Verdachte niet-ontvankelijk.
Wetboek van Strafvordering
Art. 437 Sv
Genoemd in 884 uitspraken · Officiële wettekst
884 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 22 · live
Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, art. 285 Sr. HR herhaalt de relevante overwegingen uit HR LJN BG6562 en HR LJN AT3659. ’s Hofs oordeel is onjuist noch onbegrijpelijk.
Gegronde bewijsklacht steunfraude. Uit de bewijsmiddelen kan niet het bewezenverklaarde “opzettelijk voordeel heeft getrokken uit een door valsheid in geschrifte verkregen geldbedrag” volgen.
Bewijs opzet. In de nadere bewijsoverweging genoemde feiten en omstandigheden. In de bewijsoverweging heeft het Hof feiten en omstandigheden opgenomen die het redengevend heeft geacht voor de bewezenverklaring. Nu de gebezigde bewijsmiddelen niets inhouden omtrent deze feiten en
Geen schriftuur houdende middelen ingediend. N.o. cassatieberoep.
Geen schriftuur houdende middelen ingediend. N.o. cassatieberoep.
Geen schriftuur houdende middelen ingediend. N.o. cassatieberoep.
Geen schriftuur houdende middelen ingediend. N.o. cassatieberoep.
Beklag ex art. 552a Sv. 1. Onvolledigheid processtukken. Een raadsman die bevindt dat de processtukken niet volledig zijn, moet binnen de in art. 447.5 Sv genoemde termijn schriftelijk een verzoek om aanvulling indienen bij de rolraadsheer (vgl. art. IV.3 Procesreglement van de S
Beklag ex art. 552a Sv. 1. Onvolledigheid processtukken. Een raadsman die bevindt dat de processtukken niet volledig zijn, moet binnen de in art. 447.5 Sv genoemde termijn schriftelijk een verzoek om aanvulling indienen bij de rolraadsheer (vgl. art. IV.3 Procesreglement van de S
1. Geen schriftuur verdachte. 2. Schriftuur benadeelde partij. Is HR bevoegd tot beoordeling van schriftuur van b.p., indien namens verdachte geen schriftuur is ingediend? Ad 1. Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Ad 2. Art. 421.4 Sv voorziet in instellen van hoger beroep doo
Profijtontneming. Ontvankelijkheid cassatieberoep. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR LJN AD5163. In aanmerking genomen dat uit de stukken van het geding kan worden afgeleid dat het door betrokkene ter terechtzitting in hoger beroep opgegeven adres door het latere,
De schriftuur bevat geen middelen als in de wet bedoeld. Verdachte niet-ontvankelijk.
Middelen voldoen niet. HR: verdachte n-o. Conclusie AG: anders
HR: art. 81 RO.
WOTS-zaak. De veroordeelde heeft bij de Rb een document overgelegd ter staving van de stelling dat het volgens het Duitse Wetboek van Strafrecht mogelijk is om na het uitzitten van de helft van de straf te worden vrijgelaten. HR verwijst naar tussenarrest dat inhoudt dat dit in d
Bewijsklachten. Het Hof heeft, klaarblijkelijk ter weerlegging van de door verdachte gegeven alternatieve toedracht wat betreft het aantreffen van zijn vingerafdrukken, onder meer overwogen dat het aannemelijk acht dat verdachte en zijn medeverdachte eerder gezamenlijk zijn veroo
Nu geen schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437.2 Sv, zodat verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
Nu geen schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437.2 Sv, zodat verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
Nu geen schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437.2 Sv, zodat verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
Nu geen schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437.2 Sv, zodat verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
De klacht dat de door het Hof tot bewijs gebezigde verklaring van X t.t.z. e.a. zich niet bij de stukken bevindt, kan niet tot cassatie leiden nu niet is gebleken dat de raadsman ingevolge art. IV. 3 van het Procesreglement van de Strafkamer van de HR binnen de in art. 437.2 Sv g
Procesreglement. Een rm die bevindt dat de processtukken niet volledig zijn, moet ingevolge art. IV.3 van het Procesreglement van de Strafkamer van de Hoge Raad 2008, Stcrt. 147, binnen de in art. 437.2 Sv genoemde termijn schriftelijk een verzoek om aanvulling indienen bij de ro
Beroep op noodweer(exces). Het Hof laat met diens verwerping in het ongewisse of het de f&o die de rv aan het verweer ten grondslag heeft gelegd niet aannemelijk geworden acht, dan wel dat die f&o naar zijn oordeel een beroep op noodweer c.q. noodweerexces niet rechtvaardigen. On
Beroep op noodweer(exces). Het Hof laat met diens verwerping in het ongewisse of het de f&o die de rv aan het verweer ten grondslag heeft gelegd niet aannemelijk geworden acht, dan wel dat die f&o naar zijn oordeel een beroep op noodweer c.q. noodweerexces niet rechtvaardigen. On