OM-cassatie. Beslag, beklag, afgeleide bevoegdheid tot verschoning. Artt. 98, 552a en 552d Sv. Vordering tot uitlevering van stukken en gegevens ter inbeslagneming aan een ingeschakelde deskundige. Het oordeel omtrent de vraag of stukken en gegevens object van de afgeleide bevoeg
Wetboek van Strafvordering
Art. 447 Sv
Genoemd in 132 uitspraken · Officiële wettekst
132 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Beklag, beslag, verschoningsrecht, 14-dagen termijn a.b.i. art. 552d.3 Sv voor indienen van cassatieschriftuur, ontvankelijkheid van het cassatieberoep. De HR doet uitspraak over 1. de toepassing van het op 1 maart 2015 in werking getreden art. 552d.3 Sv op de bij de HR aanhangig
-
Proeftijd. Art. 14b (oud) en 14c (oud) Sr. Het Hof heeft ten onrechte een proeftijd van drie jaren vastgesteld v.w.b. de naleving van de algemene voorwaarde nu deze gelet op het in deze zaak nog geldende art. 14b.2 (oud) Sr jo. 14c.1 (oud) Sr ten hoogste twee jaren kon bedragen.
Noodweer. HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2009:BM7508 m.b.t. het feit dat van een noodzakelijke verdediging tegen een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding niet kan worden gesproken, indien degene die zich verdedigt zich aan de (dreigende) aanranding h
Rolconclusie AG. Betekening van de aanzegging van ingekomen stukken ex art. 447, derde lid, Sv in een penitentiaire inrichting. Art. 2 Regeling modellen van akte gerechtelijke mededelingen Hoge Raad der Nederlanden verschaft de met uitreiking belaste persoon de bevoegdheid met he
Rolconclusie AG. Betekening van de aanzegging van ingekomen stukken ex art. 447, derde lid, Sv in een penitentiaire inrichting. Art. 2 Regeling modellen van akte gerechtelijke mededelingen Hoge Raad der Nederlanden verschaft de met uitreiking belaste persoon de bevoegdheid met he
Medeplegen van medeplichtigheid aan poging tot gekwalificeerde diefstal (meermalen gepleegd). Middelen klagen dat 1. de verdediging onvoldoende in de gelegenheid is geweest een getuige te ondervragen terwijl de bewezenverklaring in beslissende mate op de verklaringen van deze get
Noodweer. HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2009:BM7508 m.b.t. het feit dat van een noodzakelijke verdediging tegen een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding niet kan worden gesproken, indien degene die zich verdedigt zich aan de (dreigende) aanranding h
-
-
-
-