Opzetheling van een monstrans uit museum Catharijneconvent in Utrecht in 2013, art. 416.1.a Sr. Strafmotivering (achttien maanden gevangenisstraf, waarvan drie maanden voorwaardelijk). Wekt opgelegde gevangenisstraf in het licht van procesverloop en door AG gevorderde gevangeniss
Wetboek van Strafvordering
Art. 440 Sv
Genoemd in 1.129 uitspraken · Officiële wettekst
1.129 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Medeplegen moord op echtgenoot, art. 289 Sr. 1. Redengevendheid voor bewijs van overeenkomst in samenstelling van verfdeeltjes in letsel van slachtoffer en in auto van verdachte waaraan NFI geen bewijskracht kon toekennen. 2. Kennelijke leugenachtigheid. Is sprake van kennelijk l
Profijtontneming. ’s Hofs oordeel is kennelijk gebaseerd op de opvatting dat o.m. bepaalde contante stortingen en opnames van bankrekeningen, nu zij voorwerpen van het in de samenhangende strafzaak bewezenverklaarde gewoontewitwassen waren, reeds daardoor w.v.v. vormden. Die opva
Beslissing op (voor de terechtzitting ontvangen) aanhoudingsverzoek ex art. 278.3 Sv van verdachte of gemachtigde raadsman. Uit de art. 278.3 en 4, 329, 330 en 331.1 Sv volgt dat op een verzoek van verdachte ex art. 278.3 Sv ter terechtzitting moet worden beslist, nadat het OM om
Diefstal d.m.v. inklimming door via dakkoepel restaurant met bovenwoning te betreden, aldaar laptop, sieraden en oplader van mobiele telefoon te pakken en deze in zelf meegebrachte tas te stoppen, waarna die tas op bank in restaurant is aangetroffen, art. 311.1.5 jo. 310 Sr. Volt
Ontucht met aan zijn zorg toevertrouwde 5-jarige dochter van zijn toenmalige vriendin, art. 249.1 Sr. 1. Bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis). Vindt verklaring van slachtoffer voldoende steun in ander bewijsmateriaal? 2. Schriftuur benadeelde partij, immateriële schade. Kon
HR: 80a RO. Dat brengt met zich dat de HR niet kan toekomen aan een beoordeling van rechtspunten betreffende de vordering van de b.p. (vgl. HR ECLI:NL:HR:2012:BX0146, rov. 2.5).
Art. 36d Sr. Onttrekking aan het verkeer van Medion computer toereikend gemotiveerd? HR: hof heeft t.a.v. de onttrekking overwogen dat “een geenszins denkbeeldige kans” bestaat dat er op die computer kinderpornografisch materiaal staat, omdat niet blijkt dat het onderzoek door de
Beschikking op vordering OvJ ex art. 552f Sv tot onttrekking aan het verkeer van in beslag genomen computerkast en IPad na onherroepelijke veroordeling t.z.v. (poging tot) afdreiging (meermalen gepleegd), verkrachting (meermalen gepleegd), computervredebreuk en opzettelijk en wed
Medeplegen poging tot doodslag (art. 287 Sr), medeplegen diefstal met geweld (art. 312.2.2 Sr), medeplegen wederrechtelijke vrijheidsberoving (art. 282.1 Sr), voorhanden hebben vuurwapen en munitie (art. 26.1 WWM) en poging tot zware mishandeling, meermalen gepleegd (art. 302.1 S
Toewijzing vordering bp. In aanmerking genomen dat verdachte door het Hof is vrijgesproken van feit 1, moet het gezien de inhoud van het voegingsformulier ervoor gehouden worden dat het Hof de vordering van de bp heeft toegewezen v.zv. deze betrekking heeft op de schadeposten “te
Voorwaardelijk opzet op toebrengen zwaar lichamelijk letsel. De bewijsmiddelen houden in dat; verdachte paniekerig is weggereden, omdat de agenten hem wilden aanhouden en hij daar zeker niet meer wilde blijven; de verdachte snel wegreed, zonder de verlichting aan te doen en zonde
