De verdachte heeft gedurende een aantal jaren de belastingdienst omtrent zijn feitelijke woonplaats onjuist ingelicht. De verdachte heeft de belastingdienst voorgespiegeld dat hij in de jaren 1990 tot en met 1995 in Zuid-Afrika woonde en in Nederland niet belastingplichtig was, t
Wetboek van Strafvordering
Art. 423 Sv
Genoemd in 543 uitspraken · Officiële wettekst
543 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 22 · live
1. ’s Hofs oordeel dat manipulatie van telefoongesprekken niet aannemelijk is geworden, is niet onbegrijpelijk. 2. ’s Hofs beoordeling van de bruikbaarheid van de vertalingen van telefoontaps geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. 3. De schri
15 april 2003 Strafkamer nr. 00502/02 AG/SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 5 maart 2001, nummer 23/002094-00, in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1947,
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Opzettelijk onjuist doen van aangifte omzetbelasting (art. 69 AWR) en valsheid in geschrift door valse facturen in bedrijfsadministratie op te nemen (art. 225.1 Sr). 1. Verweer dat hof gebruik heeft gemaakt van stukken uit zaken tegen medeverdachten, die niet in dossier van verda
-
Verkopen van onbekende hoeveelheid hennep, art. 3.B Opiumwet. Conversie. Welk rechtsmiddel staat open? Na veroordeling door Pr heeft Hof verstaan dat verdachte beroep in cassatie heeft ingesteld tegen vonnis Pr. Gelet op art. 11.2 jo. art. 13.2 Opiumwet is aan verdachte mede een
Strafbepaling ex art. 423.4 Sv. Na veroordeling in e.a. t.z.v. valsheid in geschrift en doen van onjuiste belastingaangifte tot gevangenisstraf van 3 maanden met aftrek voorlopige hechtenis ex art. 27 Sr op gevangenisstraf, is in h.b. enkel valsheid in geschrift aan de orde en he
Wil van het zich met geweld verzetten tegen een ambtenaar sprake zijn, dan moet het geweld ten doel hebben de door dien ambtenaar ondernomen ambtshandeling te beletten of te belemmeren, niet slechts haar te verijdelen, d. i. de reeds voltooide ambtshandeling weder krachteloos te