Vernieling van ruit van bus, art. 350.1 Sr. Vordering b.p. en schadevergoedingsmaatregel m.b.t. kosten rechtsbijstand. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2017:653, inhoudende dat kosten rechtsbijstand niet zijn aan te merken als rechtstreekse schade die in aanmerki
Wetboek van Strafvordering
Art. 434 Sv
Genoemd in 659 uitspraken · Officiële wettekst
659 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 17 · live
Openlijke geweldpleging, art. 141 Sr. Vordering b.p. en schadevergoedingsmaatregel, art. 51.1 Sv en 36f Sr. Reiskosten aangemerkt als rechtstreekse schade i.p.v. als proceskosten. Belang bij cassatie? Hof heeft ten onrechte bedrag van € 8,70 te vermeerderen met wettelijke rente a
Conclusie plv AG. Falende klacht over door het hof gebezigde maatstaf en motivering bij afwijzing getuigenverzoek. Strekt tot verwerping van het beroep.
Conclusie AG. Geen verzending afschrift appeldagvaarding aan het in de volmacht aanwenden rechtsmiddel gekozen adres cf. art. 588a Sv. De conclusie strekt tot vernietiging van het arrest van het hof.
Tul voorwaardelijk opgelegde straf. Wijziging grondslag vordering tul door ttz. in h.b. niet langer tenuitvoerlegging straf maar verlenging proeftijd te vorderen? Art. 14f.1, 14g.1 en 14i.6 Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2001:AB0609 inhoudende dat rechter a
Belaging, art. 285b.1 Sr. Hof heeft verdachte ex art. 416.2 Sv n-o verklaard in zijn h.b., omdat hij niet een schriftuur met grieven tegen vonnis Pr heeft ingediend. Aan cassatieschriftuur gehechte appelmemorie bevindt zich niet bij stukken. HR: Op de gronden die zijn vermeld in
Conclusie plv. AG. Betekeningsperikelen. Art. 588.1 Sv. Slagende klacht inzake de betekening van de dagvaarding. Strekt tot vernietiging.
Conclusie AG over de ontvankelijkheid van het cassatieberoep. Vertaling van de mededeling a.b.i. art. 366, vierde lid, Sv. Samenhang met 17/04932.
Profijtontneming. Conclusie AG over de ontvankelijkheid van het cassatieberoep. Vertaling van de mededeling a.b.i. art. 366, vierde lid, Sv. Samenhang met 17/02128.
Conclusie AG. Profijtontneming. Klachten dat (1) de bestreden uitspraak niet de inhoud van de wettige b.m. bevat, waaraan het hof de schatting van het w.v.v. heeft ontleend en (2) de toerekening aan betrokkene van het gehele w.v.v. uit de aangetroffen hennepkwekerij ontoereikend
Conclusie AG in Arubaanse zaak over rechtsbijstand, toevoeging raadsman en het recht zichzelf te verdedigen. De AG geeft de Hoge Raad in overweging het strafvonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba t
Conclusie AG. Art. 51 (oud) Sv. Raadsman heeft geen afschrift van de dagvaarding in hoger beroep ontvangen. De stelbrief ex art. 39 lid 1 (oud) Sv is kennelijk bij de griffie van het hof in het ongerede geraakt. De conclusie strekt tot vernietiging van het arrest en terugwijzing
Aanvullende conclusie AG (ECLI:NL:HR:2018:626). Diefstal met braak. 1.b. Slagende klacht over motivering verstekverlening. Adres appelakte wijkt af van adres zoals opgegeven in grievenformulier. Had verzending dagvaarding aan adres op appelakte achterwege kunnen blijven? 2. Falen
1. Ontvankelijkheid cassatieberoep. Cassatieberoep tijdig ingesteld, nu handgeschreven brief verdachte in Engelse taal is gedateerd vóór arrest Hof en latere herstelakte bijna jaar na arrest is opgemaakt? 2. Ontbreken stukken betekening oproeping nadere tz. in h.b. Ad 1. HR gaat
Conclusie AG over de vraag of het hoger beroep tegen het vonnis in de hoofdzaak zich ook uitstrekt tot een - in strijd met de wet - bij afzonderlijk vonnis gegeven beslissing op het beslag.
Mishandeling, meermalen gepleegd. Middelen over 1. de motivering van de verwerping van een verweer a.b.i. art. 359a Sv 2. de verwerping van een beroep op noodweer en 3. schending van art. 359.2 Sv door niet te reageren op een betrouwbaarheidsverweer. HR: art. 80a RO.
Betekening inleidende dagvaarding, art. 588.1.b.3 Sv. Is het bij het eerste politieverhoor opgegeven verblijfadres van verdachte achterhaald door latere opgave ander adres en daaropvolgende vermelding "Vertrokken Onbekend Waarheen"? Inleidende dagvaarding is tevergeefs aangeboden
Antilliaanse zaak. Medeplegen gewoontewitwassen en feitelijke leiding geven aan gewoontewitwassen gepleegd door rechtspersoon, art. 435a en 435b SrNA. Kunnen baren en broodjes goud, die vanuit Venezuela illegaal zijn geëxporteerd naar Aruba en Curaçao, worden aangemerkt als uit e
Discrepantie tussen strafoplegging en strafmotivering. In aanmerking genomen dat Hof blijkens zijn strafmotivering onmiskenbaar heeft bedoeld een gevangenisstraf op te leggen waarvan het onvoorwaardelijke gedeelte gelijk zou zijn aan de door verdachte in verzekering en voorlopige
Cassatieberoep ingetrokken na tot vernietiging strekkende CAG. Belang bij cassatie? Gelet op art. 4.4.2 van het Procesreglement HR zal de HR de zaak op het bestaande beroep afdoen. De in dit arrest vermelde aanvulling van gebezigde b.m. die redengevend zijn voor de bewezenverklar
Geen afschrift appeldagvaarding verzonden naar raadsman verdachte, art .51 (oud) Sv. Bij de stukken bevindt zich een stelbrief van een advocaat. Daaruit vloeit het ernstige vermoeden voort dat t.a.v. de dagvaarding in h.b. het voorschrift vervat in de tweede volzin van art. 51 (o
Handel met voorwetenschap, art. 46 Wet toezicht effectenverkeer 1995. Motiveringsklachten en een rechtsklacht m.b.t. de verwerping van verweren die zien op het bewezenverklaarde alsmede klachten over de verwerping van enkele uos. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 16/02206 P.
Opiumwetdelict (opzettelijk verkopen van 8 gr. hennep). 1. Misdrijf of overtreding? Art. 11.6 Opiumwet. 2. Vordering tul, art. 14j Sr. Ad 1. HR herhaalt ECLI:NL:HR:AD2114, NJ 1994/674: ex art. 11.6 Opiumwet zijn handelingen a.b.i. art. 11.2 Opiumwet, indien deze betrekking hebben
Verstekverlening tegen in Duitsland gedetineerde verdachte. Het middel, dat ten betoge strekt dat het Hof ten onrechte verstek heeft verleend tegen de niet verschenen verdachte aangezien deze t.t.v. de behandeling van zijn zaak ttz. in h.b. u.a.h. was gedetineerd en hij niet vrij
N-o verklaring in h.b. Het Hof heeft vastgesteld dat de mededeling uitspraak is uitgereikt aan een ander dan verdachte op het adres waarop verdachte in de GBA (thans BRP) was ingeschreven. Die uitreiking heeft het Hof kennelijk aangemerkt als een omstandigheid waaruit voortvloeit