Stukken van het geding in het ongerede geraakt. In cassatie moet het ervoor worden gehouden dat het dossier niet meer beschikbaar zal komen. Aangezien de bestreden uitspraak in cassatie niet kan worden getoetst, kan zij niet in stand blijven. De HR doet de zaak om doelmatigheidsr
Wetboek van Strafvordering
Art. 434 Sv
Genoemd in 659 uitspraken · Officiële wettekst
659 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 21 · live
O.g.v. art. 358.4 Sv behoeven slechts die wettelijke voorschriften te worden vermeld die de toegepaste verbods- en strafbepalingen inhouden en de onmiddellijke grondslag der veroordeling uitmaken. Indien de veroordeling is gebaseerd op art. 312 dan wel 311, behoeft art. 310 Sr ni
Afwijzing getuigenverzoek. Het Hof heeft de juiste maatstaf toegepast (noodzaak) terwijl dat oordeel evenmin onbegrijpelijk is gelet op hetgeen de verdediging aan het verzoek ten grondslag heeft gelegd.
Profijtontneming. Voor zover het middel betoogt dat het door het hof vastgestelde rolverdeling tussen X en betrokkene, en daarmee de toerekening van het vastgestelde totale w.v.v. voor drievierde deel aan betrokkene, moet kunnen worden ontleend aan de bewijsmiddelen, stelt het ee
Volgens art. 445 Sv staat tegen beschikkingen beroep in cassatie alleen open in de gevallen in dat wetboek bepaald. Nu in dat wetboek geen bepaling voorkomt volgens welke tegen een beschikking tot verlenen van verlof (n.a.v. een verzoek tot rechtshulp) a.b.i. art. 552p.2 Sv cass
I.s.m. de artt. 335 en 361.4 Sv jo. 415 Sv geen beslissing genomen op vordering benadeelde partij X. HR verklaart de benadeelde partij alsnog niet-ontvankelijk in haar vordering nu uit de aan de Hoge Raad gezonden stukken blijkt dat op vordering van de ovj de tll is gewijzigd in
Betekening appeldagvaarding. Het dubbel van de dgv voor de tz van het Hof en de akte van uitreiking bevinden zich niet bij de stukken die aan de HR zijn gezonden. Blijkens een brief van de voorzitter van het Hof zijn deze stukken na de tz. in het ongerede geraakt. Dat brengt mee
Art. 327 Sv. Een pv dat bij ontstentenis van de voorzitter, de oudste raadsheer, de jongste raadsheer en de griffier ondertekend is door de fungerend voorzitter van het gerecht, mist rechtskracht, nu het niet vastgesteld en ondertekend is overeenkomstig art. 327 Sv. Dit onherstel
De klacht dat het Hof heeft volstaan met het opmaken van een verkort p-v mist feitelijke grondslag.
Art. 51 Sv. Aangenomen moet worden dat de na het vonnis in EA en het instellen van hoger beroep ingezonden brieven van de rm, gericht aan de Rb, zich bij de stukken van het geding gevoegd zijn en naar het Hof zijn verzonden, zodat het Hof t.t.v. de behandeling van de zaak kennis
’s Hofs oordeel komt hierop neer dat de omstandigheid dat verdachte zich heeft neergelegd bij de uitkomst van de door haar aangespannen klachtprocedure m.b.t. het optreden van de politie bij haar aanhouding, in de weg staat aan een op datzelfde politieoptreden gebaseerd beroep op
Na een beklag ex art. 12 Sv is verdachte vervolgd t.a.v. 6 feiten. In aanmerking genomen dat het beklag is gedaan door de benadeelde van feit 6 op de sepotmededeling, is ’s Hofs oordeel dat het OM niet alleen t.z.v. feit 6 maar ook t.z.v. de feiten 1 t/m 5 – dus de feiten waarop
Uittreksel-arrest. Het Hof heeft zijn gegeven beslissingen niet neergelegd in een verkort arrest, maar in een “uittreksel” dat niet voldoet aan de eisen van art. 365a en 138b Sv. Dat verzuim heeft betrekking op een wezenlijke vorm van het strafproces zodat het nietigheid van de b
