Antilliaanse zaak. Medeplegen gewoontewitwassen en feitelijke leiding geven aan gewoontewitwassen gepleegd door rechtspersoon, art. 435a en 435b SrNA. Kunnen baren en broodjes goud, die vanuit Venezuela illegaal zijn geëxporteerd naar Aruba en Curaçao, worden aangemerkt als uit e
Wetboek van Strafvordering
Art. 434 Sv
Genoemd in 659 uitspraken · Officiële wettekst
659 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 15 · live
Cassatieberoep ingetrokken na tot vernietiging strekkende CAG. Belang bij cassatie? Gelet op art. 4.4.2 van het Procesreglement HR zal de HR de zaak op het bestaande beroep afdoen. De in dit arrest vermelde aanvulling van gebezigde b.m. die redengevend zijn voor de bewezenverklar
Geen afschrift appeldagvaarding verzonden naar raadsman verdachte, art .51 (oud) Sv. Bij de stukken bevindt zich een stelbrief van een advocaat. Daaruit vloeit het ernstige vermoeden voort dat t.a.v. de dagvaarding in h.b. het voorschrift vervat in de tweede volzin van art. 51 (o
Handel met voorwetenschap, art. 46 Wet toezicht effectenverkeer 1995. Motiveringsklachten en een rechtsklacht m.b.t. de verwerping van verweren die zien op het bewezenverklaarde alsmede klachten over de verwerping van enkele uos. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 16/02206 P.
Opiumwetdelict (opzettelijk verkopen van 8 gr. hennep). 1. Misdrijf of overtreding? Art. 11.6 Opiumwet. 2. Vordering tul, art. 14j Sr. Ad 1. HR herhaalt ECLI:NL:HR:AD2114, NJ 1994/674: ex art. 11.6 Opiumwet zijn handelingen a.b.i. art. 11.2 Opiumwet, indien deze betrekking hebben
Verstekverlening tegen in Duitsland gedetineerde verdachte. Het middel, dat ten betoge strekt dat het Hof ten onrechte verstek heeft verleend tegen de niet verschenen verdachte aangezien deze t.t.v. de behandeling van zijn zaak ttz. in h.b. u.a.h. was gedetineerd en hij niet vrij
Aanwezigheidsrecht, art. 588a.1.c Sv De vermelding van het adres in de schriftelijke bijzondere volmacht kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als de opgave door verdachte van een adres i.d.z.v. art. 588a.1.c Sv waaraan mededelingen over de strafzaak kunnen worden toegezonde
N-o verklaring in h.b. Het Hof heeft vastgesteld dat de mededeling uitspraak is uitgereikt aan een ander dan verdachte op het adres waarop verdachte in de GBA (thans BRP) was ingeschreven. Die uitreiking heeft het Hof kennelijk aangemerkt als een omstandigheid waaruit voortvloeit
Beklag, beslag op geldbedrag onder klager. Gegronde klacht over het oordeel van de Rb dat klager niet als rechthebbende op het geldbedrag van ongeveer € 45.000,- kan worden aangemerkt. Oordeel van Rb dat in strafvonnis is bepaald dat geldbedrag dient te worden bewaard voor de rec
Strafmotivering. Verwijzing naar twee eerdere vermogensdelicten, terwijl uit uittreksel JD blijkt dat daarop betrekking hebbende veroordelingen t.t.v. bewezen verklaarde diefstal nog niet onherroepelijk waren, hoewel die feiten wel zijn gepleegd vóór pleegdatum van het onderhavig
Smaad en laster d.m.v. het verspreiden van brieven aan de Amerikaanse ambassadeur en minister van buitenlandse zaken m.b.t. kunstsmokkel, artt. 261.1 en 262.1 Sr. 1. Klachtvereiste. 2. Bewijsklacht ‘ruchtbaarheid geven’. Ad 1. OM niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een kla
Beslissing beslag, art. 24.1 Sv. Niet blijkt dat de beslissing in het openbaar is uitgesproken. De HR zal doen wat het hof had behoren te doen en zelf de bestreden beslissing ter openbare tz. uitspreken (vgl. ECLI:NL:HR:2009:BJ7799). CAG gevolgd. Samenhang met 15/05069 P, 15/0506
