Rechtsgeldigheid intrekking hoger beroep door de OvJ en door verdachte. Wet stroomlijnen hoger beroep. De HR ziet aanleiding om in voorafgaande beschouwingen ten behoeve van de in de praktijk vereiste duidelijkheid in te gaan op enkele vragen die in verband met de Wet stroomlijne
Wetboek van Strafvordering
Art. 453 Sv
Genoemd in 86 uitspraken · Officiële wettekst
86 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
1. Bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis, nullus testis). 2. Vordering b.p. Wettelijke rente. Ad. 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BM2452. Het kennelijke oordeel van het Hof dat het bewijs dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan niet alleen kan worden a
N-o in h.b. op de grond dat h.b. is ingetrokken. Ingesteld h.b. duidelijk en ondubbelzinnig ingetrokken ex art. 453.1 Sv? Verdachte heeft griffie Rb per brief laten weten “(…) dat wij afstand doen van de inbeslaggenomen auto, (…). Deze was in hoger beroep, maar ook hoger beroep t
Beklag. OM-cassatie. Maatstaf ex art. 94 Sv. Belang van strafvordering. Het beroep is ingetrokken nadat de A-G ttz. van de Hoge Raad zijn conclusie had genomen en derhalve na de aanvang van de behandeling van het beroep a.b.i. art. 453 Sv. De Hoge Raad doet de zaak op het bestaan
Economische zaak. Casus: veroordeling door de Rb van verdachte Stadsdeel Amsterdam-Noord. Het Stadsdeel stelde h.b. in. Bij besluit van 8 december 2009 besloot het Stadsdeel tot intrekking van het h.b.. Het h.b. werd vervolgens daadwerkelijk ingetrokken. Bij besluit van 10 mei 20
Intrekken h.b. na aanvang van de behandeling in h.b. HR herhaalt HR LJN BP2709. Het stond het Hof vrij om geen toepassing te geven aan art. 416.2 Sv op grond dat het Hof niet uitsloot dat het t.a.v. verdachte tot een andere beslissing zou komen dan de Rb. In het midden kan blijve
Vordering van PG tot cassatie in het belang der wet. Procesafspraken in strafzaken waarbij OM en verdediging een gezamenlijk afdoeningsvoorstel aan de rechter voorleggen. De wet bevat geen specifieke regeling over procesafspraken. De rechtspraktijk wordt inmiddels gekenmerkt door
Intrekking hoger beroep door verdachte. Wet stroomlijnen hoger beroep. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BP2709. Gelet op deze overwegingen en op de omstandigheid dat de behandeling in hoger beroep een aanvang heeft genomen ter terechtzitting waar de zaak voor het eer
Conclusie AG. Ontvankelijkheid OM. De opvatting dat een appelschriftuur enkel als zodanig kan worden aangemerkt voor zover in het schriftelijke stuk bezwaren zijn geformuleerd ten aanzien van de feiten die daarin zijn opgenomen, is volgens de AG te beperkt en vindt geen steun in
WOTS-zaak. Verzuim aftrek tijd die veroordeelde in Nederland in overleveringsdetentie heeft doorgebracht en o.g.v. de WOTS van zijn vrijheid beroofd is geweest. HR herstelt het verzuim en neemt in aanmerking dat de Rb het verkeerde verdrag (a.b.i. art. 2 WOTS) van toepassing hee
Omvang hoger beroep, art. 407.2 Sv. Vrijspraak feit 1+2, veroordeling feit 3. OvJ trekt h.b. t.a.v. feit 3 in. ’s Hofs oordeel dat op de partiële intrekking van het h.b. van het OM geen acht wordt geslagen omdat het daarbij om een kennelijke vergissing gaat, is niet begrijpelijk,
Verdachte n-o in h.b. Rechtsmiddel tijdig ingetrokken? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BP2709 m.b.t. het uiterlijke moment waarbinnen een verklaring tot intrekking van een rechtsmiddel moet worden afgelegd. Nu de behandeling in h.b. een aanvang heeft genomen op de t
Beslissing tot betaling van wettelijke rente over de toegekende bedragen aan schadevergoeding van de bp-en. V.zv. de klacht de vorderingen betreft van de bp-en A, B en C, is het middel terecht voorgesteld, nu uit de voegingsformulieren op naam van deze bp-en niet blijkt dat zij v
Zaak Anneke van der Stap. HR: art. 81.1 RO.
