Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in h.b. Verontschuldigbare termijnoverschrijding? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2004:AN8587. Gelet op hetgeen door de raadsvrouwe onder verwijzing naar stukken is aangevoerd, had het Hof zijn beslissing nader dienen te mot
Wetboek van Strafvordering
Art. 450 Sv
Genoemd in 257 uitspraken · Officiële wettekst
257 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 6 · live
N-o verklaring in h.b. Defecte griffievolmacht. De HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2012:BV6999 en ECLI:NL:HR:2013:BY8357 dat ingeval een schriftelijke volmacht van een advocaat aan een griffiemedewerker om h.b. in te stellen niet aan de in ECLI:NL:HR:2009:BJ7810
N-o verklaring in h.b. Op 5 februari 2013 - de laatste dag van de appeltermijn - is een volmacht a.b.i. art. 450 Sv bij (fax)brief van die datum bij de griffie ingekomen. De medewerker van de griffie heeft zich kennelijk op het standpunt gesteld dat door ondertekening van deze br
Verstekverlening. ’s Hofs kennelijke oordeel dat de vermelding van het kantooradres van de raadsman van de verdachte in de brief van de raadsman (schriftelijke volmacht) niet kan gelden als de opgave van een adres i.d.z.v. art. 588a.1.c Sv geeft niet blijk van een onjuiste rechts
N-o verklaring verdachte in h.b. Schriftelijke volmacht van advocaat aan griffiemedewerker. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2009:BJ7810, ECLI:NL:HR:2012:BV6999 en ECLI:NL:HR:2013:BY8357. Het middel klaagt terecht dat het Hof het voorgaande heeft miskend,
Verdachte n-o verklaard in h.b. Instelling h.b. door een advocaat d.m.v. een bijzondere schriftelijke volmacht aan een griffiemedewerker. De HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2009:BJ7810, ECLI:NL:HR:2012:BV6999 en ECLI:NL:HR:2013:BY8357 m.b.t. de eisen die
Profijtontneming. Ontvankelijkheid betrokkene in h.b. Schriftelijke volmacht advocaat aan griffiemedewerker om h.b. in te stellen. HR herhaalt HR 22 januari 2013, ECLI:NL:HR:BY8357, NJ 2013/75 m.b.t. het voor het gedekt houden van een onvolkomen schriftelijke volmacht van een adv
Verdachte n-o verklaard in h.b. Instelling h.b. door een advocaat d.m.v. een bijzondere schriftelijke volmacht aan een griffiemedewerker. De HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2009:BJ7810, ECLI:NL:HR:2012:BV6999 en ECLI:NL:HR:2013:BY8357 m.b.t. de eisen die
1. Schriftelijke volmacht van advocaat aan griffiemedewerker om h.b. in te stellen. 2. Ontvankelijkheid OM in de vervolging en verjaring. Ad 1.Het hof heeft verdachte n-o verklaard in het h.b. omdat het beroep niet zou zijn ingesteld op de wijze a.b.i. HR LJN BJ7810. HR herhaalt
Intrekken h.b. na aanvang van de behandeling in h.b. HR herhaalt HR LJN BP2709. Het stond het Hof vrij om geen toepassing te geven aan art. 416.2 Sv op grond dat het Hof niet uitsloot dat het t.a.v. verdachte tot een andere beslissing zou komen dan de Rb. In het midden kan blijve
Niet-ontvankelijkverklaring in h.b. Verzuim in volmacht. HR doet de zaak af onder verwijzing naar de gronden vermeld in de conclusie van de A-G, kort gezegd inhoudende dat het Hof, hoewel dit gelet op de omstandigheden aangewezen was, verzuimd heeft uitdrukkelijk aan de gemachtig
Niet-ontvankelijkheid in h.b. Art. 450.3 Sv. HR herhaalt toepasselijke overweging uit HR LJN BJ7810. De brief van de raadsman, inhoudende dat hij namens zijn cliënt de griffiemedewerker verzoekt h.b. in te stellen tegen het vonnis van de Pr en dat hij door zijn cliënt bepaaldelij