Afstand aanwezigheidsrecht? Oordeel Hof dat verdachte afstand heeft gedaan van zijn recht bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn, berust op de grond dat “de verdachte zelf ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van dit recht getuige de afstandsverklaring die in het proces
H.b. niet binnen 14 dagen na vonnis Pr ingesteld, art. 408.1.a Sv. Betekeningsperikelen: betekening in persoon? Oproeping e.a. in andere, gelijktijdig doch niet gevoegd behandelde, zaak is in persoon uitgereikt aan verdachte. Aan akte van uitreiking is afhaalbericht van onderhavi
H.b. niet binnen 14 dagen na vonnis Pr ingesteld, art. 408.1.a Sv. Betekeningsperikelen: betekening in persoon? Oproeping e.a. in andere, gelijktijdig doch niet gevoegd behandelde, zaak is in persoon uitgereikt aan verdachte. Aan akte van uitreiking is afhaalbericht van onderhavi
Niet beslist op telefonisch aanhoudingsverzoek van secretaresse van raadsvrouwe. Hof heeft met het oog op het belang van het recht van verdachte op verdediging in de onverklaarde afwezigheid van de raadsvrouwe aanleiding gevonden door de griffier te laten onderzoeken of zij op de
Publicatie arresten Hoge Raad die zijn afgedaan met art. 80a RO, inclusief schriftuur n.a.v. een wetenschappelijk onderzoek. Zie NJB 2018/301, afl. 6, p. 404-412.
Beklag, beslag. Art. 552a Sv. OM-cassatie. HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:BV3004. De Rb heeft terecht overwogen dat zij de grondslag van het beslag dient te beoordelen. Ook hetgeen de raadsman van klaagster bij de behandeling van het klaagschrift heeft
Alcoholslotprogramma (asp). Art. 8.3 WVW 1994. Gelet op de verplichting tot deelname aan het asp t.z.v. hetzelfde feit, is het OM n-o in vervolging (ECLI:NL:HR:2015:434; ECLI:NL:HR:NL:2015:2474). HR vernietigt de bestreden uitspraak en verklaart het OM alsnog n-o in de vervolging
Afzonderlijke beschikking tot o.a.h.v. ex art. 552f Sv. Art. 23.2 Sv, oproepen belanghebbende. Motorfiets inbeslaggenomen onder belanghebbende, die vervolgens niet is opgeroepen voor de behandeling van de vordering van de OvJ tot o.a.h.v. in raadkamer. Art. 23.2 Sv brengt mee dat
Toewijzing vordering b.p. (zoon van verdachte) t.z.v. shockschade n.a.v. doodslag op echtgenote van verdachte. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2002:AD5356 m.b.t. vereisten voor vergoeding van shockschade. ’s Hofs oordeel dat de gevorderde immateriële schade toew
Na twee eerdere vernietigingen door HR niet beslist op verweer dat redelijke termijn in eerste cassatiefase is overschreden. Tardief verweer? Hetgeen naar voren is gebracht m.b.t. de overschrijding van de redelijke termijn kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een standp
Verstekverlening. De beslissing van het Hof om tegen de verdachte verstek te verlenen en het onderzoek ttz voort te zetten is achteraf bezien onjuist. Gelet op het grote belang van de verdachte om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn dient de verdachte de mogelijkhe
Ontbrekende pleitnota. De ttz. in h.b. overgelegde pleitnota ontbreekt bij de aan de HR toegezonden stukken. N.a.v. een door de raadsman ex art. IV.3 Procesreglement van de Strafkamer van de Hoge Raad gedaan verzoek is bij het Hof nadere informatie ingewonnen. Op grond daarvan mo
Beschikking ex art. 552f Sv. Art. 23 Sv, oproepen betrokkene. Art. 23, tweede lid, Sv brengt mee dat de belanghebbende voor de raadkamerbehandeling had moeten worden opgeroepen. Uit de aan de HR op de voet van art. 434, eerste lid, Sv toegezonden stukken kan niet van zo een oproe