Conclusie AG. Art. 408 lid 1 aanhef en onder b Sv. N-o in h.b omdat raadsvrouw rechtsmiddel te laat heeft ingesteld (vgl. HR 12 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:16). Raadsvrouw heeft vertrouwen gewekt dat h.b. was ingesteld, verdachte is niet in Nederland opgegroeid, is niet naar sc
Wetboek van Strafvordering
Art. 449 Sv
Genoemd in 110 uitspraken · Officiële wettekst
110 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Conclusie AG over het tijdig instellen van hoger beroep bij de juiste griffie en het aanwenden van dit rechtsmiddel op de laatste dag van de beroepstermijn na sluitingstijd van de griffie. De AG adviseert de Hoge Raad het cassatieberoep te verwerpen.
Art. 410.1 Sv, art. 126 RO, art. 2 Besluit reorganisatie openbaar ministerie en instelling landelijk parket. Ontbreken handtekening van de OvJ op appelschriftuur. De wet stelt niet de eis dat een appelschriftuur door de indiener daarvan is ondertekend. In het licht van de toepass
1. N.o. ingestelde hoger beroep. 2. Verontschuldigbare termijnoverschrijding. Ad 1. Betoogd wordt dat verdachte door ter terechtzitting ten overstaan van de Pr en de griffier te kennen te geven dat hij tegen het vonnis van de Pr hoger beroep wilde instellen, tijdig en rechtsgeldi
Beklag. De wet kent wat betreft de beklagprocedure a.b.i. het vierde boek, Titel IX Sv, anders dan in HR LJN ZC9727 onder de toenmalige wetgeving is aangenomen, niet de mogelijkheid van een last tot teruggave van inbeslaggenomen voorwerpen aan een ander dan degene die een klaagsc
-
-
Tardief appel. Dat de raadsvrouw niet tijdig hoger beroep heeft ingesteld komt volgens vaste jurisprudentie van het Hoge Raad voor rekening en risico van de verdachte. Termijnoverschrijding niet verontschuldigbaar. Verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep.
Verdachte is niet-ontvankelijk in het hoger beroep verklaard, omdat de door de raadsman ingediende schriftelijke volmacht niet aan de eisen van de wet voldoet en ter terechtzitting in hoger beroep noch de verdachte noch een door hem gemachtigde raadsman is verschenen om dit te re
Conclusie AG. Uitkeringsfraude, art. 227b Sr. Heeft hof ten onrechte toepassing gegeven aan art. 416.2 Sv, gerechtvaardigde verwachting? De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
Conclusie AG. Mensensmokkel van 15 vluchtelingen. M1 en M2 behelzen falende bewijsklachten over bewezen verklaarde feiten 1, 4, 5, 6, 7, 8 en 9. M3 bevat een deels slagende klacht over duur van het opgelegde beroepsverbod. Conclusie strekt tot vernietiging, maar uitsluitend wat b
Conclusie AG. Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens te late indiening appel. Hof heeft ten onrechte de juistheid in het midden gelaten van de bijzondere omstandigheden waarmee de verdachte zijn beroep op de verontschuldigbaarheid van de termijnoverschrijding heeft onderbouwd.
Verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep omdat de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg direct afstand heeft gedaan van het recht om in hoger beroep te gaan. Daarnaast is het hoger beroep te laat ingesteld. Dat de raadsvrouw – al dan niet verwijtbaar - niet tijdig hoge
Conclusie AG. Ontvankelijkheid hoger beroep. In volmacht van advocaat aan griffiemedewerker tot instellen hoger beroep ontbreekt verklaring dat verdachte instemt met door griffiemedewerker aanstonds in ontvangst nemen van oproeping terechtzitting in hoger beroep (art. 450 lid 3 S
Conclusie AG. Beklag na beslag op horloge n.a.v. een EOB, art. 552a jo 5.4.10 Sv. AG gaat in op ontvankelijkheid cassatieberoep, nu raadsman in e-mail aan griffie Rb niet uitdrukkelijk volmacht aan griffiemedewerker heeft verleend om cassatieberoep in te stellen. De cassatieklach
Heling van elektrische fiets en elektrische step, art. 416.1.a Sr. Bewijsklachten. Verweer dat verdachte t.t.v. het voorhanden krijgen niet wist en/of kon vermoeden dat goederen door misdrijf waren verkregen, en voor bewezenverklaring redengevende omstandigheden die niet in bewij
Conclusie AG. Beklag ex art. 552a.1 (jo. art. 98/art. 125i) en 552a.2 Sv. In strijd met art. 25.1 Sv is verzuimd een p-v van één van de raadkamerzittingen op te maken. Dit verzuim heeft betrekking op een zo wezenlijke vorm van de raadkamerprocedure dat het nietigheid van het onde
Het hof heeft verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Nu de door de raadsman ingediende schriftelijke volmacht niet aan de eisen van de wet voldoet en ter terechtzitting in hoger beroep noch de verdachte noch een door hem gemachtigde raadsman is verschenen om d
Conclusie plv. AG. Ambtshalve opmerkingen over ontvankelijkheid. Onvolkomen volmacht en toezending naar verkeerde gerecht. M1: klacht over ontbreken uitspraakproces-verbaal hoeft niet tot cassatie te leiden, omdat HR arrest in openbaar kan uitspreken. M2: slagende klacht over afw
Conclusie plv. AG. Ambtshalve opmerkingen over ontvankelijkheid. Onvolkomen volmacht en toezending naar verkeerde gerecht. M1: klacht over ontbreken uitspraakproces-verbaal hoeft niet tot cassatie te leiden, omdat HR arrest in openbaar kan uitspreken. M2: slagende klacht over afw
Conclusie AG. Strafzaak. Samenhang 22/00898 P. Verdachte is een (ontbonden) maatschap. Middel klaagt over niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in hoger beroep. Ambtshalve bespreking ontvankelijkheid cassatieberoep. Uitleg juridisch kader art. 3:170 BW/3:171 BW. Conclusie str
Conclusie AG. Veroordeling wegens feitelijke leiding geven aan door rechtspersoon (meermalen) begaan van oplichting (art. 326) en valsheid in geschrift (art. 225.2 Sr) en deelnemen aan criminele organisatie (art. 140.1 Sr). Het (eerste) cassatiemiddel dat klaagt over de verwerpin
Overschrijding van de termijn voor het instellen van hoger beroep door de verdachte. Niet-ontvankelijk verklaard.
Conclusie AG. Caribische zaak. Cassatieberoep richt zich tegen niet-ontvankelijkverklaring verdachte in hoger beroep door Gemeenschappelijk Hof. De advocaat van de verdachte stelt dat zij vanwege de toenmalige covid-pandemie tegen het vonnis van het Gerecht van Bonaire niet ander
Conclusie AG. Caribische zaak. Cassatieberoep richt zich tegen niet-ontvankelijkverklaring verdachte in hoger beroep door Gemeenschappelijk Hof. De advocaat van de verdachte stelt dat zij vanwege de toenmalige covid-pandemie tegen het vonnis van het Gerecht van Bonaire niet ander