1. Aanvulling bewijsmiddelen, art. 365a Sv. 2. Voorwetenschap, art. 46 Wte 1995 (oud). Ad 1. HR herhaalt relevante overweging uit HR LJN BX0863. Het Hof heeft de bewezenverklaring klaarblijkelijk doen steunen op de inhoud van de in de aanvulling op de als 'verkort arrest' aangedu
Omvang hoger beroep. ’s Hofs oordeel dat het h.b. niet is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep genomen beslissing t.a.v. het onder 2 tenlastegelegde feit is onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat uit de akte rechtsmiddel niet blijkt dat de OvJ het door hem ingestelde
1. Intrekking hoger beroep. 2. Strafvermindering ivm overschrijding redelijke termijn. Ad 1. Nu aan de herkomst en betrouwbaarheid van de kopie van de akte van intrekking hoger beroep in redelijkheid niet kan worden getwijfeld en ook overigens niet blijkt van enige bijzondere oms
Valsheid in geschrift, gepleegd door maatschap door valselijk vaccinatieverklaringen op te maken en deze in bedrijfsadministratie op te nemen (art. 225.1 Sr) en diergeneesmiddel onjuist toepassen, gepleegd door maatschap (art. 2.19.3.a jo. art. 2.8.1.c Wet dieren). Rechtsgeldighe
Medeplichtigheid aan witwassen, meermalen gepleegd, art. 420bis Sr. Middelen m.b.t. 1. ontvankelijkheid OM in h.b. na verkeerd vermelden datum vonnis in appelakte, 2. bewijsklachten (medeplichtigheid aan) witwassen en 3. verwerping beroep schending redelijke termijn in feitelijke
Ontvankelijkheid cassatieberoep. Intrekking a.b.i. art. 453.1 Sv? HR leidt uit de gedingstukken af dat de raadsman van verdachte het tijdig ingestelde beroep in cassatie wenste te handhaven, doch dit beroep heeft doen “intrekken” en het direct weer heeft doen instellen, uitsluite
Uitspraak in de zaak Hattem (in de media bekend als de ‘tattoo killers-zaak’). De vier verdachten zijn veroordeeld wegens medeplegen van poging tot moord en de voorbereiding daarvan. De verweren met betrekking tot het vooronderzoek zijn door het hof verworpen. Deze hadden onder m
Uitspraak in de zaak Hattem (in de media bekend als de ‘tattoo killers-zaak’). De vier verdachten zijn veroordeeld wegens medeplegen van poging tot moord en de voorbereiding daarvan. De verweren met betrekking tot het vooronderzoek zijn door het hof verworpen. Deze hadden onder m
Uitspraak in de zaak Hattem (in de media bekend als de ‘tattoo killers-zaak’). De vier verdachten zijn veroordeeld wegens medeplegen van poging tot moord en de voorbereiding daarvan. De verweren met betrekking tot het vooronderzoek zijn door het hof verworpen. Deze hadden onder m
Omvang hoger beroep, art. 407.2 Sv. Vrijspraak feit 1+2, veroordeling feit 3. OvJ trekt h.b. t.a.v. feit 3 in. ’s Hofs oordeel dat op de partiële intrekking van het h.b. van het OM geen acht wordt geslagen omdat het daarbij om een kennelijke vergissing gaat, is niet begrijpelijk,
HR: 81 RO. Overschrijding redelijke termijn in cassatie.