Uittreksel-arrest. Het Hof heeft zijn gegeven beslissingen niet neergelegd in een verkort arrest, maar in een “uittreksel” dat niet voldoet aan de eisen van art. 365a en 138b Sv. Dat verzuim heeft betrekking op een wezenlijke vorm van het strafproces zodat het nietigheid van de b
Stukken van het geding zijn in het ongerede geraakt, zodat de bestreden uitspraak in cassatie niet kan worden getoetst. De HR zal de zaak om doelmatigheidsredenen zelf afdoen en de inleidende dagvaarding nietig verklaren, aangezien na verwijzing of terugwijzing van de zaak de rec
Strafmotivering. Het Hof verwijst in de strafmotivering naar een eerdere veroordeling van verdachte die zou blijken uit een Uittreksel Justitiële Documentatie van 5-10-05. Bij de aan de HR gezonden stukken bevindt zich niet het door het Hof genoemde uittreksel doch een uittreksel
Geen overschrijding redelijke termijn tussen bij verstek gewezen uitspraak en het tijdstip waarop deze aan verdachte in persoon is betekend. Een verstekmededeling betreffende een op 22-09-1999 bij verstek gewezen arrest van het hof – na vergeefse aanbieding op 22-10-1999 op het G
1. Tussenarrest HR om AG te laten concluderen n.a.v. de overige middelen. 2. Uitleg afstandsverklaring en afwijzing verzoek tot heropening onderzoek. Ad 1. De AG concludeerde tot vernietiging n.a.v. het 1e middel en liet de overige middelen onbesproken. HR oordeelt dat dit middel
Waarneming rechter na sluiting onderzoek ter terechtzitting (bijzondere loop verdachte waargenomen bij verlaten zittingszaal) geen wettig bewijsmiddel. Wil de eigen waarneming van de rechter als wettig bewijsmiddel kunnen meewerken tot het bewijs, dan zal deze ex art. 340 Sv bij
Klacht over het door de rolrechter niet verlenen van uitstel voor het indienen van een cassatieschriftuur. Als middelen van cassatie komen voor onderzoek door de cassatierechter alleen in aanmerking klachten die zijn gericht tegen de bestreden uitspraak. De klacht voldoet niet aa
Uitleg tenlastelegging; geen grondslagverlating. Tenlastegelegd: opzettelijke wederrechtelijke toe-eigening van “96, althans een of meer armband(en), en/of 88, althans een of meer collier(s) (…), in elk geval enig goed”, etc. Bewezenverklaard: “sieraden”. Het hof heeft de tenlast
Bij de stukken bevindt zich een door voorzitter en griffier ondertekend "uittreksel" waarin slechts zijn opgenomen de kwalificaties van de bewezenverklaarde feiten, de data waarop en de plaatsen waar zij zijn begaan, de toepasselijke wetsartikelen alsmede het dictum. In cassatie
Bij de stukken bevindt zich een door voorzitter en griffier ondertekend "uittreksel" waarin slechts zijn opgenomen de kwalificaties van de bewezenverklaarde feiten, de data waarop en de plaatsen waar zij zijn begaan, de toepasselijke wetsartikelen alsmede het dictum. In cassatie
Vervolgingsuitlevering aan Turkije t.z.v. betrokkenheid bij de invoer en/of handel in ecstasy-pillen. Het Turkse forensisch rapport m.b.t. de inbeslaggenomen pillen bevindt zich niet bij de stukken en evenmin is vermeld tot welk resultaat dat onderzoek heeft geleid. Gelet daarop
Vervolgingsuitlevering aan Moldavië. Onder verwijzing naar HR NJ 2004, 42 (betreffende het vertrouwen tussen tot het EVRM toegetreden staten) wijst de HR namens de opgeëiste persoon gedane verzoeken af en verwerpt hij het verweer betreffende schending van art. 6.1 EVRM wegens (mo