Geuridentificatieproef. Uit de inhoud van de zich in het dossier bevindende stukken kan met voldoende mate van aannemelijkheid worden afgeleid dat, ook zonder de resultaten van de geuridentificatieproeven in aanmerking te nemen, aanvrager één van de personen is geweest die de bew
Wetboek van Strafvordering
Art. 457 Sv
Genoemd in 759 uitspraken · Officiële wettekst
759 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 23 · live
Geuridentificatieproef. Uit de inhoud van de zich in het dossier bevindende stukken kan met voldoende mate van aannemelijkheid worden afgeleid dat, ook zonder de resultaten van de geuridentificatieproeven in aanmerking te nemen, aanvrager één van de personen is geweest die de ten
Herziening geurproef. De aanvraag steunt op de stelling dat aanvrager zijn bekennende verklaringen heeft afgelegd n.a.v. het resultaat van de onregelmatige geurproef. Daaraan wordt kennelijk de gevolgtrekking verbonden dat die verklaringen van het bewijs moeten worden uitgesloten
Herziening. Geuridentificatieproef. Uit de stukken van het dossier waarover de HR de beschikking heeft, kan met voldoende mate van aannemelijkheid worden afgeleid dat ook zonder het resultaat van de geuridentificatieproef in aanmerking te nemen, aanvrager één van de twee personen
Herziening. HR verklaart de aanvrage op diverse gronden niet-ontvankelijk.
Herziening. Geuridentificatieproef. Uit de stukken van het dossier waarover de HR de beschikking heeft, kan worden afgeleid dat ook zonder het resultaat van de geuridentificatieproef in aanmerking te nemen, aanvrager één van de personen is geweest die de tenlastegelegde inbraak h
Herziening. WAM zaak. HR herhaalt LJN BD3430 en wijst de herzieningsaanvrage af.
Herziening. Geuridentificatieproef. Uit de stukken van het dossier waarover de HR de beschikking heeft, kan met voldoende mate van aannemelijkheid worden afgeleid dat ook zonder het resultaat van de geuridentificatieproef in aanmerking te nemen, aanvrager de persoon is geweest di
Herziening geurproef. Het bewezenverklaarde kan ook zonder het resultaat van de geurproef uit het beschikbare bewijsmateriaal worden afgeleid. Er is derhalve geen sprake van een ernstig vermoeden a.b.i. art. 457.1.2° Sv dat de Pr aanvrager van dat feit zou hebben vrijgesproken of
Herziening. Mbt de in de aanvrage gestelde omstandigheden kan niet worden gezegd dat de feitelijke stellingen die daaraan ten grondslag zijn gelegd de rechter die de veroordeling heeft uitgesproken niet bekend waren. Aanvraag kennelijk ongegrond.
Herziening geurproef. Uit de inhoud van de zich in het dossier bevindende stukken kan met voldoende mate van aannemelijkheid worden afgeleid dat, ook zonder het resultaat van de geurproef, aanvrager het tenlastegelegde heeft gepleegd. Geen sprake van een omstandigheid a.b.i. art.
Herziening geurproef. Uit de inhoud van de zich in het dossier bevindende stukken kan met voldoende mate van aannemelijkheid worden afgeleid dat, ook zonder het resultaat van de geurproef, aanvrager de persoon is geweest die het bewezenverklaarde heeft gepleegd. Geen sprake van e
Herziening geurproef. I.c. moet het ervoor worden gehouden dat het Hof zonder de uitkomsten van de onregelmatige geurproeven uit het beschikbare bewijsmateriaal niet met voldoende mate van aannemelijkheid zou hebben afgeleid dat aanvrager 1 van de personen is die de onder 1, 3 en
Herziening geurproef. I.c. moet het ervoor worden gehouden dat het Hof zonder de uitkomsten van de onregelmatige geurproeven uit het beschikbare bewijsmateriaal niet met voldoende mate van aannemelijkheid zou hebben afgeleid dat aanvrager 1 van de personen is die de onder 1, 3 en
Herziening geurproef. Uit de inhoud van de zich in het dossier bevindende stukken kan met voldoende mate van aannemelijkheid worden afgeleid dat, ook zonder het resultaat van de geurproef, aanvrager 1 van de personen is geweest die het tenlastegelegde heeft gepleegd. Geen sprake
Herziening geurproef. Uit de inhoud van de zich in het dossier bevindende stukken kan met voldoende mate van aannemelijkheid worden afgeleid dat, ook zonder het resultaat van de geurproef, aanvrager de persoon is geweest die het tenlastegelegde heeft gepleegd. Geen sprake van een
Herziening. Geuridentificatieproef. Uit de stukken van het dossier waarover de HR de beschikking heeft, kan worden afgeleid dat ook zonder het resultaat van enige geuridentificatieproef in aanmerking te nemen, aanvrager één van de personen is geweest die de tenlastegelegde diefst
Herziening. De aanvrage bevat geen opgave van bewijsmiddelen waaruit van de daarin genoemde omstandigheid kan blijken, zodat de aanvrage gelet op art. 459 en 460 Sv niet kan worden ontvangen.
Herziening. Het in de aanvrage behelst niets wat kan worden aangemerkt als een beroep op omstandigheden a.b.i. art. 457.1.2° Sv, zodat de aanvrage gelet op art. 459 en 460 Sv niet kan worden ontvangen.
Herziening geurproef. Nu uit de inhoud van de zich in het dossier bevindende stukken met voldoende mate van aannemelijkheid kan worden afgeleid dat, ook zonder de geurproef in aanmerking te nemen, aanvrager één van de personen is geweest die de tenlastegelegde poging tot diefstal
Herziening geurproef. Nu het bewezenverklaarde ook zonder geurproef uit het beschikbare bewijsmateriaal kan worden afgeleid is geen sprake van een omstandigheid a.b.i. art. 457.1.2° Sv. De aanvraag wordt afgewezen. Voor inwilliging van het verzoek tot toelichting ttz. a.b.i. art.
Herziening geurproef. De geurproeven waarop de aanvraag kennelijk het oog heeft zijn, gelet op de data van de diefstallen in verband waarmee zij hebben plaatsgevonden, uitgevoerd i.h.k.v. de bewijsgaring van andere dan de tenlastegelegde feiten. Er is dus geen sprake van een omst
Herziening. Hetgeen in de aanvrage is aangevoerd kan niet een ernstig vermoeden wekken a.b.i. art. 457.1.2 Sv. De beslissingen van het UWV, die erop neerkomen dat een te hoge WAO-uitkering is gedaan, maar dat de door aanvrager teveel ontvangen WAO-uitkering niet meer door het UWV
Herziening. Als grond voor de herziening wordt in de aanvrage aangevoerd dat niet aanvrager maar zijn broer t.t.v. de brandstichting op 15-9-2003 de eigenaar van het restaurant was waarin de brand is gesticht. Die omstandigheid kan niet tot herziening leiden, omdat niet kan worde
Herziening. Art. 459 Sv schrijft voor dat de aanvrage tot herziening inhoudt de omstandigheid a.b.i. art. 457.1.2 Sv bedoeld, waarop zij steunt, en verder een opgave bevat van de bewijsmiddelen waaruit van die omstandigheid kan blijken. Het in de aanvrage gestelde behelst niets w