1. Verontschuldigbare overschrijding van appeltermijn na intrekking van één van twee inleidende dagvaardingen, nu niet blijkt dat verdachte uitdrukkelijk erop is gewezen dat deze intrekking geen gevolgen had voor de behandeling van de andere op diezelfde terechtzitting aangebrach
Wetboek van Strafvordering
Art. 423 Sv
Genoemd in 543 uitspraken · Officiële wettekst
543 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 18 · live
HR: art. 80a RO.
Saban B. HR: art. 81.1 RO.CAG over art. 6.1 EVRM (impartial tribunal)..
Begrip hoofdzaak a.b.i. 423.2 Sv. Wat betreft feit 1 heeft de Pr de inleidende dagvaarding nietig verklaard t.a.v. het primair tlgd. en verdachte vrijgesproken van het subsidiair tlgd. In aanmerking genomen dat de Pr verdachte heeft vrijgesproken van het subsidiair tlgd., doet zi
Beperking omvang h.b., art. 423 Sv. Uit de appelakte, die inhoudt dat beroep wordt ingesteld tegen “het eindvonnis d.d. 22 september 2010”, kan bezwaarlijk anders volgen dan dat het h.b. onbeperkt is ingesteld. Het Hof heeft derhalve ten onrechte het appel opgevat “als uitdrukkel
1. Wijzen van arrest mede n.a.v. het onderzoek ttz. in e.a., art. 422.2 Sv. 2. Belediging van een politieambtenaar, art. 266 jo. 267 Sr. Ad 1. Het Hof heeft vastgesteld dat het p-v van de tz. in e.a. ontbreekt. Het moet er daarom voor worden gehouden dat het Hof , anders dan art.
Slagende betekeningsklacht. De aan het dubbel van de appeldagvaarding gehechte akte van uitreiking vermeldt niet waarom die dgv niet is kunnen worden uitgereikt, terwijl uit die akte evenmin blijkt dat een bericht van aankomst is achtergelaten aan de woning van verdachte. Uit het
Begrip hoofdzaak a.b.i. 423.2 Sv. Wat betreft feit 1 heeft de Pr de inleidende dagvaarding nietig verklaard t.a.v. het primair tlgd. en verdachte vrijgesproken van het subsidiair tlgd. In aanmerking genomen dat de Pr verdachte heeft vrijgesproken van het subsidiair tlgd., doet zi
Niet-naleving art. 322.3 Sv, geen instemming hervatting onderzoek bij gewijzigde samenstelling na schorsing. Het p-v tz. houdt in dat het onderzoek is hervat in de stand waarin het zich bevond t.t.v. de schorsing daarvan doch houdt niet in dat de AG en verdachte daarmee hebben in
Wrakingskamer verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek, en overweegt ten overvloede dat het verzoek ook op inhoudelijke gronden niet kan slagen.
-
Verkeersongeval tijdens vlucht. 1. Voorwaardelijk opzet poging doodslag. 2. Eendaadse samenloop met overtreding art. 6 jo. 175.2.b WVW 1994. Art. 55 Sr. 3. Bepalen straf. Art. 423.4 Sv Ad 1. Blijkens ’s Hofs overweging heeft het Hof opzet van verdachte op het overlijden van X in
Bovenregionale zaak. Witwassen van auto’s en oplichting. Criminele organisatie.
OM-appel. Het hof veroordeelt verdachte ter zake van het medeplegen van het vervoeren van amfetamine en MDMA tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaar. Voor het in beroep of bedrijf telen van hennep en diefstal van stroom legt het hof een gevangenisstraf op voor de duur
In een door de Hoge Raad terugverwezen zaak aangaande betrokkenheid bij het om het leven brengen van een man tijdens een drugsdeal, veroordeelt het gerechtshof verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van in totaal 11 jaren vanwege het (medeplegen van) doodslag; voor de ove
OM-cassatie en cassatieberoep verdachte. HR: art. 81.1 RO.
1. Witwassen, art. 420bis Sr. 2. Gedeeltelijk slagende klacht over toewijzing vordering b.p. en opgelegde schadevergoedingsmaatregel. Wettelijke rente. Ad 1. Aangezien het Hof niet nader heeft gemotiveerd waarom sprake is van meer dan het enkele voorhanden hebben van het in de be
HR: art. 81.1 RO en strafvermindering i.v.m. de overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.
Kinderrechter. Art. 495.3 Sv. Leeftijd verdachte niet exact vast te stellen. Blijkens de p-v’s van de tz. in e.a. is aldaar noch door verdachte noch door diens raadsman aangevoerd dat ex art. 495.3 Sv de kinderrechter diende deel te nemen aan het ottz. Gelet hierop en in aanmerki
Raptus-onderzoek. Ontvankelijkheid van de officier van justitie. Redelijke termijn. Chinese criminele organisatie die zich bezighield met drugstransporten, mishandeling, afpersing en verboden wapenbezit. Vrijspraak voor mensensmokkel. Verdachte is een van de twee leiders en aan h
Raptus-zaak, tussenvonnis. Reeds bewezenverklaring voor feiten 3 en 4 (wapendelict en lidmaatschap criminele organisatie). Heropening van het onderzoek naar de twee levensdelicten. Zie eindvonnis van deze rechtbank van 29 april 2014 (ECLI:NL:RBOBR:2014:2210)
(o.a.) Mensenhandel. Geen sprake van onherstelbare vormverzuimen ex art. 359a Sv, dan wel is het aanwezig geachte verzuim (ad 1) voldoende gecompenseerd. Vriendschapsrelatie die langzamerhand veranderde in een situatie van stuitende uitbuiting. Verdachte en zijn medeverdachten he
Bekennende verdachte, art. 359.3 Sv. Het middel faalt bij gebrek aan feitelijke grondslag. Conclusie AG: anders.
Witwassen. Art. 420bis Sr. Verwerven en voorhanden hebben. Uit de gebezigde bewijsvoering kan niet zonder meer worden afgeleid dat t.t.v. de verwerving de personenauto middellijk of onmiddellijk afkomstig was uit enig misdrijf. Aangezien de bewezenverklaring ook inhoudt dat verda
Verdachte n-o in zijn cassatieberoep. Blijkens het p-v tz. in eerste aanleg is aldaar door de ex art. 279 Sv gemachtigde raadsman niet aangevoerd dat de zaak voor de kinderrechter vervolgd had dienen te worden. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat uit hetgeen in de cassaties