Art. 395.2 Sv (opmaken pv van de tz) en 395a.1 Sv (stempelvonnis). De verdachte heeft binnen drie maanden na de uitspraak van de Ktr beroep in cassatie ingesteld. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat het vonnis geen vonnis betreft a.b.i. 410a.1 Sv, heeft de Ktr ten onrechte
Wetboek van Strafvordering
Art. 451 Sv
Genoemd in 73 uitspraken · Officiële wettekst
73 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Verstek. Aanwezigheidsrecht. Het kantooradres van een advocaat dat is vermeld in de akte rechtsmiddel of de door hem verstrekte schriftelijke bijz. volmacht tot het instellen van een rechtsmiddel is niet een opgave van een adres a.b.i. art. 588a.1 onder c Sv, behoudens in een ver
Instellen hoger beroep. Bijzondere volmacht aan de griffier. Art. 450.1.b Sv. De brief van verdachte, die kennelijk was bestemd voor die justitiële instantie alwaar aanwending van rechtsmiddelen dient te geschieden, kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een uiting van ve
Beklag. Dwangbevel. Nadat uit hoofde van een dwangbevel beslag was gelegde op roerende zaken op het woonadres van de veroordeelde, is bij de Rechtbank een schrijven ingekomen dat niet anders kon worden verstaan dan als een door de veroordeelde op de voet van art. 575.3 Sv gedaan
Ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep. Art. 450.1 aanhef en onder a Sv. HR LJN BJ7810 heeft betrekking op een door een advocaat schriftelijk ingesteld beroep. In de onderhavige zaak is de advocaat ter griffie verschenen om hoger beroep in te stellen. De akte instellen hoger
Verschoonbare termijnoverschrijding bij instellen h.b. HR: Anders dan het middel wil, was het Hof niet gehouden een onderzoek te verrichten “naar de reden van verstrijken van de opvallend lange termijn tussen datum verzenden volmacht en de uiteindelijke ontvangst”, zodat het midd
De meervoudige raadkamer van de rechtbank Haarlem is van oordeel dat een bezwaarschrift, ingediend door middel van het geven van een bijzondere schriftelijke volmacht daartoe van de advocaat aan een medewerker van de strafgriffie, mits is voldaan aan de overigens daaraan te stell
Ontvankelijkheid OM in hoger beroep. Het Hof heeft geoordeeld dat het OM niet-ontvankelijk zal worden verklaard in zijn ingestelde h.b., aangezien zich in het dossier geen ondertekende akte bevindt waarbij door het OM h.b. is ingesteld. Het Hof heeft daarbij in aanmerking genomen
Wet stroomlijnen hoger beroep. Instelling rechtsmiddel door een advocaat via een bijzondere schriftelijke volmacht aan griffiemedewerker. De HR neemt een aantal beslissingen t.a.v. wettelijke regeling m.b.t. het aanwenden van rechtsmiddelen zoals die geldt na de wetswijziging van
OM-cassatie. Omvang hoger beroep. Ingevolge art. 449.1 Sv jo. art. 407.2 Sv kan de OvJ bij het instellen ervan het hoger beroep beperken, indien in 1e aanleg aan verdachte cumulatief strafbare feiten zijn tenlastegelegd. Indien een dergelijke beperking niet bij het instellen van
Ontvankelijkheid hoger beroep. Verplichting mededeling griffier. Het Hof had moeten doen blijken te hebben onderzocht of de griffier die de akte rechtsmiddel heeft opgemaakt aan de comparant (administrateur van de verdachte rechtspersoon) mededeling heeft gedaan van het vereiste
Rechtsmiddelen. Het Hof verklaart het OM n-o in het hoger beroep, waartegen verdachte cassatieberoep instelt. HR: Noch uit het middel noch uit de overige gedingstukken blijkt dat verdachte een rechtens te respecteren belang heeft bij het instellen van beroep in cassatie tegen het
OM-cassatie. Ingevolge art. 449.1 jo. art. 407.1 Sv kan het hoger beroep slechts tegen het vonnis in zijn geheel worden ingesteld. Alleen indien aan verdachte cumulatief strafbare feiten zijn tenlastegelegd, kan ingevolge art. 407.2 Sv het hoger beroep tot een of meer van die gev
belang: communicatie justitiabelen met rechtbank en parket.
De opvatting dat in een geval als i.c., waarin de appelakte in het ongerede is geraakt, de rechter in appel er zonder meer van dient uit te gaan dat het appel tijdig is ingesteld, is onjuist.
Artikel 7 Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden. Het bezwaarschrift van veroordeelde tegen het nader bepalen en verwerken van het DNA-profiel wordt ongegrond verklaard. Per abuis is de rechtbank aan de te stellen voorvragen voorbijgegaan. Het bezwaarschrift is niet op de wijze als
Art. 450.1.b Sv: brief van verdachte als bijzondere volmacht. Verdachte is op 27-8-04 bij verstek veroordeeld. Op 24-12-04 is de mededeling uitspraak hem ip uitgereikt. Verdachte heeft op 7-1-05 een brief, gericht aan OvJ en griffie, gestuurd aan de OvJ waarin hij te kennen geeft
Economische zaak. Opzettelijk zonder vergunning veranderen van door BV gedreven inrichting, art. 8.1.1.b Wet milieubeheer. 1. Mocht Hof door OM ingesteld rechtsmiddel (h.b. tegen ontnemingszaak) converteren in juist rechtsmiddel (h.b. tegen strafzaak)? 2. Beroep op afwezigheid va
-
-
-
-
Toereikende motivering van beschikking tot verwerping van bezwaarschrift tegen inhouding van het rijbewijs.