Overschrijding redelijke termijn in de cassatiefase. Het middel steunt op de opvatting dat voor de beoordeling van de in cassatie op zijn redelijkheid te beoordelen termijn zelfstandige betekenis toekomt aan het tijdsverloop tussen het instellen van het beroep en de betekening va
Wetboek van Strafvordering
Art. 435 Sv
Genoemd in 579 uitspraken · Officiële wettekst
579 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 20 · live
Art. 573.3 Sv. Ingevolge art. 573.3 Sv wordt de vervangende hechtenis ten uitvoer gelegd indien volledig verhaal onmogelijk is gebleken of indien het met de tul belaste OM van het nemen van verhaal afziet. Noch die bepaling, noch enige andere rechtsregel biedt grond voor ’s Hofs
Overschrijding redelijke termijn in cassatiefase. Het middel steunt op de opvatting dat voor de beoordeling van de in cassatie op zijn redelijkheid te beoordelen termijn zelfstandige betekenis toekomt aan het tijdsverloop tussen het instellen van het beroep en de betekening van d
Niet-ontvankelijk, geen middelen.
Aanwezigheidsrecht. Het in de bestreden besloten uitspraak liggende oordeel van het Hof dat verdachte vrijwillig afstand heeft gedaan van het recht om in zijn tegenwoordigheid te worden berecht, is niet onbegrijpelijk nu de akte van uitreiking vermeldt dat de dagvaarding in h.b.
Nu het middel klaagt over de geldigheid van de betekening van de aanzegging a.b.i. art. 435.1 Sv kan de klacht niet worden aangemerkt als een middel van cassatie i.d.z.v. art. 437.2 Sv. Een klacht zich moet richten tegen een handeling of beslissing van een rechter a.b.i. art 78.1
1. Aanwezigheidsrecht. 2. Redelijke termijn, ontvankelijkheid. Ad 1. HR herhaalt toepasselijke regels uit LJN AD5163. Uit de stukken kan niet blijken dat de appeldagvaarding is toegezonden aan het in de appelakte vermelde adres. Ad 2. HR herhaalt toepasselijke regels uit LJN AA73
1. Aanwezigheidsrecht. 2. Redelijke termijn, ontvankelijkheid. Ad 1. HR herhaalt toepasselijke regels uit LJN AD5163. Uit de stukken kan niet blijken dat de appeldagvaarding is toegezonden aan het in de appelakte vermelde adres. Ad 2. HR herhaalt toepasselijke regels uit LJN AA73
OM-cassatie. Toetsingsruimte in cassatie t.a.v. vrijspraak. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AO5061 m.b.t. de toetsingsruimte van de HR. Verder herhaalt de HR relevante overwegingen uit HR LJN ZD1304, HR LJN AU8098 en HR LJN AB0740 t.a.v de begrippen “publiek” en "be
Bewijs opzettelijk medeplegen. Ten laste van verdachte is bewezen verklaard dat hij zich tezamen en in vereniging met een ander (A B.V.) opzettelijk in strijd met een viertal voorschriften van een aan zijn medepleger verleende vergunning heeft gedragen. Daaruit volgt dat i.c. ook
Ontvankelijkheid hoger beroep. Verplichting mededeling griffier. Het Hof had moeten doen blijken te hebben onderzocht of de griffier die de akte rechtsmiddel heeft opgemaakt aan de comparant (administrateur van de verdachte rechtspersoon) mededeling heeft gedaan van het vereiste
Verzoek om wraking van mr. F.H. Koster, vice-president van de HR. De HR wijst het verzoek om wraking af.
Aanzegging ex art. 435 Sv door PG bij Hoge Raad verzonden naar niet bestaand adres eiser. Eiser had foutief adres eerder kunnen en moeten opmerken. Afwijzing staken tenuitvoerlegging straf.
