Ontvankelijkheid OvJ in hoger beroep. Art. 404.2 Sv. Gelet op de inhoud van de akte rechtsmiddel, die in dit opzicht beslissend moet worden geacht, heeft de OvJ een niet-openstaand rechtsmiddel ingesteld en heeft het Hof de OvJ derhalve ten onrechte in het h.b. ontvankelijk geach
Wetboek van Strafvordering
Art. 434 Sv
Genoemd in 659 uitspraken · Officiële wettekst
659 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 25 · live
Bewijsoverweging. HR herhaalt relevante overwegingen t.a.v. in een bewijsoverweging genoemde, voor de bewezenverklaring redengevend geachte f&o uit HR LJN BA5851. ’s Hofs oordeel over de plaats waar de s.o’s zich bevonden, voldoet daaraan. De opvatting dat het Hof in zijn nadere
Afwijzing getuigenverzoek. Het betreft een verzoek i.d.z.v. art. 414.2 jo. art. 263.2 en 3 Sv en het Hof heeft de juiste maatstaf (noodzaak) gehanteerd. Een getuige à charge (X) heeft voorafgaand aan de behandeling van de zaak in h.b. aan de raadsman van verdachte meegedeeld dat
O.g.v. art. 358.4 Sv behoeven slechts die wettelijke voorschriften te worden vermeld die de toegepaste verbods- en strafbepalingen inhouden en de onmiddellijke grondslag der veroordeling uitmaken. Indien de veroordeling is gebaseerd op art. 312 dan wel 311, behoeft art. 310 Sr ni
Stukken van het geding in het ongerede geraakt. In cassatie moet het ervoor worden gehouden dat het dossier niet meer beschikbaar zal komen. Aangezien de bestreden uitspraak in cassatie niet kan worden getoetst, kan zij niet in stand blijven. De HR doet de zaak om doelmatigheidsr
Afwijzing getuigenverzoek. Het Hof heeft de juiste maatstaf toegepast (noodzaak) terwijl dat oordeel evenmin onbegrijpelijk is gelet op hetgeen de verdediging aan het verzoek ten grondslag heeft gelegd.
Profijtontneming. Voor zover het middel betoogt dat het door het hof vastgestelde rolverdeling tussen X en betrokkene, en daarmee de toerekening van het vastgestelde totale w.v.v. voor drievierde deel aan betrokkene, moet kunnen worden ontleend aan de bewijsmiddelen, stelt het ee
Beslag. Maatstaf. Nu de Rb zich niet heeft uitgelaten over de vraag of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert kan de bestreden beschikking niet in stand blijven.
Volgens art. 445 Sv staat tegen beschikkingen beroep in cassatie alleen open in de gevallen in dat wetboek bepaald. Nu in dat wetboek geen bepaling voorkomt volgens welke tegen een beschikking tot verlenen van verlof (n.a.v. een verzoek tot rechtshulp) a.b.i. art. 552p.2 Sv cass
I.s.m. de artt. 335 en 361.4 Sv jo. 415 Sv geen beslissing genomen op vordering benadeelde partij X. HR verklaart de benadeelde partij alsnog niet-ontvankelijk in haar vordering nu uit de aan de Hoge Raad gezonden stukken blijkt dat op vordering van de ovj de tll is gewijzigd in
Betekening appeldagvaarding. Het dubbel van de dgv voor de tz van het Hof en de akte van uitreiking bevinden zich niet bij de stukken die aan de HR zijn gezonden. Blijkens een brief van de voorzitter van het Hof zijn deze stukken na de tz. in het ongerede geraakt. Dat brengt mee
1. Ontbreken processtukken. 2. Bewijs medeplegen voorhanden hebben van een vuurwapen. Ad 1. Een raadsman die bevindt dat de processtukken niet volledig zijn, moet binnen de in art. 437.2 Sv, genoemde termijn schriftelijk een verzoek om aanvulling indienen bij de rolraadsheer (vgl
Art. 327 Sv. Een pv dat bij ontstentenis van de voorzitter, de oudste raadsheer, de jongste raadsheer en de griffier ondertekend is door de fungerend voorzitter van het gerecht, mist rechtskracht, nu het niet vastgesteld en ondertekend is overeenkomstig art. 327 Sv. Dit onherstel
Uit de stukken kan niet volgen dat verdachte, zoals het Hof heeft geoordeeld, “reeds eerder wegens soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld”. In dit opzicht is de motivering van de opgelegde straf niet begrijpelijk.
Denaturering verklaring verdachte bij de R-C. Het p-v van de R-C inhoudende de door verdachte afgelegde verklaring houdt in dat verdachte heeft verklaard: “Ik wist dat ze [slachtoffer 1] te grazen wilden nemen. Ik wist dat [betrokkene 1] een vuurwapen had.” Gelet hierop was het H
HR verbetert ambtshalve de beslissing m.b.t. het noemen van de naam van de b.p., de vordering van de b.p. en het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel, zodat betaling van verdachte aan de Staat de andere betalingsverplichting doet vervallen en vice versa.
De klacht dat het Hof heeft volstaan met het opmaken van een verkort p-v mist feitelijke grondslag.
De klacht dat het Hof heeft volstaan met het opmaken van een verkort p-v mist feitelijke grondslag.
Art. 51 Sv. Aangenomen moet worden dat de na het vonnis in EA en het instellen van hoger beroep ingezonden brieven van de rm, gericht aan de Rb, zich bij de stukken van het geding gevoegd zijn en naar het Hof zijn verzonden, zodat het Hof t.t.v. de behandeling van de zaak kennis
’s Hofs oordeel komt hierop neer dat de omstandigheid dat verdachte zich heeft neergelegd bij de uitkomst van de door haar aangespannen klachtprocedure m.b.t. het optreden van de politie bij haar aanhouding, in de weg staat aan een op datzelfde politieoptreden gebaseerd beroep op
Na een beklag ex art. 12 Sv is verdachte vervolgd t.a.v. 6 feiten. In aanmerking genomen dat het beklag is gedaan door de benadeelde van feit 6 op de sepotmededeling, is ’s Hofs oordeel dat het OM niet alleen t.z.v. feit 6 maar ook t.z.v. de feiten 1 t/m 5 – dus de feiten waarop
Uittreksel-arrest. Het Hof heeft zijn gegeven beslissingen niet neergelegd in een verkort arrest, maar in een “uittreksel” dat niet voldoet aan de eisen van art. 365a en 138b Sv. Dat verzuim heeft betrekking op een wezenlijke vorm van het strafproces zodat het nietigheid van de b
Uittreksel-arrest. Het Hof heeft zijn gegeven beslissingen niet neergelegd in een verkort arrest, maar in een “uittreksel” dat niet voldoet aan de eisen van art. 365a en 138b Sv. Dat verzuim heeft betrekking op een wezenlijke vorm van het strafproces zodat het nietigheid van de b
Stukken van het geding zijn in het ongerede geraakt, zodat de bestreden uitspraak in cassatie niet kan worden getoetst. De HR zal de zaak om doelmatigheidsredenen zelf afdoen en de inleidende dagvaarding nietig verklaren, aangezien na verwijzing of terugwijzing van de zaak de rec
Strafmotivering. Het Hof verwijst in de strafmotivering naar een eerdere veroordeling van verdachte die zou blijken uit een Uittreksel Justitiële Documentatie van 5-10-05. Bij de aan de HR gezonden stukken bevindt zich niet het door het Hof genoemde uittreksel doch een uittreksel