-
Wetboek van Strafvordering
Art. 437 Sv
Genoemd in 884 uitspraken · Officiële wettekst
884 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
-
Conclusie AG. Rijden onder invloed van alcohol (art. 8 lid 2 onder a WVW 1994). Aanhoudingsverzoek door niet-gemachtigde raadsvrouw ttz. in hoger beroep gedaan i.v.m. onverwacht afwezige verdachte. Afwijzing aanhoudingsverzoek toereikend gemotiveerd? Conclusie strekt tot vernieti
Conclusie AG. Verkrachting, art. 242 Sr. A-G maakt ambtshalve opmerkingen over ontvankelijkheid van het cassatieberoep i.v.m. te vroeg ingediende cassatieschriftuur. Klacht over afwijking van uos m.b.t. bewezenverklaring. De conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uits
Medeplegen uitvoer hennep (art. 3.A Opiumwet). 1. Toetsing van rechtmatigheid van tapmachtigingen. Heeft Rb tapmachtigingen ten onrechte volledig getoetst i.p.v. marginaal? 2. Onvolkomenheid bij beëdiging van één of meer raadsheren van hof ’s-Hertogenbosch die uitspraak hebben ge
Conclusie AG. Opruiing tot het doden van de Sinterklaas(acteur) tijdens de nationale intocht van 2017. In de schriftuur zijn vijf middelen gepresenteerd. De eerste twee daarvan zijn volgens de AG geen cassatiemiddel a.b.i. art. 437.2 Sv en worden in de conclusie onbesproken gelat
Feitelijke leiding geven aan medeplegen gewoontewitwassen begaan door rechtspersoon (art. 420ter.1 jo. 420bis.1.a en 420bis.1.b Sr) en nalaten tijdig gegevens te verstrekken (art. 227b Sr). 1. Verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van OM in vervolging ex art. 359a Sv
Conclusie AG. Profijtontneming. De schriftuur bevat geen middelen van cassatie als in de wet bedoeld. Samenhang met 20/03652 en 20/03783.
Conclusie AG. Middel over 1. verandering van wetgeving ten aanzien van de maximumduur van de proeftijd, art. 1 lid 2 Sr en art. 14b Sr, en 2. het oordeel van het hof dat de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de
Conclusie AG. Liquidatieproces Passage. Verdachte is veroordeeld voor het medeplegen van een moord en een doodslag. Art. 287 en 289 Sr. Middelen over o.m. uitleg en toepassing kroongetuigenregeling art. 226g e.v. Sv, de toelaatbaarheid van een levenslange gevangenisstraf in het l
Conclusie A-G. Medeplegen van diefstal d.m.v. braak. Conclusie gaat o.m. in op wettelijke bevoegdheden tot het betreden, zoekend rondkijken en/of doorzoeken van een auto door opsporingsambtenaren zonder redelijk vermoeden van schuld o.g.v. art. 5:15 en 5:19 Awb. Stelt de Hoge Raa
Stempelvonnis, art. 395a.1 Sv. Klacht over ontbrekend p-v tz. Ktr waarin vonnis is aangetekend zoals voorgeschreven in art. 395.2 Sv. Een raadsman die bevindt dat de processtukken niet volledig zijn, moet binnen de in art. 437.2 Sv genoemde termijn schriftelijk een verzoek om aan
OM-cassatie. Syriëganger. 1. Voorbereiding/bevordering van een in art. 289a Sr omschreven misdrijf; art. 96.2 Sr. 2. "Werven van gelden" a.b.i. art. 140.4 Sr. Ad 1. Het oordeel van het Hof dat voor de toepassing van art. 96.2 Sr is vereist dat "tijd, plaats en wijze van uitvoerin
Profijtontneming. Motivering van het w.v.v. CAG: Gegronde klacht m.b.t. ontneming w.v.v verkregen uit het in de strafzaak bewezen verklaarde handelen. Het arrest leent zich voor een verbeterde lezing, in zoverre dat het hof abusievelijk heeft overwogen dat de “veroordeelde uit he
Antilliaanse zaak. Art. VI.5 Procesreglement Strafkamer Hoge Raad 2013. Verzuim van de raadsman om na verzending van de cassatieschriftuur per fax niet het originele exemplaar van de schriftuur na te zenden. Bij brief is de raadsman in de gelegenheid gesteld dit verzuim te herste
HR trekt het arrest van 29 november 2011 waarbij de verdachte n-o is verklaard in. Verzuim weergave in arrest van een ttz gevoerd verweer? Het p-v van de tz. in h.b. van 28 februari 2011 houdt niet in dat door de raadsvrouwe van verdachte een pleitnota is overgelegd en evenmin da
De schriftuur bevat geen middelen als in de wet bedoeld. Verdachte niet-ontvankelijk.
Nu het middel klaagt over de geldigheid van de betekening van de aanzegging a.b.i. art. 435.1 Sv kan de klacht niet worden aangemerkt als een middel van cassatie i.d.z.v. art. 437.2 Sv. Een klacht zich moet richten tegen een handeling of beslissing van een rechter a.b.i. art 78.1
Ontvankelijkheid cassatieberoep. De schriftuur houdt het volgende in: "Requirant heeft zelf de middelen van cassatie opgesteld. Namens requirant verzoek ik u deze middelen als hier ingelast en ingelezen te beschouwen. De middelen met bijlagen worden als productie 1 ingevoegd." Om
Indienen cassatieschriftuur. De schriftuur van cassatie ingediend door de raadsman van verdachte is blijkens 2 daarop geplaatste stempels op 1-6-2007 bij de Centrale Balie van het Paleis van Justitie te ’s-Gravenhage en – kennelijk na doorzending - op 6-6-2007 bij de strafgriffie
Voor onderzoek door de cassatierechter komen alleen in aanmerking middelen van cassatie a.b.i. de wet. Als een zodanig middel kan slechts gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift
Eisen aan cassatiemiddel. Als cassatiemiddel kan slechts gelden een stellige en duidelijke klacht over schending van een bepaalde rechtsregel en/of verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen. De schriftuur, die slechts be
OM-cassatie en incidenteel cassatieberoep verdachte. Maken van gewoonte van vervaardigen, bezit en verspreiden van kinderporno (art. 240b (oud) Sr) en ontucht met 12-jarig nichtje (art. 245 (oud), 248.2 (oud) en 249.1 (oud) Sr). TBS met dwangverpleging opgelegd. Onttrekking aan h
Conclusie AG. Profijtontneming. 1. Falende klacht m.b.t. schending onschuldpresumptie art. 6.2 EVRM bij schatting w.v.v. (Geerings-problematiek). 2. Slagende klacht m.b.t. overschrijden inzendtermijn in cassatie. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak,
Conclusie AG. Opzettelijk handelen in strijd met het in art. 2 onder C Opw gegeven verbod; opzettelijk handelen in strijd met het in art. 3 onder C van de Opw gegeven verbod; mishandeling (art. 300 Sr). 1. Rb. heeft ten onrechte niet beslist op aanhoudingsverzoek voorafgaand aan