-
Wetboek van Strafvordering
Art. 424 Sv
Genoemd in 30 uitspraken · Officiële wettekst
30 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Geen wetsbepaling schrijft voor dat in het arrest van het hof uitdrukkelijk wordt vermeld dat een zwaardere straf is opgelegd met eenparigheid van stemmen ex art. 424.2 Sv. Evenmin kan de verplichting tot zodanige vermelding worden ontleend aan enige andere rechtsregel, meer i.h.
Conclusie AG. Motivering strafoplegging. Voor zover de strafoplegging mede berust op de overweging dat het hof de indruk heeft dat de verdachte naar Nederland is gekomen om in zijn onderhoud te voorzien op een maatschappelijk ongewenste wijze is deze onbegrijpelijk dan wel ontoer
Poging tot medeplegen van diefstal d.m.v. braak (art. 311.1 Sr). Middel over de strafoplegging, i.h.b. de overweging van hof dat “bij het hof de indruk [beklijft] dat de verdachte naar Nederland is gekomen om in zijn onderhoud te voorzien op een maatschappelijk ongewenste wijze”.
Conclusie AG. Motivering strafoplegging. Voor zover de strafoplegging mede berust op de overweging dat het hof de indruk heeft dat de verdachte naar Nederland is gekomen om in zijn onderhoud te voorzien op een maatschappelijk ongewenste wijze is deze onbegrijpelijk dan wel ontoer
Antilliaanse zaak. Opiumlandsverordening 1960. CAG o.m. over art. 384 en art. 395 Sv Curaçao, resp. de eigen verklaring van de verdachte en de eenparigheid van stemmen bij het opleggen van een hogere straf. HR: art. 81.1 RO. Samenhang tussen 17/04384A en 17/05185A.
Redelijke termijn in appèl: overschrijding inzendtermijn gecompenseerd door bijzonder voortvarende behandeling. Het hof heeft eerst na 8 maanden na instellen appèl kunnen beschikken over het p-v van de terechtzitting in eerste aanleg en het vonnis. Het hof heeft uitspraak gedaan
Geen wetsbepaling schrijft voor dat in het arrest van het hof uitdrukkelijk wordt vermeld dat een zwaardere straf is opgelegd met eenparigheid van stemmen ex art. 424.2 Sv. Evenmin kan de verplichting tot zodanige vermelding worden ontleend aan enige andere rechtsregel, meer i.h.
De regel ex art. 369.1 (oud) Sv dat de politierechter onbevoegd is tot oplegging van meer dan zes maanden gevangenisstraf, geldt niet bij ongelijktijdige berechting van strafbare feiten waarop ex art. 63 Sr de samenloopbepalingen van boek I, titel VI, Sr van toepassing zijn. Art.
’s Hofs oordeel dat de rechter bij het (subsidiair) opleggen van de straf van jeugddetentie deze straf op de voet van art. 77k Sr reeds kan vervangen door een straf genoemd in art. 9.1 Sr is onjuist (het hof veroordeelde verdachte tot taakstraf, subsidiair hechtenis). Art. 77k Sr
24 juni 2003 Strafkamer nr. 01090/02 J ES/SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 8 februari 2002, nummer 20/001223-01, in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboorted
-
-
-
-
-
-
Medeplichtigheid aan medeplegen poging tot afpersing met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg, art. 317.1 en 317.3 jo. 312.2 Sr en begunstiging, art. 189.1.1 Sr. 1. Afwijzing van bij pleidooi gedaan verzoek tot horen van 3 getuigen op de grond dat noodzakelijkheid van verzochte ni