Instelling h.b. door een advocaat d.m.v. een bijzondere schriftelijke volmacht aan een griffiemedewerker. De HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit HR LJN BJ7810 en HR LJN BY8357 m.b.t. de eisen die worden gesteld aan een dergelijke volmacht en de ratio van die eisen. Het
Antilliaanse zaak. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep. Bijzondere schriftelijke volmacht aan griffiemedewerker. Art. 450.1.a Sv. De HR verstaat de akte instellen cassatie aldus dat de raadsman heeft verklaard door verdachte bepaaldelijk te zijn gevolmachtigd in de zin van a
Verdachte n-o verklaard in h.b. HR herhaalt HR LJN BJ7810 m.b.t. de eisen waaraan de schriftelijke volmacht waarmee een advocaat een griffiemedewerker machtigt om namens verdachte h.b. in te stellen en HR LJN BV6999 m.b.t. het feit dat indien ttz. in h.b. wel de verdachte of een
Profijtontneming. N-o verklaring betrokkene in zijn h.b. Schriftelijke volmacht van advocaat aan griffiemedewerker om h.b. in te stellen, waarin een verklaring van de advocaat dat betrokkene instemt met het door de griffiemedewerker aanstonds in ontvangst nemen van de oproeping v
Niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in zijn hoger beroep. De Hoge Raad herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BJ7810. Zoals in voormeld arrest is geoordeeld, moeten de eisen waaraan de schriftelijke volmacht waarmee een advocaat een griffiemedewerker machtigt om namens
Het Hof verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep op verzoek van procureur-generaal.
Ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep. Art. 450 Sv. Gelet op de inhoud van de brief van de verdachte aan de Rechtbank had deze brief behoren te worden opgevat als een bijzondere volmacht in de zin van art. 450.1.b Sv. De omstandigheid dat deze brief van de verdachte niet vol
Ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep. Art. 450 Sv. Gelet op de inhoud van de brief van de verdachte aan de Rechtbank had deze brief behoren te worden opgevat als een bijzondere volmacht in de zin van art. 450.1.b Sv. De omstandigheid dat deze brief van de verdachte niet vol
Ontvankelijkheid verdachte in h.b. Art. 450 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BJ7810 m.b.t. het door een advocaat schriftelijk h.b. instellen op de wijze die is voorzien in art. 450.3 Sv. Onderhavige zaak dateert van voor LJN BJ7810 maar van na de inwerkingtreding
Verzoek bij appelschriftuur. De rechter is niet gehouden op een bij appelschriftuur gedaan verzoek tot oproeping van getuigen te beslissen. Alleen een herhaald, ter terechtzitting gedaan verzoek noopt tot een beslissing. Dat volgt uit art. 287.3.a Sv (vgl. HR LJN BJ9346). De omst
Verzoek bij appelschriftuur. De rechter is niet gehouden op een bij appelschriftuur gedaan verzoek tot oproeping van getuigen te beslissen. Alleen een herhaald, ter terechtzitting gedaan verzoek noopt tot een beslissing. Dat volgt uit art. 287.3.a Sv (vgl. HR LJN BJ9346). De omst
Tussenarrest; De volmacht van de raadsvrouwe aan de strafgriffie om namens de verdachte hoger beroep in te stellen voldoet niet aan alle eisen. Dit leidt evenwel niet tot niet-ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep.
Art. 410a en 450.3 Sv. 1. De opvatting dat het het hof niet vrijstond verdachte n.o. te verklaren in het h.b. nadat de voorzitter “verlof” heeft verleend tot de behandeling van de zaak in h.b. als voorzien in art. 410a Sv, is blijkens de wetsgeschiedenis onjuist. 2. Het hof heeft