Conclusie AG. Opzetheling (art. 416 Sr) van een monstrans (een liturgisch kunstvoorwerp dat is gestolen uit het Catharijneconvent in Utrecht). Derde cassatieronde. Het middel dat op komt tegen de strafmotivering slaagt deels. De door het hof opgelegde straf roept verbazing op teg
Conclusie AG: Conclusie A-G. (1). Ambtshalve beschouwingen over de omvang van het cassatieberoep in primair-subsidiair gestructureerde tenlasteleggingen, waarbij is vrijgesproken voor het primaire onderdeel daarvan en de veroordeling voor het subsidiaire deel de cassatiedrempel v
Intrekking h.b. mogelijk na terugwijzing zaak door HR? De HR stelt voorop dat tot de aanvang van de behandeling van het h.b. de mogelijkheid bestaat het h.b. geheel of gedeeltelijk in te trekken op de wijze die in de art. 453 en 454 Sv is voorzien (vgl. ECLI:NL:HR:2011:BP2709). D
Uitlevering. 1. ’s Hofs oordeel dat de uitlevering van de opgeëiste persoon is verzocht teneinde hem te kunnen vervolgen t.z.v. 4 feiten (‘count one’ t/m ‘count four’) is feitelijk en, gelet op de door de verzoekende Staat overgelegde stukken, niet onbegrijpelijk. 2. ’s Hofs oord
Profijtontneming. Overschrijding redelijke termijn. Het middel, dat klaagt over ’s Hofs oordeel dat geen rechtsgevolg behoeft te worden verbonden aan de vaststelling dat tijdens de behandeling van de zaak in e.a. de redelijke termijn a.b.i. art. 6.1 EVRM is overschreden, is op de
Conclusie AG. Ontucht met een vier-jarig meisje dat aan verdachtes zorg is toevertrouwd, meermalen gepleegd (art. 249 Sr). Middel verdachte bevat unus testis klacht. Is het gebruik van olie bij seksuele handelingen een voldoende specifieke handelwijze om steunbewijs te kunnen te
Bedreiging ( meermalen gepleegd) door het maken van meerdere abrupte stuurbewegingen in richting van politievoertuig (art. 285 Sr). 1. Meerdaadse samenloop a.b.i. art. 57 Sr? 2. Opgelegde gevangenisstraf van 3 jaar wettelijk toegestaan? Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen ui
Aanvullende conclusie AG. Veroordeling vrouw tot twintig jaar gevangenisstraf voor het medeplegen van de moord op haar echtgenoot. Naast het eerdere oordeel van de AG (ECLI:NL:PHR:2022:224) dat het door het hof bewezenverklaarde medeplegen van moord niet uit de bewijsmiddelen kan
Conclusie AG. Veroordeling vrouw tot twintig jaar gevangenisstraf voor het medeplegen van de moord op haar echtgenoot. Bewijsmotivering voor medeplegen berust in belangrijke mate op de omstandigheid dat het hof het niet aannemelijk acht dat de verdachte het dodelijk geweld alleen
Conclusie AG over de vraag of er in onderhavige zaak, verdachte is woning van de slachtoffers na betrapping ontvlucht met achterlating van een rugzak waarin hij een aantal goederen had gestopt, sprake is van een voltooide diefstal, art. 310 Sr. De AG adviseert de Hoge Raad het ca
Profijtontneming. ’s Hofs oordeel is kennelijk gebaseerd op de opvatting dat o.m. bepaalde contante stortingen en opnames van bankrekeningen, nu zij voorwerpen van het in de samenhangende strafzaak bewezenverklaarde gewoontewitwassen waren, reeds daardoor w.v.v. vormden. Die opva
Profijtontneming. Het Hof heeft de ontnemingsmaatregel opgelegd t.z.v. voordeel dat betrokkene heeft verkregen “uit de in zijn strafzaak bewezenverklaarde feiten”. Die feiten bestrijken de periode van 15 december 2003 tot en met 13 december 2004. Gelet op deze periode die het Ho
Beklag; bezwaarschrift tegen dagvaarding. De opvatting in het middel dat de mededeling van de Officier van Justitie omtrent het intrekken van de dagvaarding, aan de verdachte gedaan nadat diens bezwaarschrift tegen de dagvaarding door de Rb gegrond was bevonden, ten gevolg heeft