-
Wetboek van Strafvordering
Art. 437 Sv
Genoemd in 884 uitspraken · Officiële wettekst
884 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 7 · live
Procesrecht. Voorlopig deskundigenbericht. Beroepsfout advocaat door het niet tijdig instellen van cassatieberoep in een strafzaak. Leent de vraag of een cassatieberoep tenminste een reële kans van slagen zou hebben gehad zich voor een voorlopig deskundigenbericht (art. 202 Rv)?
Schriftuur tardief doordat geen mededeling betekening is ontvangen? Art. 437.2 Sv. Aanzegging in cassatie is in persoon aan verdachte uitgereikt, terwijl strafadministratie HR door middel van gewone brief mededeling van betekening heeft gedaan aan raadsman verdachte. Raadsman hee
Schriftuur tardief, art. 437.2 Sv. Raadsman heeft n.a.v. mededeling rechtsdag bij faxbericht, waarbij eerder ingediende schriftuur is gevoegd, aan griffier HR bericht dat hij per post tijdig schriftuur aan HR heeft toegezonden en dat door zijn kantoor telefonisch ontvangst in goe
Poging doodslag. Mededeling aan b.p. van tz. in h.b. ex art. 413.2 Sv. HR herhaalt ECLI:NL:HR:1997:ZD0822, NJ 1998/156 m.b.t. de strekking van het voorschrift dat aan b.p. schriftelijk dient te worden medegedeeld op welke dag de zaak ttz. in h.b. zal worden behandeld alsmede de p
Profijtontneming. Cassatieberoep n-o. Art. 437.2 Sv. Het middel behelst een klacht tegen een beslissing in de met deze zaak samenhangende strafzaak (15/00780) en kan daarom niet als wettelijk middel van cassatie in onderhavige zaak worden aangemerkt.
HR: art. 81.1 RO. Conclusie AG over de vraag of de in de schriftuur opgenomen klachten, die eerst na afloop van de zestig-dagentermijn schriftelijk zijn toegelicht, op zichzelf beschouwd kunnen worden aangemerkt als cassatiemiddelen in de zin der wet.
Art. 425 aanhef en onder 2˚ Sr: “onder zijn hoede” staand gevaarlijk dier (i.c. Pitbull en Rottweiler). Het Hof heeft de verdachte kunnen aanmerken als degene die voldoende zorg dient te dragen voor het onschadelijk houden van zijn gevaarlijke dieren, nu aan de verdachte als eige
Art. 243 Sr. Seksueel binnendringen. Afwijzing getuigenverzoek. Het verzoek van de verdediging strekt ertoe om de aangeefster als getuige te horen over haar bij de politie afgelegde verklaring, uit welke verklaring valt af te leiden dat verdachte met een of meer vingers in haar v
HR: t.a.v. de middelen van verdachte: art. 81.1 RO en strafvermindering wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie. Het middel van de bp voldoet niet aan de eisen die de wet daaraan stelt.
Het ontbreken van de pleitnota bij de aan de HR toegezonden stukken strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat dit verzuim, nu het blijkens bij het Hof ingewonnen informatie onherstelbaar is, nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak meebr
Art. 80a RO. HR wijst overzichtsarrest i.v.m. het op 1 juli 2012 in werking getreden art. 80a RO: de mogelijkheid om het beroep in cassatie n-o te verklaren. De HR geeft aan welke zaken zich daarvoor kunnen lenen en hoe de HR voornemens is met art. 80a RO procedureel gezien om te
-
Art. IV.3 Procesreglement van de Strafkamer van de Hoge Raad (Stcrt. 2008, 147). De HR verduidelijkt in voorafgaande beschouwingen de uitleg en toepassing van art. IV.3 Procesreglement betreffende de regeling voor de situatie dat de raadsman die in het cassatiegeding optreedt, be
Profijtontneming. Ontvankelijkheid cassatieberoep. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR LJN AD5163. In aanmerking genomen dat uit de stukken van het geding kan worden afgeleid dat het door betrokkene ter terechtzitting in hoger beroep opgegeven adres door het latere,
Salduz-verweer. De HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BH3079. Gelet op dat arrest had het Hof er blijk van moeten geven te hebben onderzocht of verdachte is gewezen op zijn recht op raadpleging van een advocaat voorafgaand aan het eerste politieverhoor en of hem de gel
Overleggen van stukken van overtuiging, art. 414.1 Sv. Na dupliek legt verdachte stukken over. Het Hof neemt deze in ontvangst maar geeft te kennen er bij de beraadslaging geen acht op te zullen slaan. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR NJ 2000, 214 m.b.t. de bevoegdheid s
Voor onderzoek door de cassatierechter komen alleen in aanmerking middelen van cassatie als in de wet bedoeld. Als een zodanig middel kan slechts gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoo
Een raadsman die bevindt dat de processtukken niet volledig zijn, moet binnen de in art. 437.2 Sv, genoemde termijn schriftelijk een verzoek om aanvulling indienen bij de rolraadsheer (vgl. HR LJN AO8819 en - thans ook - art. IV lid 3 van het Procesreglement van de Strafkamer van
Hulp bij zelfdoding. Art. 294.2 Sr. Stichting De Einder. Klacht over het causaal verband tussen de geboden hulp en de zelfdoding. Bij de vraag of verdachte behulpzaam is geweest of middelen heeft verschaft a.b.i. art. 294.2 Sr gaat het erom of verdachte het door zijn handelen voo
1. Niet tijdig binnengekomen schriftuur en geschrift van verdachte. 2. Aanwijzing gerecht ex art. 510 Sv. 3. 359.2 Sv. Ad 1. Op een niet binnen de termijn binnengekomen, aanvullende schriftuur kan de HR geen acht slaan vzv. het niet kan worden beschouwd als een toelichting a.b.i.
1. Art. 359.2 Sv. 2. Vergoeding immateriële schade. Ad 1. Aangezien hetgeen namens verdachte ttz is aangevoerd een standpunt bevat dat naar inhoud en strekking overeenkomt met hetgeen de deskundige X naar voren heeft gebracht en het Hof ook bezien in het licht van het verhandelde
1. Bewaring t.b.v. rechthebbende (van 3.63 karaat briljant). 2. Geschrift benadeelde partij in cassatie. Ad 1. In de in art. 353.1 Sv bedoelde gevallen wordt een ex art. 94 Sv inbeslaggenomen voorwerp a) teruggegeven aan de beslagene tenzij b) er een ander is die redelijkerwijs a
Ex art. 427 Sv stond tegen de bestreden uitspraak geen beroep in cassatie open voorzover verdachte daarbij wegens overtreding van art. 30 WAM is veroordeeld tot een geldboete van € 250,-. Het middel, dat uitsluitend betrekking heeft op de motivering van de bewezenverklaring van
Betrokkenheid bij en veroorzaken van een verkeersongeval ex art. 7.1 WVW 1994. Van betrokkenheid bij een verkeersongeval in een zaak m.b.t. een bestuurder van een motorrijtuig is sprake indien dat motorrijtuig rechtstreeks bij het verkeersongeval is betrokken, zoals het geval is