Conclusie plv. AG. Doodslag door schietpartij bij winkelcentrum in Breda waarbij leden van een motorclub betrokken zijn. Art. 287 Sr. Middelen over 1. betrouwbaarheid van de verklaringen van een getuige – de broer van het slachtoffer – en 2. (putatief) noodweer(exces). De plv. AG
Wetboek van Strafvordering
Art. 453 Sv
Genoemd in 86 uitspraken · Officiële wettekst
86 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Cassatieberoep ingetrokken na tot vernietiging strekkende CAG. Belang bij cassatie? Gelet op art. 4.4.2 van het Procesreglement HR zal de HR de zaak op het bestaande beroep afdoen. De in dit arrest vermelde aanvulling van gebezigde b.m. die redengevend zijn voor de bewezenverklar
Conclusie AG over vrijstelling a.b.i. art. 5.b Leerplichtwet. Holisme en bedenkingen tegen de richting van het onderwijs. Oordeel hof dat de bedenkingen uitsluitend betrekking hebben op de inrichting van het onderwijs is onbegrijpelijk. De A-G stelt zich op het standpunt dat de H
Intrekking h.b. mogelijk na terugwijzing zaak door HR? De HR stelt voorop dat tot de aanvang van de behandeling van het h.b. de mogelijkheid bestaat het h.b. geheel of gedeeltelijk in te trekken op de wijze die in de art. 453 en 454 Sv is voorzien (vgl. ECLI:NL:HR:2011:BP2709). D
Nova? Volharden in onschuld is niet een novum. Uitgevoerde analyse van de bewijsconstructie is evenmin een novum. Beoordeling nova (2 getuigenverklaringen) niettemin mede op basis van de waardering van de kracht van de destijds gehanteerde bewijsconstructie. Mogelijk alibi en alt
Beperking omvang h.b., art. 423 Sv. Uit de appelakte, die inhoudt dat beroep wordt ingesteld tegen “het eindvonnis d.d. 22 september 2010”, kan bezwaarlijk anders volgen dan dat het h.b. onbeperkt is ingesteld. Het Hof heeft derhalve ten onrechte het appel opgevat “als uitdrukkel
HR: art. 81.1 RO.
Ontvankelijkheid cassatieberoep. Intrekking a.b.i. art. 453.1 Sv? HR leidt uit de gedingstukken af dat de raadsman van verdachte het tijdig ingestelde beroep in cassatie wenste te handhaven, doch dit beroep heeft doen “intrekken” en het direct weer heeft doen instellen, uitsluite
HR: 81.1 RO
Economische zaak. Casus: veroordeling door de Rb van verdachte Stadsdeel Amsterdam-Noord. Het Stadsdeel stelde h.b. in. Bij besluit van 8 december 2009 besloot het Stadsdeel tot intrekking van het h.b.. Het h.b. werd vervolgens daadwerkelijk ingetrokken. Bij besluit van 10 mei 20
Kan verdachte op een na de aanvang van de ttz. gedane intrekking terugkomen door cassatie in te stellen tegen de door het Hof gehonoreerde intrekking? HR: Noch uit het verhandelde op de terechtzittingen van het Hof noch uit hetgeen in de cassatieschriftuur namens verdachte is aan
Intrekken h.b. na aanvang van de behandeling in h.b. HR herhaalt HR LJN BP2709. Het stond het Hof vrij om geen toepassing te geven aan art. 416.2 Sv op grond dat het Hof niet uitsloot dat het t.a.v. verdachte tot een andere beslissing zou komen dan de Rb. In het midden kan blijve
1. N-o OM in de vervolging. 2. Art. 6 en 175 WVW 1994. Schuld in de zin van roekeloosheid. Ad 1. De verwerping door het hof van het tot n-o verklaring van het OM in de vervolging strekkend verweer geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Ad 2.
Betreft aanvraag tot herziening van een ongegrond verklaard beklag over het binnentreden in huis door politie. Deze zaak is echter niet geëindigd met een veroordeling of een bewezenverklaring. De aanvrager wordt derhalve niet-ontvankelijk verklaard.
Intrekking hoger beroep door verdachte. Wet stroomlijnen hoger beroep. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BP2709. Gelet op deze overwegingen en op de omstandigheid dat de behandeling in hoger beroep een aanvang heeft genomen ter terechtzitting waar de zaak voor het eer
Rechtsgeldigheid intrekking hoger beroep door de OvJ en door verdachte. Wet stroomlijnen hoger beroep. De HR ziet aanleiding om in voorafgaande beschouwingen ten behoeve van de in de praktijk vereiste duidelijkheid in te gaan op enkele vragen die in verband met de Wet stroomlijne
1. Omvang hoger beroep. 2. Beroep op noodweer. Ad 1. Nu uit de inhoud van de appelakte bezwaarlijk anders kan volgen dan dat het beroep onbeperkt is ingesteld, heeft het Hof terecht geoordeeld dat de omvang van het hoger beroep niet was beperkt, wat er zij van hetgeen het Hof ter
Banksia- onderzoek. Medeplegen invoer cocaïne; voorbereidingshandelingen. Verweer: Beroep op niet ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep. Appel verdachte is ingetrokken na zgn regiezitting. Hof: Niet valt uit te sluiten dat hof tot een andere beslissing zou komen dan de besli
Onderzoek "Aucuba". Omvang hoger beroep in i.r.t. lezing tenlastelegging. CIE-informatie als grondslag voor verdenking overtreding Opiumwet. Identificatie van verdachte. Voorbereidingshandelingen Opiumwet en bewijslevering.
Onderzoek "Aucuba". Rechtmatigheid inkijk in bankkluis. Voorbereidingshandelingen Opiumwet, witwassen en bewijslevering ter zake.
Intrekking hoger beroep door verdachte; verdachte niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.
Het namens verdachte ingestelde h.b. is voorafgaand aan de tz. ingetrokken. Blijkens het daarvan opgemaakte p-v heeft het Hof de zaak op 20-6-2006 in h.b. bij verstek behandeld. Het in de bestreden uitspraak besloten liggende oordeel van het Hof dat deze zaak op een bestaand h.b.
OM-cassatie. Omvang hoger beroep. Ingevolge art. 449.1 Sv jo. art. 407.2 Sv kan de OvJ bij het instellen ervan het hoger beroep beperken, indien in 1e aanleg aan verdachte cumulatief strafbare feiten zijn tenlastegelegd. Indien een dergelijke beperking niet bij het instellen van
Omvang hoger beroep. Beperking blijkt niet uit akte. Appelschriftuur. Verdachte wilde ttz. in h.b. zijn veroordeling t.z.v. feit 2 nog aan de orde stellen. ‘s-Hofs oordeel dat het h.b. uitsluitend is gericht tegen dat deel van het vonnis waarbij verdachte t.z.v. het onder 1 tenla
1. HR overweegt dat het cassatieberoep kennelijk niet is gericht tegen de gegeven vrijspraken voor de feiten 1, 3 en 5, maar (anders dan de CAG) wel is gericht tegen de vrijspraak van hetgeen onder 2 primair is tenlastegelegd wegens het ontbreken van een beperking in de cassatiea