voldoet niet aan eisen die voortvloeien uit art. 457.1.c en 460 Sv, zodat zij o.g.v. tekortschietende
Herziening. Veroordeling t.z.v. gekwalificeerde doodslag (meermalen gepleegd) en gekwalificeerde diefstal met geweld binnen het internationale drugscircuit. Aangevoerd wordt dat mededader via zijn advocaat aan gemachtigde van aanvrager heeft laten weten dat bij Rb en Hof afgelegd
Herziening. HR verklaart de aanvraag tot herziening n-o.
1. Gebruik maken voor het bewijs van een schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt, artt. 344a.3 en 360 Sv. 2. Vordering bp. Ad 1. Het Hof heeft als bm opgenomen een p-v van politie waarin een verklaring van een anonieme getuige is
Herziening. Schotbaanreconstructie als nieuw gegeven. HR geeft voorafgaande beschouwingen m.b.t. de vraag wanneer een nieuw en/of gewijzigd deskundigeninzicht kan worden aangemerkt als een gegeven i.d.z.v. art. 457 Sv en de daarbij van belang zijnde informatie van en over de “des
Herziening. De aanvraag kan o.g.v. de art. 460.2 en 465.1 Sv (geen bescheiden bijgevoegd) niet worden ontvangen.
Herziening. Het in de aanvraag gestelde behelst niets wat kan worden aangemerkt als een beroep op een gegeven a.b.i. art. 457.1 aanhef en onder c Sv. Aanvraag n-o gelet op art. 460.2 en 465.1 Sv.