1. Mishandeling. Art. 300 Sr. 2. Vordering b.p., kosten rechtsbijstand, wettelijke rente. Ad 1. De juistheid van de bewijsklacht kan in het midden blijven, nu de aard en de ernst van het bewezenverklaarde niet worden aangetast indien het gewraakte onderdeel uit de bewezenverklari
Wetboek van Strafvordering
Art. 434 Sv
Genoemd in 659 uitspraken · Officiële wettekst
659 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 19 · live
Betekeningsperikelen. Achterhaald adres in de appelakte? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2002:AD5163. T.t.v. het instellen h.b. stond verdachte ingeschreven op het in de appelakte opgegeven adres (adres 1). Vervolgens heeft verdachte zich op een ander adres (adr
Vordering wijziging tll. Art. 313 Sv. Art. 257f.3 Sv. Art. 68 Sr. ’s Hofs oordeel geeft – gelet op de relevante bepalingen en wetsgeschiedenis – niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. De aan het middel ten grondslag liggende opvatting dat een op de voet van art. 257f.3 Sv j
Vordering wijziging tll. Art. 313 Sv. Art. 257f.3 Sv. Art. 68 Sr. ’s Hofs oordeel geeft – gelet op de relevante bepalingen en wetsgeschiedenis – niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. De aan het middel ten grondslag liggende opvatting dat een op de voet van art. 257f.3 Sv j
Hond betrokken bij bijtincident Chihuahua aan te merken als gevaarlijk dier? Art. 425 Sr. Hof heeft met juistheid geoordeeld dat hond niet eerst dan als "gevaarlijk" in de zin van art. 425 Sr kan worden aangemerkt als die hond bij eerdere bijtincidenten betrokken is geweest. Ook
Nietigheid dagvaarding in h.b.? De akte van uitreiking van de dagvaarding in h.b. bevindt zich niet bij de op de voet van art. 434.1 Sv toegezonden stukken en uit een brief van het Hof blijkt dat die akte in het ongerede is geraakt . In cassatie moet het er daarom voor worden geh
Betekening appeldagvaarding aan de griffier ex art. 588.1.b.3 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2002:AD5163. Uit de stukken blijkt niet dat is getracht de appeldagvaarding uit te reiken aan het in de schriftelijke bijzondere volmacht a.b.i. art. 450.1.b Sv ver
Betekening appeldagvaarding aan de griffier ex art. 588.1.b.3 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2002:AD5163. Uit de stukken blijkt niet dat is getracht de appeldagvaarding uit te reiken aan het in de schriftelijke bijzondere volmacht a.b.i. art. 450.1.b Sv ver
Ve n-o in h.b. Bekend met de einduitspraak a.b.i. art. 408.2 Sv? HR herhaalt ECLI:NL:HR:1994:ZC9722, NJ 1994/578. Kennelijk heeft het Hof uit de brief van ve d.d. 26 sept. 2012 afgeleid dat hij uiterlijk op die datum over voldoende informatie beschikte a.b.i. genoemd arrest. Dat
Toegewezen wettelijke rente over vordering b.p., schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr. De omstandigheid dat een b.p. niet heeft gevorderd dat de wettelijke rente wordt vergoed, staat niet eraan in de weg dat de aan verdachte opgelegde verplichting tot betaling aan de Staat inh
HR: art. 81.1 RO en strafvermindering wegens overschrijding van de inzendtermijn.
HR: art. 80a RO
Ne bis in idem i.v.m. ontzegging rijbevoegdheid en ongeldigverklaring rijbewijs. Aan het middel ligt de opvatting ten grondslag dat de door het Hof opgelegde ontzegging van de rijbevoegdheid in strijd is met het aan art. 14.7 IVBPR en art. 68 Sr ten grondslag liggende ne bis in i
Instellen hoger beroep. Bijzondere volmacht aan de griffier. Art. 450.1.b Sv. De brief van verdachte, die kennelijk was bestemd voor die justitiële instantie alwaar aanwending van rechtsmiddelen dient te geschieden, kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een uiting van ve
HR: art. 81.1 RO.
1. Betekening inleidende dagvaarding: uitreiking aan de griffier ex art. 588.1.b.3 Sv. Oordeel van het Hof dat niet sprake was van een bekende (feitelijke) woon- of verblijfplaats van de verdachte is niet onbegrijpelijk. Het door de verdachte bij de politie opgegeven adres was zi
Oplegging taakstraf, art. 22b.2 Sr. Gelet op de inhoud van het zich bij de stukken bevindende UJD moet worden aangenomen dat de opgelegde taakstraf niet (of niet geheel) is verricht zonder dat blijkt dat de tenuitvoerlegging is bevolen van de vervangende hechtenis. Het kennelijke
Beklag. Art. 25.1 Sv. Verzuimd is een p-v van het onderzoek door de raadkamer op te maken. Dit verzuim heeft betrekking op een zo wezenlijke vorm van de raadkamerprocedure dat het nietigheid van het onderzoek en van de naar aanleiding daarvan gegeven beschikking meebrengt.
Slagende betekeningsklacht. De aan het dubbel van de appeldagvaarding gehechte akte van uitreiking vermeldt niet waarom die dgv niet is kunnen worden uitgereikt, terwijl uit die akte evenmin blijkt dat een bericht van aankomst is achtergelaten aan de woning van verdachte. Uit het
Afwijzing aanhoudingsverzoek wegens ziekte. HR stelt relevante toetsingskader uit ECLI:NL:HR:2000:AA5730, NJ 2002/466 voorop. ’s Hofs oordeel dat het verzoek diende te worden afgewezen op grond van de enkele omst. dat verdachte op dat moment geen medische gegevens had overgelegd
HR: art. 81.1 RO.
Marktplaatsoplichting. Slagende bewijsmotiveringklacht. Het aannemen van een valse hoedanigheid kan niet z.m. volgen uit de bewijsmiddelen.
Grensrechterzaak. HR: art. 81.1 RO.
Benadeelde partij. Tijdige voeging in e.a.? Gelet op de aan de HR toegezonden stukken is ’s Hofs oordeel dat de b.p. zich t.z.v. haar vordering tot vergoeding van de geleden immateriële schade tijdig in e.a. in het strafgeding heeft gevoegd, niet onbegrijpelijk.
Verstekverlening, aanwezigheidsrecht. ’s Hofs beslissing om tegen de verdachte verstek te verlenen en het o.t.tz. voort te zetten is, achteraf bezien onjuist, nu uit een aan de schriftuur gehecht schrijven van het Ministerie van Buitenlandse Zaken - aan de herkomst en betrouwbaar