Indienen cassatieschriftuur. De schriftuur van cassatie ingediend door de raadsman van verdachte is blijkens 2 daarop geplaatste stempels op 1-6-2007 bij de Centrale Balie van het Paleis van Justitie te ’s-Gravenhage en – kennelijk na doorzending - op 6-6-2007 bij de strafgriffie
Verstekverlening. Het Hof heeft ttz. van 6-7-06 het onderzoek geschorst en de nadere oproeping bevolen van verdachte op de 2 in het pv. genoemde adressen. Het moet ervoor worden gehouden dat de oproeping van verdachte voor de tz. van 3-8-06 op geen van deze adressen rechtsgeldig
Verstekverlening. Het Hof heeft ttz. van 6-7-06 het onderzoek geschorst en de nadere oproeping bevolen van verdachte op de 2 in het pv. genoemde adressen. Het moet ervoor worden gehouden dat de oproeping van verdachte voor de tz. van 3-8-06 op geen van deze adressen rechtsgeldig
Strafmotivering. Het Hof verwijst in de strafmotivering naar een eerdere veroordeling van verdachte die zou blijken uit een Uittreksel Justitiële Documentatie van 5-10-05. Bij de aan de HR gezonden stukken bevindt zich niet het door het Hof genoemde uittreksel doch een uittreksel
Betekening dagvaarding. Het in de bestreden – bij verstek gewezen - uitspraak besloten liggende oordeel dat verdachte in 1e aanleg behoorlijk is gedagvaard, is niet begrijpelijk nu de akte inhoudt dat de dagvaarding niet op het adres X, 2e verdieping, kon worden uitgereikt en ken
Betekening appeldagvaarding. De appeldagvaarding is aan de griffier uitgereikt bij gebreke van een bekende woon- of verblijfplaats in NL. Niet blijkt dat, alvorens de appeldagvaarding is betekend, een onderzoek is ingesteld op grond waarvan kon worden aangenomen dat verdachte t.t
Redelijke termijn in de fase tussen het bij verstek gewezen arrest en de betekening daarvan. In de tussenliggende periode had verdachte tijdelijk een bekend adres, waardoor het verstekarrest betekend had kunnen worden. HR toetst aan het betekeningsarrest NJ 2000, 721 en verwijst
Betekening inleidende dagvaarding. Op 4-8-04 is de inleidende dagvaarding verzonden naar adres Y in België en bij gebreke van een bekende woon- of verblijfplaats in NL op 5-8-04 uitgereikt aan de (wnd.) griffier. Verdachte heeft bij zijn vertrek uit NL op 3-4-01 adres X in België
Betekening inleidende dagvaarding. Op 4-8-04 is de inleidende dagvaarding verzonden naar adres Y in België en bij gebreke van een bekende woon- of verblijfplaats in NL op 5-8-04 uitgereikt aan de (wnd.) griffier. Verdachte heeft bij zijn vertrek uit NL op 3-4-01 adres X in België
Een aan de appeldagvaarding gehecht GBA-overzicht uit VIP van 30-11-04 waarop verdachtes voornaam is gespeld met een trema vermeldt “Electronische verificatie van onderstaande persoon heeft niet tot resultaat geleid”. Het hof veroordeelde verdachte bij verstek na mededeling ter t
HR ambtshalve: De verjaringstermijn beloopt i.c. ex art. 72 ten hoogste 2 x 6 jaar. Uit het tot het bewijs gebezigde politie-pv inhoudende de verklaring van X volgt dat de tenlastegelegde verduistering van de Peugeot 405 GRI heeft plaatsgevonden in de periode van 1-6-94 t/m 7-6-9
1. HR constateert ambtshalve verjaring feit 2. 2. HR verklaart OM niet-ontvankelijk t.a.v. feit 1 wegens vertraging betekening verstekmededeling. Ad 1. Op 10-11-05 is namens verdachte cassatie ingesteld. Uit de gedingstukken blijkt niet dat gedurende 6 jaren daaraan voorafgaand e