De opvatting dat het ontbreken van een vertaling van de inleidende dagvaarding in een taal die verdachte begrijpt de nietigheid van die dagvaarding meebrengt, is onjuist. Wel behoort de rechter, indien hij van oordeel is dat verdachte door die omstandigheid in zijn verdediging is
Wetboek van Strafvordering
Art. 423 Sv
Genoemd in 543 uitspraken · Officiële wettekst
543 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Strafoplegging na (terug)(ver)wijzing door HR en art. 423 lid 4 Sv. Indien het cassatieberoep is beperkt tot een of meer feiten en de HR de bestreden uitspraak voor wat betreft de strafoplegging vernietigt, dan zal de rechter na (terug)(ver)wijzing – naar analogie van art. 423, l
Hennepteelt in woning (art. 3.B Opiumwet) en diefstal elektriciteit (art. 310 Sr). 1. Kernroljurisprudentie. Verzoek tot terugwijzing van zaak naar Rb wijzen omdat niet afschrift van dagvaarding in e.a. aan de voor verdachte optredende raadsman is toegezonden, art. 48, 423.1 en 4
Rijden terwijl verdachte wist dat rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994. Kernroljurisprudentie. Verzoek tot terugwijzing zaak naar Rb, nadat raadsman wegens uitloop andere zitting te laat is verschenen voor tz. in e.a. en Pr verzoek tot uitstel of aanhouding heeft a
Opgave bewijsmiddelen. Art. 359.3 Sv. HR verklaart het beroep in cassatie, gezien art. 80a RO, n-o, nu verdachtes belang bij diens terecht voorgestelde klacht m.b.t. art. 359.3 tweede volzin, Sv niet evident is nu verdachte ttz. in h.b. het hem tlgld. kennelijk heeft bekend en d
Art. 423.4 Sv. Partieel appel OM. De rechtbank heeft de verdachte vrijgesproken van feiten 1 en 3 en hem terzake van feit 2 een gevangenisstraf opgelegd. Het hoger beroep is beperkt tot feit 1. Het hof heeft de verdachte terzake van feit 1 veroordeeld tot 10 maanden gevangenisstr
Art. 359.3 Sv. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR LJN BM0256. De Rechtbank heeft in haar vonnis volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in de tweede volzin van art. 359.3 Sv. Uit de bewoordingen van art. 359.3 Sv volgt dat deze bepaling in ieder ge
Art. 6 EVRM. Onpartijdige rechter. Vooropgesteld zij dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat hij jegens verdachte een v
Art. 423.4 Sv. Partieel appel. Het Hof heeft voor een in eerste aanleg berecht feit, waarbij enkel voor dat feit de bijkomende straf was uitgesproken en dat feit wegens de beperking van het hoger beroep niet aan het oordeel van het Hof was onderworpen, de bijkomende straf verzwaa
Conclusie AG. Bijstandsfraude. Middel 1: Art. 359 lid 3 Sv. Klacht dat promisbewijsvoering van rechtbank niet meer inzichtelijk is door wijzigingen die hof aanbrengt. Middel 2: bewijs- en uos-klachten. Beide middelen falen. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
Verduistering enkelband (art. 321 Sr). Opgave van bewijsmiddelen a.b.i. art. 359.3 Sv. Bevestiging vonnis Pr met daarin slechts opgave van b.m., terwijl raadsman in h.b. vrijspraak heeft bepleit. Belang bij cassatie? Uit bewoordingen van art. 359.3 Sv volgt dat deze bepaling in i
1. Art. 423.1 Sv, verzoek terugwijzing zaak naar de rb. 2. Voorwetenschap i.d.z.v. art. 46.2 Wte 1995. 3. Bewijsklacht. 4. Toepassen gunstiger bepalingen i.d.z.v. art. 1.2 Sr na wetswijziging van de artt. 46 en 46a Wte van 1 oktober 1995. 5. Strafoplegging. Ad 1. De HR herhaalt r
Geen verwijzing naar rb door hof indien de raadsman door rb ten onrechte niet als gemachtigde raadsman is erkend. Zelfs niet indien hem niet zou zijn toegestaan de afwezigheid van verdachte toe te lichten of een aanhoudingsverzoek te doen ter effectuering van het aanwezigheidsrec
Conclusie AG. Belaging. Tien middelen. Klachten over omissies in de aantekening van het mondelinge vonnis en het verzuim om bewijsmiddelen uit te werken. Veel bewijsklachten en klachten over (de dadelijke uitvoerbaarheid van) het contactverbod en het gebiedsverbod (art. 38v Sr).
Gewelddadige woningoverval met dodelijke afloop te Gees. Vormverzuim ex art. 359a Sv. Verwerping niet-ontvankelijkheidsverweer, verwerping verweer bewijsuitsluiting en verwerping verweer strafvermindering. Vernietiging van het vonnis en terugwijzing van de zaak naar de rechtbank.
Verdachte is bij verhoor RC (met tolk) op de hoogte gesteld van de tegen hem ingebrachte bezwaren, is heengezonden met dagvaarding in NL taal en heeft zich bij de pr en in appel door een gemachtigde raadsman laten vertegenwoordigen. Het hof schorste de vervolging om verdachte in
Conclusie plv. AG. Art. 287 Sr. Falende middelen over bewijsvoering opzet (M1) en verwerping noodweer(exces) (M2). Conclusie strekt tot verwerping (81.1 RO).
Tussenarrest HR. Aanwezig hebben van hennepkwekerij, art. 3.B Opiumwet. Bewijsklacht. Enkelvoudige kamer hof heeft vonnis Pr bevestigd, art. 3 Regeling aantekening mondeling vonnis, art. 425.2 Sv en art. 425.3 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2016:2026 m.b.t. bevesti
Opgave bewijsmiddelen. Art. 359.3 Sv. Verdachte heeft ttz. in e.a. het hem tlgd. bekend en nadien niet anders verklaard en het Hof heeft het door de raadsvrouwe tot vrijspraak strekkende verweer gemotiveerd verworpen. Gelet hierop is de HR van oordeel dat verdachte onvoldoende be
De rechter naar wie de HR na vernietiging van een uitspraak de zaak heeft verwezen, is gebonden aan de door de HR gegeven beslissing (HR NJ 1996, 478). Dit brengt mee dat het hof – gelet op de omvang van het cassatieberoep tegen het arrest van het hof Arnhem – o.g.v. ’s Hogen Raa
-
-
Het oordeel van het hof dat de zaak in hoger beroep moet worden berecht met inachtneming van het eerdere tussenarrest — in casu inzake verwerping van het beroep op niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie — is onjuist.
Medeplegen afdreiging (meermalen gepleegd) door zich samen met medeverdachte meermalen schuldig te maken aan webcamsekschantage waarbij mannen zijn gedwongen grote geldbedragen over te maken (art. 318.1 Sr) en medeplegen dwang (art. 284.1.1 Sr). (Omzeilen) klachttermijnvereiste a
Mishandeling begaan tegen zijn levensgezel (art. 300.1 jo. 304.1 Sr). Mocht meervoudige kamer hof het mondelinge vonnis van politierechter, dat o.g.v. art. 378.2 Sv is aangetekend in p-v van tz., bevestigen, nu daarin bewijsmiddelen ontbreken en in hoger beroep vrijspraak is bepl