Vordering cassatie in het belang der wet. De vordering snijdt diverse rechtsvragen aan op het gebied van de dadelijke uitvoerbaarheid van de tbs met voorwaarden die nog niet onherroepelijk is. Naar aanleiding van twee beslissingen van de penitentiaire kamer van het gerechtshof Ar
Wetboek van Strafvordering
Art. 423 Sv
Genoemd in 543 uitspraken · Officiële wettekst
543 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Conclusie AG. M1: klacht dat is volstaan met opgave van bewijsmiddelen terwijl vrijspraak is bepleit van primair tenlastegelegde. AG is van mening dat klacht slaagt, maar bij gebrek aan belang niet tot cassatie leidt. M2: inzendtermijn in cassatie. Klacht slaagt, maar leidt niet
Conclusie AG. Middelen over oordeel hof m.b.t. bewijsminimum ex art. 342 lid 2 Sv en betrouwbaarheid van verklaringen van aangeefster. Middel over de bevestiging door hof van vonnis rb en de daarin gegeven redenen om voorbij te gaan aan uos, zonder dat hof deze redenen aanvult i.
Hennepteelt (art. 3.B Opiumwet) en diefstal elektriciteit d.m.v. verbreking (art. 311.1.5 Sr). Kernroljurisprudentie, art. 423.2 Sv. Had hof zaak naar de rechter in eerste aanleg moeten terugwijzen, nu aan raadsvrouw van verdachte niet een afschrift is toegezonden van de oproepin
Conclusie AG. Deelneming aan criminele organisatie en medeplegen van in uitoefening van beroep of bedrijf telen van grote hoeveelheid hennep, meermalen gepleegd. Bewijsklachten, klacht over onjuiste toepassing art. 423.4 Sv en over de strafmotivering. Conclusie strekt tot partiël
Conclusie AG. Opzettelijk niet voldoen aan een bevel of een vordering, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast. Middel klaagt over de verwerping van het verweer dat het op grond van art. 172a Gemeentewet gegeven gebied
Onttrekking minderjarige aan wettig gezag, art. 279.1 Sr. Bewijsklacht t.a.v. opzet van verdachte op het onttrekken van de minderjarige aan het wettig gezag van haar ouders, omdat uit b.m. niet z.m. zou blijken dat de minderjarige pas zou weglopen van haar ouders als verdachte ha
Conclusie AG over de vraag of een beslissing tot het bepalen van de straf a.b.i. art. 423.4 Sv is begrepen onder de vernietiging door de HR wat betreft de strafoplegging. Vervolg op ECLI:NL:HR:2016:2021.
Conclusie AG in zaak van executeur testamentair die is veroordeeld wegens verduistering uit nalatenschap. De conclusie bespreekt onder meer (1) de bevoegdheid van een rechter-plaatsvervanger in de rechtbank Haarlem om als rechter op te treden en (2) de toewijzing van een vorderin
Conclusie AG: Conclusie A-G. (1). Ambtshalve beschouwingen over de omvang van het cassatieberoep in primair-subsidiair gestructureerde tenlasteleggingen, waarbij is vrijgesproken voor het primaire onderdeel daarvan en de veroordeling voor het subsidiaire deel de cassatiedrempel v
CAG. Zgn. beleggingen in incassoportefeuilles. Oplichting en valsheid in geschrift, art. 225 Sr. Middelen over bevestigen/vernietigen en kwalificatie falen. Overweging over opzet op valsheid in geschrift omdat verdachte niet alleen had kunnen maar ook moeten zien dat de werkgever
Inhoud b.m. niet opgenomen in aanvulling b.m. Hof maar overgenomen uit vonnis Pr, art. 359.3 en 423.3 Sv. Bewezenverklaring steunt in de eerste plaats op het - door het Hof ex art. 423.3 Sv gedeeltelijk overgenomen - p-v dat één geheel uitmaakt met de aantekening van het mondelin
Profijtontneming. Motiveringseisen aan het gebruik van een schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt. Art. 344a.3 en 360.1 Sv. Als de rechter in de ontnemingsprocedure de schatting van het w.v.v. mede ontleent aan een schriftelijk
Afwijzing van verzoek tot terugwijzing naar de Pr. HR verhaalt ECLI:NL:HR:2014:1496. HR: het Hof, dat na terugwijzing van de zaak door de HR (arrest van 2 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:147) de zaak opnieuw had te berechten en af te doen, heeft zonder blijk te geven van een onjuiste
Onderzoek Positano. Ontvankelijkheid van de officier van justitie in de vervolging. OM-appel naar aanleiding van een in eerste aanleg gehonoreerd preliminair verweer. Verdachte heeft Duitse opsporingsautoriteiten met regelmaat en gedurende langere tijd geïnformeerd over voorberei
Nieuwe bezwaren in de zin van art. 255 Sv. Is een getuigenverklaring die pas naar aanleiding van onderzoek ter terechtzitting onvoldoende betrouwbaar wordt bevonden, niet (langer) een 'nieuw bezwaar'?
Art. 423.4 Sv. Na terugwijzing door de HR bestond er gelet op de akte instellen cassatie geen grond voor analoge toepassing van art. 423.4 Sv. Het Hof heeft dat ten onrechte overwogen. Nu het Hof de straf ondanks het aanhalen van dit artikellid niet opnieuw heeft bepaald maar opn
1. Niet voor het eerst in cassatie klagen over dagvaarding/oproeping. 2. Bewijs oplichting. 3. Rechtstreekse schade ex art. 51a en 361.2b Sv. Ad 1. In cassatie kan niet met vrucht worden geklaagd over de wijze van dagvaarding van verdachte dan wel oproeping voor de nadere terecht
1. Met overneming ex art. 423 lid 3 Sv van de verwerping van een verweer uit het vernietigde vonnis kon in casu niet worden volstaan nu het in appèl gevoerde verweer nieuwe stellingen en argumenten bevat. 2. Voorlichtingsdag over het geneesmiddel Xenical. Betekenis van "tot het p
1. Met overneming ex art. 423 lid 3 Sv van de verwerping van een verweer uit het vernietigde vonnis kon in casu niet worden volstaan nu het in appèl gevoerde verweer nieuwe stellingen en argumenten bevat. 2. Voorlichtingsdag over het geneesmiddel Xenical. Betekenis van "tot het p
-
-
Conclusie AG. Falende klacht dat het arrest (i.s.m. artikel 359 lid 1 Sv) niet het ten laste gelegde bevat (artikel 81 RO). Ambtshalve opmerking redelijke termijn. Conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde
Conclusie AG. Opzettelijk handelen in strijd met het in art. 2 onder C Opw gegeven verbod; opzettelijk handelen in strijd met het in art. 3 onder C van de Opw gegeven verbod; mishandeling (art. 300 Sr). 1. Rb. heeft ten onrechte niet beslist op aanhoudingsverzoek voorafgaand aan
Bedreiging, meermalen gepleegd (art. 285.1 Sr), belediging, meermalen gepleegd (art. 266.1 Sr), wederspannigheid, meermalen gepleegd (art. 180 Sr) en zich voordoen als politieagent (art. 196 Sr). 1. Opgave van bewijsmiddelen a.b.i. art. 359.3 Sv. Kon hof wat betreft motivering va